Op 1 februari 2026 past de NMBS/SNCB haar prijzen aan. Ook de De Lijn, TEC en MIVB passen hun tarieven aan vanaf 1 februari.
Dit heeft mogelijk een impact voor de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer van werknemers.
Trein
De tarieven voor de treinkaarten verhogen vanaf 1 februari 2026 met 2,14%. De abonnementen voor trajecten langer dan 120 km worden wel goedkoper. De maximale afstand verlaagt immers van 150 naar 120 km.
Sectoren die voor de tussenkomst verwijzen naar een percentage van de prijs van de treinkaart, zullen een verhoging moeten doorvoeren.
Andere sectoren passen de forfaitaire tabel werkgeversbijdrage treinkaart toe. De werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart wijzigde in juni 2024.
Voor de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2029 zal een jaarlijkse aanpassing op 1 februari volgen. De verhoging zal jaarlijks maximum 2,5% bedragen.
De NAR zal een nieuwe tabel publiceren die van toepassing is vanaf 1 februari 2026.
Voor sectoren die deze forfaitaire tabel toepassen, zal er in 2026 dus een aanpassing volgen.
Door de toename van het telewerk ontwikkelde de NMBS een nieuwe formule: 'Flex abonnement'. Dit abonnement is interessant voor werknemers die zich 2 of 3 dagen per week verplaatsen naar het werk.
De forfaitaire tabel voorziet hier ook een tussenkomst op basis van de verschillende formules: 6, 10, 80 of 120 reisdagen. Ook de werkgeverstussenkomst in het Flex abonnement past aan op 1 februari.
Ander openbaar vervoer
Voor de terugbetaling van de vervoerskosten aan de werknemers die zich verplaatsen met de metro, bus, tram of waterbus geldt geen minimumafstand meer.
Hier maken we een onderscheid tussen:
De Lijn, TEC en MIVB voorzien een aanpassing van hun tarieven vanaf 1 februari.
Heel wat sectoren voorzien afwijkende bepalingen. Het is dus van belang de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst te raadplegen.
Privévervoer
Voor werknemers die het woon-werkverkeer met eigen vervoer afleggen, verwijzen collectieve arbeidsovereenkomsten op sectoraal of ondernemingsvlak vaak naar de werkgeversbijdrage in de treinkaart.
Die bedragen wijzigen in 2026, dus er zal ook een aanpassing zijn voor die sectoren.
Er zijn ook sectoren waar de tussenkomst op een andere manier berekend wordt.
Dit is bijvoorbeeld het geval in sectoren waar de werkgeverstussenkomst berekend wordt volgens een percentage (volledig of gedeeltelijk) op de treintarieven. De werkgeverstussenkomst zal op dezelfde manier stijgen als de treintarieven verhogen volgens het indexmechanisme dat in de sector is afgesproken.
Overeenkomst derde betaler
De tariefverhoging van de NMBS vanaf 1 februari 2026 heeft ook gevolgen voor de derdebetalersregeling.
Bij deze regeling betaalt de werkgever minstens 80% van de kostprijs van het treinabonnement rechtstreeks aan de NMBS.
De werknemer hoeft zelf niets te betalen. De overheid financiert immers het resterend percentage (ten hoogste 20%).
Fietsvergoeding
Het maximaal vrijgestelde bedrag van de fietsvergoeding verhoogde op 1 januari 2026 tot 0,37 EUR per getrapte woon-werkkilometer.
Sinds 1 mei 2023 hebben we ook een suppletieve cao fietsvergoeding voor werkgevers die geen fietsvergoeding toekennen op basis van een cao op collectief of ondernemingsvlak. Die bedraagt sinds 1 januari 2026 0,30 EUR/km.
Voor beide fietsvergoedingen geldt voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen en belastingen een maximumgrens van 3.700 EUR per jaar per werknemer en per werkgever. Het deel dat dit grensbedrag overschrijdt, is loon en dus onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen en belastingen.
Sectoren die verwijzen naar deze fietsvergoedingen, zullen de fietsvergoeding moeten aanpassen.
Er zijn ook sectoren die een afwijkend bedrag voor de fietsvergoeding voorzien. Hier is het dus ook van belang om de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst te raadplegen.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite