De federale regering voorziet bepaalde aanpassingen aan en de afschaffing van enkele bijdrageverminderingen voor werkgevers. Deze zouden normaal gezien in werking treden vanaf 1 april 2026. Naar verluidt zal deze datum echter opschuiven naar 1 juli 2026.
Het betreft de aanpassing van:
Daarnaast voorziet de regering de afschaffing van de doelgroepvermindering:
We geven de informatie die al bekend is.
Opgelet! De bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten en voorlopige informatie. Wijzigingen zijn niet uitgesloten. Bovendien blijven alle aangekondigde wetswijzigingen onder voorbehoud tot publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.
Startende werkgevers die een eerste, tweede of derde werknemer aanwerven, kunnen op dit moment genieten van een doelgroepvermindering op de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid. In de praktijk is dit gekend als de ‘plusplannen'.
De federale regering zal de plusplannen wijzigen. De geplande startdatum verschuift van 1 april 2026 naar 1 juli 2026.
Geplande wijzigingen vanaf 1 juli 2026
De geplande wijzigingen zijn de volgende:
Overgangsregels voor lopende rechten
Naar verluid, komen er ook overgangsregels voor werkgevers die vóór 1 juli 2026 al een recht openden op een doelgroepvermindering eerste, tweede en derde aanwerving:
Pro memorie
De doelgroepvermindering voor een tweede werknemer bedraagt momenteel:
De doelgroepvermindering voor een derde werknemer bedraagt momenteel:
De startende werkgever kan, mits hij voldoet aan bepaalde voorwaarden, het voordeel voor een tweede en derde aanwerving telkens naar keuze toepassen in een periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van aanwerving.
Let op! De forfaitaire verminderingsbedragen zijn maximumbedragen die toegekend worden voor volledige kwartaalprestaties. Bij onvolledige kwartaalprestaties (< 80 %) wordt een pro rata toegekend in verhouding tot de prestatiebreuk van de werknemer in het betrokken kwartaal én er is een multiplicator van toepassing. Het concrete verminderingsbedrag wordt berekend in verschillende stappen volgens een algemene berekeningsformule.
Werkgevers uit de privésector (en autonome overheidsbedrijven) kunnen aanspraak maken op een vermindering van werkgeversbijdragen als ze - vrijwillig én voor onbepaalde tijd - voor hun personeel (of een bepaalde personeelscategorie):
De vermindering geldt enkel voor voltijders en absoluut deeltijdse werknemers in de betrokken personeelscategorie.
Absoluut deeltijdse werknemers zijn deeltijders van wie het loon aangepast moet worden ingevolge de invoering van de arbeidsduurvermindering én voor zover hun normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur minstens 28 uur bedraagt.
In het kader van besparingsmaatregelen, schrapt de federale regering deze vermindering vanaf 1 juli 2026.
De aanpassing van de reglementering is nog in voorbereiding.
Overgangsregeling voor lopende rechten
Naar verluidt, zullen lopende rechten wel ongewijzigd behouden blijven.
Werkgevers die vóór 1 juli 2026 een stelsel van arbeidsduurvermindering en/of een vierdagenweek invoeren en het recht op een doelgroepvermindering openen in dit verband, kunnen het voordeel voor de resterende kwartalen verder toepassen volgens de bestaande regels.
Dit geldt echter ‘niet’ voor werknemers, overgenomen van een andere werkgever. Er zal dus geen verderzetting zijn van deze doelgroepvermindering in geval van herstructurering of juridische wijziging van werkgever.
De doelgroepverminderingen ADV en/of vierdagenweek die vanaf juli 2026 nog verder toegepast kunnen worden, zijn steeds beperkt in de tijd en doven dus automatisch uit.
Overzicht van de bestaande verminderingsbedragen:
Bij invoering arbeidsduur van Voordeel vanaf het kwartaal volgend op de invoering
37 u/week of minder 400 euro gedurende 8 kwartalen
36 u/week of minder 400 euro gedurende 12 kwartalen
35 u/week of minder 400 euro gedurende 16 kwartalen
Bij invoering 4-dagenweek 400 euro gedurende 4 kwartalen
Combinatie ADV én 4-dagenweek in zelfde kwartaal 1.000 euro gedurende maximum 4 kwartalen
Let op! De forfaits zijn maxima en worden enkel volledig toegekend bij volledige kwartaalprestaties. Bij onvolledige prestaties wordt een pro rata berekend in functie van de prestatiebreuk van de werknemer en een multiplicator. De berekening van het voordeel gebeurt op basis van het aantal werknemers dat op het einde van het kwartaal in de betrokken werknemerscategorie is tewerkgesteld.
De federale regering zal dan toch - uit besparingsoverwegingen - de vermindering van werkgeversbijdragen voor horecabedrijven voor maximum 5 vaste voltijdse werknemers schrappen en dit vanaf 1 juli 2026.
De schrapping van deze doelgroepvermindering was initieel voorzien vanaf 1 april 2026, maar verdween uit de ontwerpteksten na advies van de Raad van State. Naar verluidt zou de schrapping van deze doelgroepvermindering toch opnieuw aan de orde zijn en ingaan vanaf 1 juli 2026. Het is voorlopig niet geweten of er een vorm van overgangsregeling komt.
Pro memorie
Deze doelgroepvermindering is enkel mogelijk voor een horecawerkgever die aan bepaalde voorwaarden voldoet. Meer bepaald:
De werkgever geniet in principe voor een onbeperkt aantal kwartalen de vermindering van maximum 500 euro/kwartaal (maximum 800 euro/kwartaal voor werknemers jonger dan 21 jaar) en dat voor maximum 5 vaste voltijdse werknemers per kwartaal.
Gelegenheidswerknemers, flexi-jobs, studenten met solidariteitsbijdragen en leerlingen komen niet in aanmerking voor deze vermindering.
De maatregel maakt deel uit van een deal gesloten rond de invoering van de witte kassa in 2013 die het zwartwerk in de horeca tegenging. De overheid creëerde toen een ‘globaal ondersteuningsplan’ voor de horeca met daarin verschillende begeleidende maatregelen zoals flexi-jobs, een soepele regeling rond overuren en een korting van sociale zekerheidsbijdragen voor de werkgever.
Sinds 1 juli 2025 is een vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen van toepassing boven een RSZ-loonplafond van 85.000 euro per kwartaal (aan basisloon).
De maatregel dient om de competitiviteit van ondernemingen te bevorderen via het temperen van de werkgeverskost voor werknemers met zeer hoge lonen.
Ook voor betaalde sportbeoefenaars met een basisloon boven het loonplafond is deze vrijstelling van toepassing. Deze maatregel komt naast en bovenop een specifieke doelgroepvermindering voor betaalde sportbeoefenaars. Om het dubbel voordeel te vermijden, sluit men betaalde sportbeoefenaars en beroepswielrenners uit van de vrijstelling boven loonplafond en dit vanaf 1 juli 2026. Dit is enkel van belang voor werkgevers in het paritair comité voor de sport, sportverenigingen, sportcentra, sportclubs die betaalde sportbeoefenaars of beroepswielrenners tewerkstellen.
De aanpassing van de reglementering is nog in voorbereiding.
In geval van veroordeling voor sociale fraude door hemzelf (of zijn aangestelde of lasthebber) kan de werkgever de klassieke bijdrageverminderingen verliezen.
Het betreft volgende patronale socialezekerheidsverminderingen:
De strafrechter kan het verlies van deze verminderingen als bijkomende sanctie opleggen.
Het Sociaal Strafwetboek zal in die zin aangevuld worden. Of de voorziene datum van inwerkingtreding behouden blijft op 1 april 2026 dan wel opschuift naar 1 juli 2026, wordt momenteel onderzocht.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite