NL
Gepubliceerd op 02/06/2026

Programmawet aangenomen

Op donderdag 28 mei 2026 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers de programmawet goedgekeurd, waardoor deze nu definitief is. De publicatie in het Belgisch Staatsblad volgt binnenkort.

Deze wet bevat een aantal sociaalrechtelijke en fiscale maatregelen die uitvoering geven aan het regeerakkoord, en het begrotingsakkoord dat eind 2025 gesloten werd.

De verschillende maatregelen zullen snel afzonderlijk en meer in detail worden toegelicht, maar we geven hier alvast een eerste overzicht.

1. Hervorming fiscaal gunstregime auteursrechten - beperking forfaitaire kostenaftrek

Vanaf 1 januari 2026 zullen enkel personen met een kunstwerkattest (plus- en gewoon kunstwerkattest) nog kunnen genieten van een forfaitaire kostenaftrek teneinde het belastbaar bedrag te bepalen.

Voor de inhouding van de roerende voorheffing is de wijziging van toepassing op de inkomsten betaald vanaf de tiende dag na bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.

2. Beperking budget vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Het totale budget of de kostprijs voor de overheid van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, bevriest of matigt. De algemene bevriezing neemt de vorm aan van een correctiefactor die de totale fiscale kostprijs van deze vrijstellingsstelsels voor de overheid matigt.

Op het moment van de aangifte bedrijfsvoorheffing wordt het bedrag aan vrijstelling met een bijkomende factor vermenigvuldigd. De werkgever verkrijgt dus minder vrijstelling en zal meer bedrijfsvoorheffing moeten doorstorten aan de fiscus.

De correctiefactor bedraagt voor vrijstellingen met betrekking tot bezoldigingen die worden betaald of toegekend :

  • tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027 : 97%;
  • tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028 : 93,35%;
  • vanaf 2029 : 95,9%.

3. Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid

De fiscale definitie van nachtarbeid en nachtpremie wordt in overeenstemming gebracht met de wijziging vanaf 1 juni 2026 aan het arbeidsrecht op het vlak van nachtarbeid.

De fiscale regeling met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid bevat geen eigen fiscale definitie van nachtarbeid meer, maar verwijst naar het arbeidsrecht. Wel blijven werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur uitgesloten van de fiscale regeling.

4. Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de tewerkstelling van gelegenheidsarbeiders in de fruit- en groenteteelt

Nadat het Grondwettelijk Hof de vorige regeling inzake vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor de fruit- en groententeelt vernietigde, wordt deze vanaf 1 januari 2026 opnieuw ingevoerd. Voortaan zullen ook uitzendbureaus-werkgevers de mogelijkheid hebben om de maatregel te kunnen toepassen.

5. Centenindex

Na een moeizaam parcours, werd dan toch beslist om de centenindex vanaf 1 juni 2026 uit te voeren. De ingreep op de index vindt tweemaal plaats, in 2026 en 2028. Tot 4.000 euro bruto (voor uitkeringen 2.000 euro) wordt een loon normaal geïndexeerd. Voor hogere lonen wordt de index afgetopt, ten belope van 2%. De besparing die de werkgever hierdoor realiseert, moet voor de helft aan de RSZ worden doorgestort.

Meer info: Centenindex definitief goedgekeurd, start vanaf 1 juni 2026 - LWB

Ook de indexering van bepaalde sociale uitkeringen wordt tijdelijk beperkt.

De maatregel heeft betrekking op:

  • Ziekte-uitkeringen: primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, invaliditeitsuitkeringen en uitkeringen in het kader van de moederschapsverzekering;
  • Uitkeringen en vergoedingen betaald door de RVA, zoals werkloosheidsuitkeringen.
  • Pensioenen
  • Invaliditeitspensioen voor mijn werkers.

Het mechanisme is vergelijkbaar met dat toegepast op de lonen, met dien verstande dat de grens van 4.000 euro vervangen is door een grens van 2.000 euro.

Voor elke sociale uitkering waarvan het bedrag niet hoger is dan 2.000 euro, blijft de indexering vastgesteld op 2% van het aanvankelijke bedrag.

Voor elke sociale uitkering waarvan bedrag hoger is dan 2.000 euro, wordt de verhoging uitsluitend berekend op de schijf tot 2.000 euro (geïndexeerd bedrag). Het deel boven die grens wordt niet geïndexeerd.

Die beperking wordt twee keer toegepast:

  • Op het ogenblik van de eerste indexaanpassing na de inwerkintreding van de wet (vermoedelijk op 1 september 2026)
  • Op het ogenblik van de eerste indexaanpassing na 31 december 2027.

Eén uitzondering: deze nieuwe index-beperkende maatregel doet geen afbreuk aan de tijdelijke beperking van de automatische indexering van de hoogste wettelijke pensioenen die in de Programmawet van 18 juli 2025 werd opgenomen. Er is geen gecumuleerd effect.

6. Versterking sociale werkbonus vanaf 2028

De werkbonus is een vermindering van persoonlijke bijdragen voor werknemers met lage en midden lonen. De vermindering zorgt ervoor dat werknemers met een laag loon - naar verhouding - een hoger nettoloon overhouden.

De federale regering voert vanaf 1 januari 2028 een (vervroegde) versterking door van de werkbonus. In het aanvankelijke regeerakkoord was de versterking pas ingepland vanaf 2029. 

De verhoging gebeurt door het optrekken van de middelste en bovenste loongrens.

Daarnaast evolueren de loongrenzen S1, S1bis en S2 vanaf 1 januari 2028 op dezelfde wijze in functie van het GGMMI. Zo blijft de hellingsgraad bewaard in de toekomst.

De loongrenzen vanaf 1 januari 2028 zijn afhankelijk van de evolutie van het GGMMI. Op dit moment kunnen we ze nog niet exact berekenen.

7. Aanpassing doelgroepvermindering eerste aanwervingen

De federale regering wijzigt de plusplannen vanaf 1 juli 2026:

  • De maximale bijdragevermindering voor de aanwerving van een eerste werknemer daalt van 3.100 naar 2.000 euro per kwartaal. Deze korting geniet de werkgever voor onbeperkte tijd. De daling van het verminderingsbedrag vanaf 1 juli 2026 geldt ook voor lopende verminderingen eerste aanwerving.
  • Vanaf 1 juli 2026 is er opnieuw een bijdragevermindering voor de aanwerving van een vierde en vijfde werknemer, weliswaar beperkt in tijd (12 kwartalen).
  • Het maximale verminderingsbedrag voor de aanwerving van een tweede, derde, vierde en vijfde werknemer bedraagt slechts 1.000 euro per kwartaal. De werkgever kan die korting toepassen gedurende maximum 12 kwartalen, gespreid over een periode van 20 kwartalen.

Let op! De laatste aanpassing geldt niet voor lopende verminderingen. Voor lopende doelgroepverminderingen tweede en derde aanwerving (recht geopend vóór 1 juli 2026) kan de werkgever de korting (zoals die nu geldt) ongewijzigd toepassen voor de resterende kwartalen.

Meer info: Aangekondigde wijzigingen RSZ-verminderingen: datum schuift op naar 1 juli - LWB

8. Schrapping doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek

In het kader van de begrotingsproblemen, schrapt de federale regering deze vermindering van werkgeversbijdragen vanaf 1 juli 2026. De korting is mogelijk wanneer een werkgever (uit de privésector en autonome overheidsbedrijven) vrijwillig en voor onbepaalde tijd een collectieve arbeidsvermindering (van minstens één uur onder de 38‑urenweek) en/of een vierdagenweek doorvoert.

Werkgevers die vóór 1 juli 2026 een stelsel van arbeidsduurvermindering en/of een vierdagenweek invoeren en het recht op de doelgroepvermindering openen, kunnen het voordeel voor de resterende kwartalen verder toepassen volgens de bestaande regels.

Let op! Dit geldt niet voor werknemers, overgenomen van een andere werkgever. Er zal dus geen verderzetting gebeuren van deze doelgroepvermindering in geval van herstructurering of juridische wijziging van werkgever.

9. Schrapping bijdragevermindering voor vaste voltijdse werknemers in de horeca

De federale regering schrapt vanaf 1 juli 2026 - uit besparingsoverwegingen - de vermindering van werkgeversbijdragen voor horecabedrijven voor maximum 5 vaste voltijdse werknemers. Er is (voorlopig) geen overgangsregeling voorzien.

Deze vermindering is enkel mogelijk voor horecawerkgevers tot maximum 49 werknemers, die een geregistreerde kassa gebruiken in alle vestigingen én voor alle werknemers een dagelijkse aanwezigheidsregistratie doen. De werkgever geniet voor onbeperkte tijd  een korting van maximum 500 euro/ per kwartaal (800 euro per kwartaal voor werknemers jonger dan 21 jaar) en dat voor maximum 5 vaste voltijders. Gelegenheidswerknemers, flexi-jobs, studenten met solidariteitsbijdragen en leerlingen komen niet in aanmerking.

10. Beperking vrijstelling socialezekerheidsbijdragen boven loonplafond

Betaalde sportbeoefenaars en beroepswielrenners worden uitgesloten van de vrijstelling werkgeversbijdragen boven loonplafond vanaf 1 juli 2026.

Sinds juli 2025 is een vrijstelling van patronale basisbijdragen van toepassing boven een loonplafond  (basisloon boven 86.700 euro per kwartaal sinds 1 januari 2026). De vrijstelling is van toepassing voor betaalde sportbeoefenaars, terwijl hun werkgevers ook van een specifieke vermindering voor betaalde sportbeoefenaars kunnen genieten. Om een dubbel voordeel te vermijden, verdwijnt voor hen de vrijstelling boven loonplafond.

11. Verlies voordeel bijdrageverminderingen bij fraude

In geval van veroordeling van de werkgever voor sociale fraude kan de strafrechter in de toekomst als bijkomende sanctie, het verlies van volgende bijdrageverminderingen opleggen:

  • structurele vermindering;
  • doelgroepvermindering eerste aanwervingen;
  • doelgroepvermindering collectieve ADV en vierdagenweek;
  • doelgroepvermindering vaste werknemers in de horeca;
  • doelgroepvermindering betaalde sportbeoefenaars;
  • vrijstelling boven loonplafond.

Het Sociaal Strafwetboek wordt aangevuld vanaf 1 juli 2026.

12. Nieuwe verplichtingen met het oog op een toekomstbestendige digitale sociale zekerheid (e-Gov)

De programmawet legt de wettelijke basis voor een nieuwe loondata-transfer-verplichting voor de werkgevers gekoppeld aan de loonberekening. Deze verplichting kadert binnen het e-Gov 3.0 project.

Het e-Gov 3.0 project wil de digitale socialezekerheidssystemen en dienstverlening moderniseren en vereenvoudigen in functie van actuele en toekomstige noden en vanuit het perspectief van de gebruiker. Het project vraagt de ontwikkeling van een nieuwe centrale datalaag met bijna ‘real-time’ informatie. Het is essentieel om sneller en in meer detail over loon-en prestatiegegevens te beschikken, om sociale rechten onmiddellijk correct te kunnen toekennen. Dit brengt een nieuwe aangifteverplichting mee, gekoppeld aan de cyclus van de loonberekening.

Vanaf 1 januari 2028 is elke werkgever (of zijn mandataris) verplicht minstens maandelijks een elektronische gegevensoverdracht (LTDS) te versturen aan de RSZ. De transfer moet gebeuren uiterlijk de 14e kalenderdag volgend op de maand waarop de transfer betrekking heeft en bevat de loon- en prestatiegegevens nodig voor de toepassing van de sociale zekerheid. De administratieve instructies van de RSZ bepalen de concrete inhoud en de technische voorwaarden waaraan de LTDS moet voldoen.

Bij wijze van voorbereiding start vanaf 1 januari 2027 een vrijwillige instapmogelijkheid. RSZ stelt de productieomgeving open zodat verzenders (werkgevers of hun mandataris) op eigen ritme kunnen instappen en testen. De ontvangen gegevens worden nog niet gebruikt.

De (technische) documentatie is beschikbaar op een aparte internetpagina van RSZ: e-Gov 3.0.

Bij koninklijk besluit zullen aangepaste sancties voorzien worden indien de werkgever of zijn mandataris de nieuwe verplichtingen niet zou nakomen.

RSZ zal via de e-Box van werkgevers een communicatie over de LTDS-verplichting versturen aan alle werkgevers.

Let op! De bestaande DMFA kwartaalaangifte blijft nog bestaan naast de nieuwe LTDS-verplichting vanaf 2028 en dit alvast tot 2029. Dit is ook het geval voor de andere bestaande aangiftes, zoals ASR's, Dimona's, … In latere fases kunnen bepaalde aangiftes - zoals we die nu kennen - verdwijnen.

13. Verplichte UIT registratie op bouwplaatsen

Uiterlijk vanaf 1 januari 2027 geldt een verplichte elektronische UIT‑registratie voor iedereen die een tijdelijke of mobiele bouwplaats verlaat. Tegelijk wordt de mogelijkheid tot voorafgaande registratie afgeschaft. Met deze veranderingen wil de regering optreden tegen sociale dumping en de veiligheid op bouwplaatsen verhogen.

Meer info: Verplichte UIT registratie op bouwplaatsen vanaf uiterlijk 1 januari 2027 - LWB

Let op! Hoewel de programmawet definitief is na goedkeuring in de plenaire vergadering, moet zij nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad om juridisch bindend te worden.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite