NL
Gepubliceerd op 30/04/2026

Sociale partners zien de centenindex liever verdwijnen

Zowel vakbonden als werkgevers zien de geplande centenindex liever verdwijnen. Ze geven aan dat de centenindex in zijn huidige vorm moeilijk werkbaar is en bijzonder complex voor de praktijk.

De sociale partners leggen op de valreep een alternatief plan voor dat ook zal zorgen voor een vertraagde loonindexering, zonder te raken aan de automatische index zelf. Als alternatief stellen ze de voor om in te grijpen in de indexberekening zelf, met name een tragere doorwerking van de energieprijzen in de indexberekening. Dit voorstel is gelanceerd vanuit de Groep van 10, het hoogste overlegorgaan tussen vakbonden en werkgeversorganisaties.

Kans op succes

Of het alternatief plan politiek haalbaar is, blijft voorlopig erg onzeker.

Voor de regering ligt de schrapping van de centenindex politiek erg gevoelig. De maatregel is immers onderdeel van bredere begrotingsafspraken. De verwachte opbrengst van de centenindex zou tegen 2030 heel aanzienlijk zijn voor de overheid. De budgettaire impact van het alternatief, is nog onduidelijk.

De timing is alvast bijzonder krap. De centenindex maakt deel uit van een ruimer pakket maatregelen opgenomen in een omvangrijke programmawet, die volgende week opnieuw op de parlementaire agenda staat.

We verwachten dat er snel duidelijkheid komt tenzij de stemming opnieuw wordt uitgesteld.

Tot zolang gaan we verder met alle voorbereidingen met het oog op de centenindex vanaf 1 juni 2026.

Van zodra er meer nieuws bekend is, brengen we u op de hoogte.

Geplande centenindex: bijzonder complex voor de praktijk

De maatregel bestaat uit 2 onderdelen:

  • de beperking van de loonindexering zelf;
  • de bijzondere loonmatigingsbijdrage;

Beperking loonindexering

De geplande tijdelijke beperking van de loonindexering voor brutolonen boven 4.000 euro bruto vanaf 1 juni 2026 lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: wie meer verdient, krijgt op zijn basisloon boven die grens geen of slechts een gedeeltelijke indexering. Achter die ogenschijnlijk heldere regel schuilt echter een bijzonder complexe uitvoering.

De moeilijkheid zit in de manier waarop lonen in België worden geïndexeerd. Dé index bestaat niet. De praktische uitvoering verschilt van sector tot sector.

De loonindexering in de privésector gebeurt op basis van sectorale regels met sterk uiteenlopende berekeningswijzen en indexering op verschillende tijdstippen (bv. op een vast moment aan het begin van het jaar, een kwartaal of maandelijks, of op een variabel tijdstip bij overschrijding van een spilindex).

Voor ambtenaren gebeurt een verhoging van 2 procent telkens wanneer de spilindex wordt overschreden.

Eén algemene maatregel betekent voor de praktijk veel diverse manieren van uitwerking afhankelijk van het toepasselijke indexeringsmechanisme.

De maatregel heeft echter ook een belangrijke budgettaire en economische dimensie.

Bijzondere loonmatigingsbijdrage

Beperking van de indexering betekent een daling van de loonkosten voor werkgevers. Samen met de centenindex is dan ook voorzien dat ondernemingen slechts de helft van het financiële voordeel mogen houden. De andere helft gaat naar de overheid via een nieuwe bijzondere loonmatigingsbijdrage voor de werkgever. Ook die nieuwe regeling zorgt voor een complexe uitvoering (administratieve verzwaring en juridische complexiteit).

Bovendien wil de regering de nieuwe loonmatigingsbijdrage ‘na afloop van de matigingsperiode’, als een permanente werkgeversbijdrage blijven innen, terwijl het loonkostenvoordeel - volgens de werkgeversorganisaties - slechts een tijdelijk/in de tijd afnemend effect heeft op de loonkost van de werkgevers in de privésector.

Sociale partners leggen alternatief op tafel

Als alternatief stellen de sociale partners voor om in te grijpen in de indexberekening zelf, met name een tragere doorwerking van de energieprijzen in de indexberekening.

De redenering is dat stijgende gasprijzen vandaag relatief snel in de inflatie terechtkomen, terwijl gezinnen die impact niet noodzakelijk onmiddellijk voelen (bijvoorbeeld omdat door een energiecontract met vaste tarieven). Een tragere verwerking van energieprijzen zou ook zorgen voor een vertraagde loonindexering, zonder te raken aan de automatische index zelf.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite