In een vorige nieuwsbrief bespraken we de aangekondigde verhoging van het maximale werkgeversaandeel in de maaltijdcheque vanaf 1 januari 2026. Het regeerakkoord voorziet dat dit kan stijgen van 6,91 EUR naar 8,91 EUR. Rekening houdend met de minimale werknemersbijdrage van 1,09 EUR per cheque, bedraagt de maximale nominale waarde per cheque dan 10 EUR.
Mits tegelijkertijd voldaan is aan een aantal voorwaarden, blijven ook deze verhoogde maaltijdcheques vrij van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.
Een dergelijke verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque vraagt echter wel een aanpassing in diverse wetgevingen. Het wetgevend kader hiervoor is nu zo goed als rond.
Let wel! De verhoging is geen automatisme. Hiervoor is een beslissing van de werkgever en/of de sector noodzakelijk.
De toegelaten stijging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque heeft overigens een impact op de cumulregels van maaltijdcheques met een bedrijfsrestaurant enerzijds en op de maaltijdvergoeding voor niet-sedentaire werknemers anderzijds.
1.1. Situering
Op dit ogenblik zijn enkel maaltijdcheques met een maximale werkgeversbijdrage van 6,91 EUR vrij van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Bovendien vormt maximaal 2 EUR van dat werkgeversaandeel een aftrekbare beroepskost.
Om de vrijstelling ook mogelijk te maken voor een maximale werkgeversbijdrage van 8,91 EUR drong een wijziging van de RSZ- en fiscale wetgeving zich op. Hetzelfde geldt voor een verhoogde fiscale aftrekbaarheid.
Daarnaast speelt ook de loonnorm van 0% voor de periode 2025-2026. Voor deze periode is immers geen collectieve loonsopslag bovenop de index of baremaverhogingen mogelijk. Daardoor kan het bedrag van de maaltijdcheques niet zomaar verhoogd worden. Een verhoging van de maaltijdcheques valt immers onder de loonnorm. Ook hiervoor was dus een wetswijziging nodig.
Concreet moe(s)t de regering het volgende ondernemen op wetgevend vlak:
1.2. Stand van zaken
RSZ-luik
Op RSZ-vlak is de wetgeving aangepast en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 17 november 2025. Door deze aanpassing zal een maaltijdcheque met een maximale werkgeversbijdrage van 8,91 EUR per cheque vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen (mits voldaan is aan de overige voorwaarden met betrekking tot de toekenning van maaltijdcheques). Zo is er ook nog steeds een minimale werknemerstussenkomst van 1,09 EUR per maaltijdcheque vereist.
Loonnorm
Ook op dit punt is het wetgevend kader geactualiseerd. Op maandag 15 december 2025 is de uitzondering op de Loonnormwet gepubliceerd voor de verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met 2 EUR. Door deze wetswijziging wordt deze verhoging niet meegenomen in de berekening van de evolutie van de loonkost.
De uitsluiting zal enkel gelden voor de verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque:
Fiscaal luik
De derde en laatste horde betreft het fiscaal luik. De Regering nam recent ook deze horde en keurde het gewijzigde fiscaal wetgevend kader goed. Opgelet! Deze wijziging moet nog wel in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd. We verwachten dat dit nog voor 1 januari 2026 zal gebeuren. Ook op fiscaal vlak verhoogt de vrijstellingsgrens voor het maximale werkgeversaandeel in de maaltijdcheque naar 8,91 EUR vanaf 1 januari 2026. De minimale werknemersbijdrage blijft 1,09 EUR per cheque.
Volledigheidshalve merken we op dat de fiscale vrijstellingsvoorwaarden ook gelden voor bedrijfsleiders.
De goedgekeurde wet voorziet bovendien in een versterkte/verhoogde fiscale aftrekbaarheid. Momenteel is maximaal 2 EUR van de tussenkomst van de werkgever of onderneming per maaltijdcheque aftrekbaar als beroepskost. Dit stijgt vanaf 1 januari 2026 naar 4 EUR voor de werkgever/ondernemer die een maaltijdcheque toekent met de maximale werkgevers/ondernemers-bijdrage van 8,91 EUR. Deze versterkte fiscale aftrekbaarheid compenseert ongeveer één vierde van de werkgeverskost die gepaard gaat met een toegekende verhoging.
2.1. Sectorale onderhandelingen versus ondernemingsbeslissing
De beslissing van de regering en het recent gewijzigde wetgevend kader leiden niet tot een automatische verhoging van de maaltijdcheques vanaf 1 januari 2026. Een dergelijke verhoging moet het voorwerp uitmaken van onderhandelingen op sectoraal en/of ondernemingsvlak.
Ondertussen zijn de sectorale onderhandelingen volop lopende in de diverse paritaire comités. Het doel hiervan is om loonakkoorden te sluiten. De verhoging van de maaltijdcheques staat in de meeste sectoren op de agenda. Je doet er goed aan om eerst te checken wat er in jouw sector wordt beslist door de sociale partners en dit zowel qua bedrag aan maaltijdcheques als wat eventueel te vervullen formaliteiten betreft. Beslist jouw sector niet tot een verhoging, of wil je daarop niet wachten om het werkgeversaandeel te verhogen? Of wil je meer geven dan wat jouw sector voorziet? Dit is in principe mogelijk onder bepaalde voorwaarden.
Afhankelijk van de concrete situatie van de werkgever (bijvoorbeeld al dan niet aanwezigheid van een vakbondsafvaardiging, een lager bedrag in de sector) zal de beslissing tot verhoging van het werkgeversaandeel gepaard moeten gaan met de nodige formaliteiten. We denken dan bijvoorbeeld aan het sluiten van een ondernemings-CAO of het sluiten van een individuele overeenkomst. In een aantal gevallen zal het ook aanbevolen zijn om in dergelijke overeenkomsten een voorbehoud te maken voor eventueel latere beslissingen van het paritair comité. Anders riskeer je om nadien nog eens de maaltijdcheques te moeten verhogen.
In principe geldt er een cumulverbod tussen een bedrijfsrestaurant en de toekenning van maaltijdcheques.
Hierop bestaat een uitzondering. Meer bepaald wanneer de prijs van de maaltijden die in het bedrijfsrestaurant worden aangeboden minstens gelijk is aan de kostprijs. De RSZ oordeelt dat de kostprijs van een normale maaltijd overeenkomt met het maximumbedrag van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque (vanaf 1 januari 2026 dus 8,91 EUR).
In haar recente tussentijdse administratieve instructies geeft de RSZ aan dat voor de cumulatie van maaltijdcheques en een bedrijfsrestaurant de kostprijs van een normale maaltijd in het bedrijfsrestaurant niet zal stijgen en vastgelegd blijft op 6,91 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 wordt het bedrag opgetrokken tot 8,91 EUR.
Een werkgever kan aan niet-sedentaire werknemers een ‘maaltijdvergoeding’ toekennen. Een niet-sedentaire werknemer is een werknemer die zich tijdens de werkdag verplicht moet verplaatsen (minimum vier uur opeenvolgend).
De RSZ verhoogt het vrijgesteld forfaitair bedrag dat zij hiervoor aanvaardt vanaf 1 januari 2026 van 7 EUR naar 9 EUR per dag. Deze verhoging houdt dus gelijke tred met de verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque (+ 2 EUR).
Een dergelijke maaltijdvergoeding kan je niet cumuleren met een maaltijdcheque.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite