NL
Gepubliceerd op 24/07/2025

Zomerakkoord 2025: belangrijke hervormingen voor de arbeidsmarkt en fiscaliteit

De federale regering heeft op maandag 21 juli 2025 een zomerakkoord gesloten met een reeks belangrijke hervormingen. De maatregelen, die een concrete uitwerking zijn van het regeerakkoord van 31 januari 2025, focussen op de arbeidsmarkt, fiscaliteit en pensioenen.

Voor werkgevers zijn vooral de versoepeling van nachtwerk, fiscaal voordeligere overuren en de inkorting van de opzegtermijn tot maximaal één jaar relevant. Daarnaast moet een pakket fiscale maatregelen de koopkracht van werknemers en ondernemers verhogen.

De meeste van deze wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2026 en verlopen stapsgewijs doorheen de hele legislatuur tot 2029.

Opgelet! 

Deze bespreking is gebaseerd op een politiek akkoord. De concrete wetteksten moeten nog worden opgesteld en goedgekeurd. Het is dus wachten op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.


Inhoudstafel

1. Hervormingen van de arbeidsmarkt

2. Fiscale maatregelen

3. Meerwaardebelasting ook voor aandelengerelateerde beloningen

1. Hervormingen van de arbeidsmarkt

Het zomerakkoord bevat verschillende maatregelen die de arbeidsmarkt flexibeler moeten maken en werk meer moeten laten lonen. Dit sluit aan bij de ambitie uit het regeerakkoord om de werkgelegenheidsgraad te verhogen.

  • Soepeler nachtwerk: De regels rond nachtwerk worden versoepeld om meer flexibiliteit mogelijk te maken. Het zal voortaan mogelijk zijn om ook te werken tussen 20u en 6u terwijl dit nu in principe, behoudens uitzonderingen, verboden is. Bovendien zullen werkgevers minder snel extra premies moeten betalen voor werk tijdens de nacht. Met deze laatste maatregel wordt vooral gedacht aan de e-commerce. Hier zullen de uren tussen middernacht en 5u als nachtarbeid worden beschouwd.
  • Fiscaal voordelige overuren: Het fiscaal voordeel gekoppeld aan het verhoogd overurenkrediet van 180 uren per jaar wordt permanent. Ook de goedkope vrijwillige relance-uren blijven na 2025 bestaan en worden zelfs uitgebreid naar 240 uren per kalenderjaar (in plaats van 120 uren nu).
  • Minimale wekelijkse arbeidsduur: Deeltijdse werknemers moeten op dit moment in principe, behoudens uitzonderingen, een contract krijgen met een wekelijkse arbeidsduur die minstens gelijk is aan ⅓ van een voltijds contract. Deze verplichting verdwijnt zodat werknemers minder uren per week kunnen presteren.
  • Ingekorte opzeggingstermijn
    • Plafonnering van de opzeggingstermijn op 52 weken (1 jaar) bij een ontslag door de werkgever voor arbeidsovereenkomsten die aanvangen vanaf 1 januari 2026;
    • Herinvoering proefperiode in de vorm van een verkorte opzeggingstermijn van 1 week tijdens de eerste 6 maanden van tewerkstelling.
  • Landingsbanen: De Nationale Arbeidsraad (NAR) bracht recent een advies uit over de hervorming van de landingsbanen. De regering wil dit advies volgen. Dit zou betekenen dat:
    • de uitzondering voor een landingsbaan met uitkeringen vanaf 55 jaar wegens lange loopbaan van 35 jaar toch behouden blijft; en
    • vanaf 1 januari 2026 de loopbaanvoorwaarde voor een landingsbaan met uitkeringen vanaf 60 jaar progressief wordt verhoogd. Maar om rekening te houden met de specifieke situatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, wordt voor hen een gedifferentieerd tijdpad uitgewerkt.

2. Fiscale maatregelen

Een groot deel van het akkoord focust op een fiscale hervorming die de koopkracht van de werkenden moet verhogen. Deze maatregelen worden stapsgewijs ingevoerd tussen 2026 en 2029.

  • Meer nettoloon:
    • de belastingvrije som verhoogt;

      Elke persoon heeft recht op een basis belastingvrije som. Dit is een gedeelte van het inkomen dat belastingvrij is. Dit basisbedrag stijgt geleidelijk van 10.910 EUR dit jaar naar 15.300 EUR in 2029 met een eerste verhoging in 2026.

    • de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid hervormt in het voordeel van de alleenstaanden;
    • de werkbonus voor lage inkomens wordt versterkt

      De fiscale werkbonus is een belastingvermindering voor werknemers met een laag loon die recht hebben op een sociale werkbonus (= vermindering van persoonlijke RSZ-bijdragen).

  • Meer gelijke belastingvrije sommen voor kinderen ten laste: Elk kind ten laste geeft recht op een bijkomende belastingvrije som. Momenteel is dit belastingvoordeel niet gelijk voor elk kind. Het doel is een gelijk belastingvoordeel voor elk kind. Hiertoe zal in een eerste stap de belastingvrije som voor het eerste kind verhogen.
  • Bezoldiging gepensioneerden aan vast tarief van 33%: Er wordt een gunstig belastingregime ingevoerd voor gepensioneerden die bijklussen na hun pensioen. Het belastingtarief bedraagt 33% i.p.v. de opklimmende belastingtarieven.
  • Afbouw huwelijksquotiënt: Wanneer een gezamenlijke aanslag wordt gevestigd en slechts één van de echtgenoten of samenwonenden geen of een laag beroepsinkomsten heeft, wordt een deel van de meestverdienende partner toegekend aan deze partner. Dit gedeelte wordt afzonderlijk belast alsof het een eigen inkomen is van de partner. Dit is louter een fiscale techniek om de gezamenlijke belasting te doen dalen. Dat deel bedraagt nu 30% van het globale beroepsinkomsten, doch mag niet hoger zijn dan 13.460 EUR (bedrag 2025).De afbouw zal verschillend zijn voor niet-gepensioneerden en gepensioneerden. Voor gepensioneerden wordt een afbouwscenario voorzien van 20 jaar.
  • Auteursrechten: Sinds de wijzigingen in het fiscale gunstregime voor de vergoeding bij afstand van auteursrechten, gold dit gunstregime niet langer voor inkomsten uit softwareontwikkeling. Softwareontwikkeling kan terug genieten van het stelsel van auteursrechten.
  • De belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt afgeschaft.
  • Vennootschapsbelasting: optrekken van het bedrag van de minimum bezoldiging en indexatie. Het standaardtarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 25%. Voor KMO’s wordt dit tarief voor de eerste schijf van 100.000 EUR winst verlaagd naar 20%.Om van het verlaagd tarief te kunnen genieten, moet een vennootschap aan minstens één bedrijfsleider een minimum bezoldiging van 45.000 EUR toekennen. Om te vermijden dat zelfstandigen enkel om fiscale redenen een vennootschap oprichten, wordt de vereiste minimum bezoldiging opgetrokken naar 50 000 EUR. Dit bedrag zal voortaan jaarlijks geïndexeerd worden.
  • Beperking voordelen van alle aard (de "20%-regel"): De regering wil de druk op brutoloon verminderen door “bovenmatig” gebruik van forfaitaire gewaardeerde voordelen van alle aard (VAA) te ontmoedigen. Het betreft onder meer de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen, het privégebruik van een laptop, smartphone, de terbeschikkingstelling van nutsvoorzieningen in combinatie met een woning, enz. Als de totale (forfaitaire) waarde van deze voordelen meer dan 20% van de totale belastbare bezoldiging bedraagt, zal de werkgever of onderneming een afzonderlijke, niet-aftrekbare heffing van 7,5% verschuldigd zijn op het deel dat de 20% grens overschrijdt. Voor bedrijfsleiders betekent dergelijke overschrijding het verlies van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.

3. Meerwaardebelasting ook voor aandelengerelateerde beloningen

Vanaf 1 januari 2026 geldt een meerwaardebelasting van 10% op bepaalde financiële activa. Ook aandelengerelateerde beloningen verkregen in de arbeidsrelatie zijn gevat door deze nieuwe belasting. Het is daarbij niet de bedoeling dat het goedgunstig verkregen voordeel in de arbeidsrelatie wordt belast.

Voorbeeld: In het kader van een aandelenplan kunnen werknemers inschrijven op aandelen van hun werkgever. De waarde van de aandelen bedraagt 100 EUR. De werknemers kunnen inschrijven voor 80 EUR. Mits voldaan aan een aantal voorwaarden, wordt het voordeel van 20 EUR niet belast. Na enkele jaren verkoopt de werknemer het aandeel voor 130 EUR. De meerwaarde bedraagt 30 EUR (= 130 -100). Het niet belaste voordeel van 20 EUR (= 100- 80) is niet onderworpen aan de meerwaardebelasting.

Een eerste schijf van 10.000 EUR per jaar aan meerwaarden per persoon is vrijgesteld. Het bedrag van de vrijstelling kan onder bepaalde voorwaarden ten belope van maximaal 1.000 EUR per belastbaar tijdperk overgedragen worden, zonder het maximumbedrag van 15.000 EUR te overstijgen..

Bron:https://www.sd.be/ellawebsite