Een nieuw wetsontwerp voorziet een verplichte elektronische UIT‑registratie voor iedereen die een tijdelijke of mobiele bouwplaats verlaat en dit vanaf uiterlijk 1 januari 2027. Tegelijk wordt de mogelijkheid tot voorafgaande registratie afgeschaft. Met deze veranderingen wil de regering optreden tegen sociale dumping en de veiligheid op bouwplaatsen verhogen.
Vandaag bestaat al een registratieplicht bij aankomst (via checkinatwork). De nieuwe maatregel breidt dit systeem uit: ook bij vertrek zal voortaan verplicht geregistreerd moeten worden met een elektronisch registratiesysteem naar keuze. Pauzes registreren is nog steeds niet nodig.
De verplichting geldt, net zoals de huidige IN‑registratie, voor iedere natuurlijke persoon die zich aanbiedt op een tijdelijke of mobiele bouwplaats met een waarde van meer dan 500.000 euro om er werken in onroerende staat uit te voeren, dus ook voor werknemers.
Momenteel kan een werkgever de aanwezigheidsregistratie nog vooraf invullen voor zijn werknemers, maar dat wordt afgeschaft. Zowel de check‑in als de check‑out worden volledig de verantwoordelijkheid van de werknemer. Registratie zal voortaan onmiddellijk op de werf moeten gebeuren, bij elke aankomst én bij elk vertrek. De werkgever moet er uiteraard wel voor zorgen dat de werknemer zich kan registreren, door een registratieapparaat te voorzien en de nodige tooling te verstrekken aan de werknemer zoals een QR-code of een andere methode.
Andere natuurlijke personen vallen eveneens onder de elektronische registratieplicht. Denk aan zelfstandigen, helpers, aannemers, onderaannemers, bouwdirectie, … Ook hier geldt dat de natuurlijke persoon zelf de registratie moet doen: onmiddellijk, op de bouwplaats en op het moment van aankomst en vertrek. De optie om dit vooraf op een andere plaats te doen wordt geschrapt.
Opgelet! Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. Het ontwerp is op 23 februari ingediend in de Kamer en moet nog het volledige parlementaire proces doorlopen. Deze bespreking geldt onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Wat?
De Welzijnswet voorziet een verplichte elektronische aanwezigheidsregistratie bij het betreden van een tijdelijke of mobiele bouwplaats met een waarde van meer dan 500.000 euro.
Wie?
Deze verplichting geldt voor alle natuurlijke personen die aanwezig zijn op de arbeidsplaats om er werken in onroerende staat uit te voeren.
Het gaat dus zowel om werknemers als om zelfstandigen, aannemers, onderaannemers, de bouwdirectie, enz.
Wanneer?
Deze registratie gebeurt dagelijks bij elke aankomst op de bouwplaats. Het is niet nodig om te registreren bij pauzes of bij vertrek.
De werkgever kan de aanwezigheid van werknemers ook op voorhand zelf registreren en dit voor een periode van maximum 31 kalenderdagen. Ook de aanwezigheid van een zelfstandige kan op voorhand geregistreerd worden. In dat geval is een registratie op de bouwplaats door de natuurlijke persoon zelf bij aankomst niet meer verplicht.
Hoe?
De elektronische aanwezigheidsregistratie kan gebeuren via de onlineapplicatie ‘Check in at work’, die de RSZ ter beschikking stelt. Er kan ook gebruik gemaakt worden van alternatieve registratiesystemen.
Verantwoordelijkheden?
De bouwdirectie, aannemers, onderaannemers en werkgevers hebben een aantal verantwoordelijkheden die verband houden met:
Sancties?
Bij een inbreuk op de registratieplicht is een sanctie van niveau 1 voorzien.
| Administratieve geldboete | Strafrechtelijke geldboete |
| 10 EUR - 100 EUR | 0 EUR |
| inclusief opdeciemen 100 EUR - 1.000 EUR | 0 EUR |
Bij een inbreuk op de verantwoordelijkheden die de bouwdirectie, aannemers, onderaannemers en werkgevers in dit kader hebben, is een sanctie van niveau 3 of niveau 4 voorzien.
| Administratieve geldboete | Strafrechtelijke geldboete |
| 300 EUR - 3.500 EUR | 600 EUR - 7.000 EUR |
| inclusief opdeciemen 3.000 EUR - 35.000 EUR | inclusief opdeciemen 6.000 EUR - 70.000 EUR en/of gevangenisstraf 6 maanden tot 3 jaar |
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, met als maximum het honderdvoud van de maximum geldboete.
Zoals eerder vermeld situeren de wijzigingen zich in het tijdstip waarop de elektronische registratie moet gebeuren, waardoor ook de strafbare inbreuk op de registratieplicht een aangepaste formulering kreeg.
Volledigheidshalve: er wordt in de gewijzigde wetgeving ook een verduidelijking en een toevoeging aangebracht aan de gegevens die in het kader van de aanwezigheidsregistratie worden weergegeven door het registratiesysteem.
Wanneer?
Ook bij vertrek zal voortaan verplicht geregistreerd moeten worden met een elektronisch registratiesysteem naar keuze.
De registratie gebeurt dus bij elke aankomst en elk vertrek op de bouwplaats.
Het is niet nodig om te registreren bij pauzes.
De mogelijkheid voor een werkgever om de aanwezigheidsregistratie vooraf in te vullen voor zijn werknemers wordt afgeschaft. Dit geldt uiteraard ook voor de uitzendkrachten. Zowel de check‑in als de check‑out worden volledig de verantwoordelijkheid van de werknemer. Registratie gebeurt voortaan onmiddellijk op de werf, bij elke aankomst én bij elk vertrek.
Voor zelfstandigen, aannemers en onderaannemers moet dus ook de natuurlijke persoon zelf de registratie uitvoeren op de bouwplaats, op het moment van aankomst en vertrek.
Sancties?
De strafbepaling in het Sociaal Strafwetboek over de inbreuk op de registratieplicht wordt aangepast zodat ze aansluit bij de nieuwe verplichting om de aanwezigheid op de bouwplaats te registreren bij elk vertrek.
De sanctie zelf blijft ongewijzigd.
Concreet betekent dit dat wie zich aanbiedt op een tijdelijke of mobiele bouwplaats om werken van onroerende staat te verrichten en zijn aanwezigheid niet onmiddellijk registreert bij elke aankomst en elk vertrek, strafbaar is met een sanctie van niveau 1.
Verduidelijking en toevoeging
Er wordt een verduidelijking en een toevoeging aangebracht aan de gegevens die in het kader van de aanwezigheidsregistratie worden weergegeven door het registratiesysteem.
Inwerkingtreding
De ontwerpwet voorziet dat de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen zal worden bepaald door de Koning, maar uiterlijk plaatsvindt plaats op 1 januari 2027.
De ontwerpwet moet echter nog het volledige parlementaire proces doorlopen, met goedkeuring in de bevoegde commissie en later in de plenaire vergadering, waarbij nog wijzigingen kunnen worden doorgevoerd. Pas dan kan de wet gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad en is de regeling definitief.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite