NL
Gepubliceerd op 22/04/2026

Meerwaardebelasting is definitief: wet verschenen in Belgisch Staatsblad

De nieuwe meerwaardebelasting is nu definitief. De wet is op 21 april 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

De regeling geldt vanaf 1 januari 2026 en viseert een ruim toepassingsgebied, waaronder ook bepaalde aandelen en aandelenopties die in de arbeidsrelatie werden verkregen. Voor werkgevers is het vooral van belang dat specifieke regels gelden voor aandelenoptieplannen en aandelen die met korting werden verkregen in het kader van de arbeidsrelatie. Die regels moeten vermijden dat een eerder belast of anders behandeld voordeel nog eens wordt getroffen bij een latere verkoop.

Wat is een meerwaardebelasting?

Definitie

Een meerwaardebelasting is een belasting op de winst die je realiseert op de verkoop van een actief (zoals een aandeel) voor een hogere prijs dan de aanschafwaarde.

We verduidelijken met een voorbeeld.

Een aandeel dat je koopt voor 100 EUR, verkoop je nadien 120 EUR. De meerwaarde bedraagt 20 EUR. Heb je pech en verkoop je het aandeel voor 80 EUR dan is er sprake van een verlies of minderwaarde.

Toepassingsgebied

Het begrip “financiële activa” heeft in het kader van de meerwaardebelasting een erg breed toepassingsgebied. Het heeft ook betrekking op zowel beurs- als niet-beursgenoteerde aandelen en aandelenopties, verkregen in het kader van de arbeidsrelatie.

Een groepsverzekering (tweede pensioenpijler) en het pensioensparen (derde pensioenpijler) worden daarentegen wél uitdrukkelijk uitgesloten.

Belastingtarief: 10%

De belasting bedraagt 10% op de gerealiseerde meerwaarden.

Bij aangifte in de personenbelasting wordt er geen gemeentebelasting berekend op deze heffing.

De regeling geldt enkel voor rijksinwoners. Voor niet-inwoners die rijksinwoner worden (en omgekeerd) gelden er specifieke regels. Zo zullen belastingplichtigen die België verlaten, rekening moeten houden met een zogenaamde “exit-taks”. In deze nieuwsbrief gaan we hier niet verder op in.

Berekeningswijze

De belastbare meerwaarde is gelijk aan het positieve verschil tussen de ontvangen prijs en de aanschaffingswaarde. Voor financiële activa verworven voor 1 januari 2026 en bepaalde financiële activa zoals aandelen met korting verkregen in de arbeidsrelatie gelden specifieke regels om de aanschafwaarde te bepalen.

Geen kosten van de aanschaf of verkoop

Geen enkele kost voor de verkrijging of de verkoop wordt voor de berekening van de meerwaarde in rekening gebracht. Denk bijvoorbeeld aan de taks op de beursverrichtingen of commissie.

Verschillende verkrijgingen met verschillende waarden

Voor de berekening van de meerwaarde geldt de FIFO-methode (FIFO = first in first out).

Bij verkoop van een deel van de activa wordt de meerwaarde berekend op basis van de aankoopprijs van de eerst verworven financiële activa.

Een voorbeeld ter verduidelijking.

Stel: je hebt 3 verschillende aankopen gedaan van eenzelfde aandeel:

  • 10 aandelen werden gekocht aan 100 EUR in 2026;
  • 20 aandelen werden gekocht aan 150 EUR in 2027;
  • 70 aandelen werden gekocht aan 200 EUR in 2028.

Indien 25 aandelen worden verkocht in 2028 voor 200 EUR bedraagt de meerwaarde 1.750 EUR, samengesteld als volgt:

  • 10 x (200 EUR - 100 EUR) = 1.000 EUR;
  • 15 x (200 EUR - 150 EUR) = 750 EUR

Inning van deze belasting

We onderscheiden 2 situaties.

Situatie 1

Er is een in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze tussenbeide komt bij de verkooptransactie bijv. een bankinstelling

Er zijn 2 mogelijkheden:

  • de belasting wordt als bronheffing ingehouden bij de verwezenlijking. De inning, aangifte en betaling zou verlopen zoals voor de roerende voorheffing verschuldigd op dividenden of auteursrechten. De tussenpersoon mag hierbij geen rekening houden met:
    • eventuele minwaarde;
    • de voetvrijstellingen (zie verder ‘Vrijstellingen’);
    • (tijdelijke) hogere aanschafwaarden voor activa in bezit voor 1 januari 2026 (zie verder ‘Inwerkingtreding’).

De bronheffing is bevrijdend. Er is geen vermelding vereist van de meerwaarden in de aangifte in de personenbelasting. Merk op dat dergelijke vermelding wel voordelig kan zijn om te genieten van de voetvrijstelling en/of verrekening van de minderwaarden. Deze vrijstellingen en minderwaarden zijn immers enkel te verkrijgen via de aangifte.

  • de belastingplichtige kiest voor opt-out. De belastingplichtige vraagt om de meerwaardebelasting niet te innen aan de bron. Er is dan geen “prefinanciering” meer door inhouding van roerende voorheffing. Dat is een voordeel in het geval dat de belastingplichtige kan genieten van de voetvrijstelling. Hij moet zelf de meerwaarde aangeven in de aangifte personenbelasting, ongeacht de omvang van de meerwaarde. De (Belgische) tussenpersoon verschaft de fiscus een attest met de nodige gegevens. De details van dit attest worden nog verder uitgewerkt.

Standaard geldt de inhouding van de roerende voorheffing. De opt-outregeling is de uitzondering waarvoor men uitdrukkelijk moet kiezen. Dit is een vrije keuze van de belastingplichtige.

Situatie 2

Er is geen in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze tussen beide komt bij de verkooptransactie.

De belastingplichtige zal de meerwaarden steeds moeten aangeven in zijn aangifte in de personenbelasting.

Bijvoorbeeld: Meerwaarden gerealiseerd op aandelen aangehouden via een buitenlandse effectenrekening.

Vrijstelling meerwaarden

Voetvrijstelling

Een eerste schijf van 10.000 EUR per persoon per jaar is vrijgesteld (= voetvrijstelling). Gehuwden en wettelijk samenwonenden genieten elk een vrijstelling van 10.000 EUR.

Onder bepaalde voorwaarden is een overdracht ten belope van maximaal 1.000 EUR per belastbaar tijdperk mogelijk van het basisbedrag van de vrijstelling zonder het maximumbedrag van 15.000 EUR te overstijgen.

Alle bedragen worden jaarlijks aangepast aan de index.

Minderwaarde

Een minderwaarde of verlies kan in mindering komen van de gerealiseerde meerwaarden in hetzelfde jaar en binnen dezelfde categorie van financiële activa.

Minderwaarden zijn, in tegenstelling tot de voetvrijstellingen, niet overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk.

Voor financiële activa verkregen vóór 1 januari 2026 gaat het om het negatieve verschil tussen de verkregen prijs en de waarde op 31 december 2025.

De minderwaarden zijn, net zoals de voetvrijstellingen, enkel te verrekenen bij een aangifte in de personenbelasting.

Toepassing op beloningen ‘verkregen binnen de arbeidsrelatie’

Specifieke regels

De wet voorziet specifieke waarderingsregels voor aandelenoptieplannen en aandelen met reductie verkregen in het kader van de aandelenoptiewet.

Het is daarbij niet de bedoeling om het verkregen voordeel, met name de ‘prijsreductie’, te belasten.

VERKOOP AANDELEN VERKREGEN BIJ UITOEFENING VAN OPTIES: de waarde op het moment van de uitoefening van de optie

Voorbeeld:

Stel: toekenning in 2026 van een optie met een looptijd van zeven jaar om een aandeel te kopen met een uitoefenprijs van 10 EUR.

De optie is uitoefenbaar vanaf 2031. In 2031 bedraagt de koers van het aandeel 20 EUR.

De belastingplichtige beslist om de optie nog niet uit te oefenen en wacht tot 2033. De koers van het aandeel bedraagt op ogenblik van de uitoefening van de optie: 23 EUR. Het aandeel wordt verkocht in 2034 en de koers van het aandeel bedraagt op dat moment 26 EUR. Voor de berekening van de meerwaardebelasting zal de aanschaffingswaarde 23 EUR bedragen en de meerwaarde bijgevolg 3 EUR. Het verschil tussen waarde op het moment van de uitoefening in 2033, zijnde 23 EUR, en de uitoefenprijs, zijnde 10 EUR, is niet belastbaar als beroepsinkomen en is ook niet belastbaar overeenkomstig de nieuwe meerwaardebelasting.

VERKOOP VAN OPTIES: het hogere bedrag van de marktwaarde van de optie op het moment van mogelijke uitoefening van de optie OF het belastbaar bedrag van het voordeel alle aard volgens de aandelenoptiewet

Voorbeeld:

Stel: toekenning in 2026 van een optie met een looptijd van tien jaar om een aandeel te kopen met uitoefenprijs van 10 EUR.

De fiscale waarde van de optie bedraagt 2,3 EUR.

De optie is overdraagbaar vanaf 2027. De marktwaarde van de optie op dat moment bedraagt 3,5 EUR.

De belastingplichtige beslist om de optie nog niet over te dragen of uit te oefenen en wacht tot 2033 om de optie te verkopen. De waarde van de optie bedraagt op dat moment 4 EUR.

Voor de berekening van de meerwaardebelasting zal de aanschaffingswaarde 3,5 EUR bedragen en de meerwaarde bijgevolg 0,5 EUR. De waarde van de optie op moment van toekenning werd reeds belast als beroepsinkomen in 2026.

VERKOOP AANDELEN VERKREGEN TEGEN VERMINDERDE PRIJS: de waarde van het aandeel of met aandelen gelijkgestelde instrument op het moment van verwerving

Voorbeeld:

Stel dat in 2026 werd ingeschreven op een kapitaalverhoging. De aandelenkoers bedroeg 100 EUR. Men kon inschrijven voor 80 EUR, maar het aandeel was gedurende 5 jaar niet overdraagbaar.

In 2031 werd het aandeel verkocht voor 110 EUR.

Voor de berekening van de meerwaardebelasting zal de aanschaffingswaarde 100 EUR bedragen en de meerwaarde bijgevolg 10 EUR.

Het verschil tussen 80 EUR en 100 EUR is niet belastbaar als beroepsinkomen voor zover de voorwaarden van de artikelen 48 tot 49 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen zijn voldaan.

Inwerkingtreding

De nieuwe regeling is van toepassing vanaf 1 januari 2026. De inhouding van roerende voorheffing is verplicht vanaf 1 juni 2026. Een belastingplichtige heeft wel de keuze om, voor de periode 1 januari tot en met 31 mei 2026, haar tussenpersoon te vragen om een bedrag equivalent aan de roerende voorheffing door te storten naar de fiscus.

Enkel het gedeelte van de meerwaarde gerealiseerd na 31 december 2025 wordt belast. De historische meerwaarden of meerwaarden gerealiseerd vóór 31 december 2025 zijn vrijgesteld.

Fotomoment op 31 december 2025

Voor meerwaarde gerealiseerd op financiële activa verworven voor 1 januari 2026 houdt men rekening met de waarde van deze financiële activa op 31 december 2025 als verkrijgingsprijs (fotomoment).

Het zal dus belangrijk zijn om de waarde op 31 december 2025 te bepalen van financiële activa verkregen vóór 1 januari 2026. Dit kan dan gelden als bewijs bij een latere verkoop. Voor een beursgenoteerd aandeel is dit gemakkelijk. De waarde is gelijk aan de slotkoers op 31 december 2025. Voor niet-beursgenoteerde activa komen er wettelijke waarderingsmethoden.

Tijdelijke overgangsmaatregel

Wanneer de initiële aanschaffingswaarde hoger is dan de waarde op 31 december 2025, dan komt deze initiële waarde in aanmerking mits de belastingplichtige deze kan bewijzen.

Deze tijdelijke overgangsmaatregel zal gelden tot 31 december 2030.

Voorbeeld:

  • Aankoop aandeel in 2020 voor 150 EUR
  • Waarde aandeel op 31/12/2025: 100 EUR
  • Verkoop aandeel in 2026 voor 200 EUR

Op basis van de overgangsregel bedraagt de meerwaarde 50 EUR (= 200 -150) i.p.v. 100 EUR (=200-100) volgens de gewone regeling.

Voor minderwaarden geldt geen gelijkaardige overgangsregeling.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite