NL
Gepubliceerd op 27/07/2026

Vlaams Opleidingsverlof: publicatie extra hervormingen vanaf 1 september 2026

Arbeidsmarktgerichte opleidingen

Arbeidsmarktgerichte opleidingen blijven recht geven op Vlaams opleidingsverlof als zij aan een aantal duidelijke voorwaarden voldoen. De opleiding moet behoren tot een afgebakende categorie, voldoende omvang hebben, gegeven worden door een geregistreerde dienstverlener en geregistreerd zijn bij het departement.

De hervorming legt sterker de nadruk op opleidingen die de inzetbaarheid van werknemers verhogen:

  • opleidingen rond basiscompetenties zoals basisgeletterdheid, rekenvaardigheid, digitale basisvaardigheden, mediawijsheid en Nederlands voor anderstaligen;
  • taalopleidingen Nederlands, Frans, Duits of Engels, maar alleen tot en met niveau B1 en alleen als er extern toezicht is op de kwaliteit van de opleiding;
  • opleidingen die toegang geven tot minstens één knelpuntberoep op de meest recente lijst van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding
  • STEM-opleidingen gericht op de klimaat-, energie- of digitale transitie, of focussen op technologische, technische, exact-wetenschappelijke of wiskundige kennis.
  • opleidingen die inspelen op toekomstige competentietekorten;
  • mentoropleidingen;
  • opleidingen voor sociaal overleg op ondernemingsniveau;
  • trajecten die leiden tot een eerste diploma secundair onderwijs.

Deze aanpassingen treden reeds in werking op 1 juli 2026. Zo is de opleidingsdatabank op 1 september 2026 tijdig bijgewerkt.

Voor de bedrijfsinterne opleiding is een gunstig preadvies vereist. De werkgever moet dat aanvragen. De voorwaarden en procedure zullen nog bepaald worden via ministerieel besluit.

Een bedrijfsinterne opleiding voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

  • alleen opengesteld voor werknemers of uitzendkrachten voor een bepaald functieprofiel binnen dezelfde onderneming;
  • uitsluitend gericht op de huidige functie van de werknemer of de uitzendkracht zonder significante wijziging van de omgeving;
  • gegeven door instructeurs, opleiders of begeleiders die werknemers zijn van dezelfde werkgever of van de gebruiker bij uitzendkrachten.

Werkplekleren

Werkplekleren is een opleidingsvorm die leeractiviteiten omvat gericht op het verwerven van algemene of beroepsgerichte competenties waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is. Het moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • voor de start van de opleiding opleidingsplan met de overdraagbare competenties en een geraamde opleidingsduur opgesteld door de opleidingsverstrekker;
  • toegewezen taken zelfstandig uitvoeren, met ondersteuning van een collega die beschikbaar is voor raadpleging of ondersteuning;
  • aanstelling van een werkplekbegeleider die op afgesproken tijdstippen begeleiding en advies geeft en de werknemer opvolgt via een schriftelijk verslag;
  • als het werkplekleren plaatsvindt bij een andere werkgever, geen vergoeding voor de werknemer en de eigen werkgever voor de gepresteerde arbeid.

Uitgesloten opleidingen en activiteiten

Een aantal opleidingen geven geen recht op Vlaams Opleidingsverlof:

  • opleidingen die een werknemer nodig heeft om het werk uit te voeren waarvoor hij is aangeworven, als de werkgever die opleiding wettelijk of op basis van een cao ten laste moet nemen;
  • noodzakelijke aanpassingsopleidingen voor de huidige functie.

De volgende leeractiviteiten geven geen recht op Vlaams Opleidingsverlof:

  • onthaaltrajecten;
  • begeleiding van een startende collega door een meter of peter;
  • een online aanbod van opleidingsvideo’s;
  • lunch-and-learnsessies;
  • bedrijfstheater;
  • lerende netwerken;
  • intervisie.

Maximum aantal uren

Het recht op maximum 250 uur per jaar als zowel werkgever als werknemer het initiatief nemen tot het volgen van een opleiding, wordt nu structureel verankerd. Dat betekent dat de werknemer recht heeft op 125 uur op initiatief van de werknemer zelf en 125 uur op initiatief van de werkgever.

De uitsluiting voor werknemers die minder dan 80% tewerkgesteld zijn en gemiddeld minder dan 28 uur per week werken, vervalt vanaf 1 september 2026. De werknemer moet opnieuw contractueel minstens 50 procent tewerkgesteld zijn. Het aantal uren wordt berekend naar rato van de contractuele tewerkstellingsbreuk die blijkt uit de DmfA van de maand maart die voorafgaat aan het opleidingsjaar. Die tewerkstelling moet minstens 50 procent van een voltijdse betrekking bedragen. Heeft de werknemer in die maand maart nog geen contractuele tewerkstellingsbreuk van minstens 50 procent, dan wordt gekeken naar de maand waarin de eerste opleiding start. Ook dan moet de tewerkstelling minstens 50 procent bedragen.

Nauwgezetheid

Voor opleidingen die regelmatige aanwezigheid vereisen, heeft een werknemer het recht om op het werk afwezig te zijn gedurende het aantal uren van de werkelijke aanwezigheid in de opleiding. Dit is nieuw voor de opleidingen uit het volwassenenonderwijs, EVC (Erkennen van verworven competenties) en examencommissie. 

Het afleggen van examens voor de examencommissie secundair onderwijs en basisonderwijs zal recht geven op 16 uur i.p.v. 8 uur Vlaams opleidingsverlof.

Voor de opleidingen die geen regelmatige aanwezigheid van de werknemers vereisen, geeft elke studiepunt recht op vier uur Vlaams opleidingsverlof mits deelname aan de eindebeoordeling. Hier wijzigt er dus niets.

Voor opleidingen via blended leren heeft de werknemer het recht om op het werk afwezig te zijn gedurende de voorziene opleidingstijd. Hier wijzigt er ook niets.

Strengere opvolging van opleidingsverstrekkers

De registratie van opleidingen wordt voortaan pas goedgekeurd als de aanmelding correct en volledig is en nadat het departement heeft nagegaan of aan de voorwaarden is voldaan.

Opleidingsverstrekkers die hun verplichtingen rond attestering en registratie niet naleven, krijgen eerst een aanmaning. Als zij daar binnen dertig dagen geen gevolg aan geven, kan het departement de registratie van hun opleidingen ambtshalve intrekken.

Als een opleidingsverstrekker minstens twee keer zijn administratieve verplichtingen niet naleeft en daardoor de werknemer, de werkgever of de Vlaamse overheid ernstig nadeel lijdt, kan de minister de opleidingen van die verstrekker in het volgende schooljaar intrekken uit de opleidingsdatabank. De minister kan ook beslissen dat in dat schooljaar geen nieuwe opleidingen van die verstrekker meer in de databank kunnen worden geregistreerd.

Terugbetaling aan werkgevers

De werkgever moet een aanvraag tot terugbetaling indienen door de opleiding van de werknemer aan te melden in het digitale platform Vlaamse opleidingsincentives binnen drie maanden na de start van de opleiding. Daarbij moet de werkgever ook aangeven of de opleiding op eigen initiatief van de werknemer of op voorstel van de werkgever gevolgd wordt. Hier wijzigt er dus niets.

Bij bedrijfsinterne opleidingen moet de werkgever het eerder verkregen gunstig preadvies registreren of alsnog een preadvies aanvragen. Als het departement aanwijzingen ziet dat het om een bedrijfsinterne opleiding gaat en geen preadvies werd gevraagd, kan het bijkomende informatie opvragen en desnoods zelf ambtshalve een preadvies uitbrengen.

De terugbetaling wordt toegekend voor het aantal uren waarop de werknemer recht heeft, nl. de uren waarop de werknemer aanwezig was in de opleiding/eindbeoordeling. De voorwaarde van het nauwgezet volgen wordt geschrapt voor de betaling aan de werkgever.

Voor werknemers die halftijds werken met een vast uurrooster, geldt een extra voorwaarde. De opleidingsuren moeten samenvallen met een werkdag volgens het dienstrooster. Ook de nacht vóór of na de opleidingsdag telt daarbij als samenvallend met het rooster. Nieuw is dat die voorwaarde voortaan ook geldt voor werknemers die alleen in het weekend werken.

Forfait

Het loon dat de werkgever terugbetaald krijgt voor de uren opleidingsverlof is beperkt tot een forfait.

Het forfait bedraagt vanaf schooljaar 2026-2027 24,50 EUR per uur Vlaams opleidingsverlof.

Cumul

Het Vlaams opleidingsverlof kan niet gecumuleerd worden met een aanmoedigingspremie in het kader van het opleidingskrediet. Dit bestond reeds en wordt aangevuld met de maatregelen die de loonkosten van de werknemer of de vervanger volledig financieren. De minister kan die maatregelen verder bepalen.

Inwerkingtreding

Het besluit treedt in werking op 1 september 2026. Eén onderdeel treedt vroeger in werking, namelijk de nieuwe inhoudelijke afbakening van de arbeidsmarktgerichte opleidingen. Die wijziging treedt in werking op 1 juli 2026.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite