Nu de zomerse temperaturen in het land zijn, is het voor werkgevers cruciaal om de regels rond werken bij warm weer te kennen. De welzijnswetgeving verplicht namelijk de werkgevers om werknemers te beschermen tegen de risico's van overmatige warmte.
De actiewaarden voor blootstelling aan warmte zijn gebaseerd op de WBGT-index ('wet-bulb globe temperature') en de fysieke werkbelasting. Hoe zwaarder de fysieke arbeid, hoe lager de maximale toegelaten WBGT-waarde. Bij overschrijding van deze waarden moet de werkgever concrete maatregelen nemen. Denk daarbij aan het inlassen van extra rustpauzes, verfrissende drank ter beschikking stellen of er voor zorgen dat zijn werknemers over persoonlijke beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld een zonnescherm) beschikken.
Het type maatregelen is afhankelijk van de temperatuur en hoe lang deze temperaturen aanhouden, de aard van het werk en of er sprake is van ozonpieken.
Wat betekent dit voor de werkgever?
1. Algemeen kader
2. De WBGT-index voor blootstelling aan warmte
2.1. Actiewaarden
2.2. Voorbeelden fysieke werkbelasting
2.3. WBGT-index
3. Overschrijding actiewaarden: stel vooraf een programma op!
4. Overmatige warmte houdt aan
5. Plan hittegolf en ozonpieken
6. Bijkomende informatie
De welzijnswetgeving voorziet regels met betrekking tot werken bij hoge temperaturen.
De nadruk ligt voornamelijk op preventie. De werkgever moet in samenwerking met de externe preventiedienst een risicoanalyse uitvoeren. Hij houdt hierbij rekening met onder andere de fysieke werkbelasting, de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid. Op basis van de resultaten van die risicoanalyse moet de werkgever gepaste preventiemaatregelen nemen.
De actiewaarden voor blootstelling aan warmte zijn gebaseerd op de WBGT-index ('wet-bulb globe temperature') en de fysieke werkbelasting. Hoe zwaarder de fysieke arbeid, hoe lager de maximale toegelaten WBGT-waarde.
Fysieke werkbelasting Maximale WBGT-index
licht of zeer licht 29
halfzwaar 26
zwaar 22
zeer zwaar 18
De FOD WASO voorziet een aantal voorbeelden van fysieke werkbelasting:
De WBGT-index bepalen kan met een vochtige globethermometer of door omrekening. De vochtige globethermometer houdt niet alleen rekening met de temperatuur zoals een gewone thermometer, maar bijvoorbeeld ook met de luchtvochtigheid. De FOD WASO voorziet op haar website de nodige informatie om de WBGT-index te berekenen wanneer er geen vochtige globethermometer beschikbaar is.
Bij overschrijding van de actiewaarden, volgens de tabel, moet de werkgever een aantal maatregelen nemen om de blootstelling aan warmte en de daaruit voorvloeiende risico's proberen te voorkomen of tot een minimum te beperken.
De werkgever stelt hiervoor op voorhand een programma van technische en organisatorische maatregelen op. Hij kan bijvoorbeeld:
Dit programma wordt, na advies van de bevoegde preventieadviseurs en/of het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), opgenomen in het globaal preventieplan.
Als het te warm wordt (volgens bovenstaande tabel) moet de werkgever het programma uitvoeren.
Als de overmatige warmte aanhoudt, neemt de werkgever volgende maatregelen:
De werknemers die rechtstreeks blootgesteld zijn aan zonnestralen moeten individuele of collectieve beschermingsmiddelen krijgen.
Bij aanhoudend warm weer is er een verhoogd risico op hoge ozonconcentraties. Blootstelling aan ozon van klimatologische oorsprong houdt eveneens een arbeidsrisico in.
Dit wil zeggen dat de werkgever ook in dat geval maatregelen moet treffen. De werkgever doet dit best door bijvoorbeeld:
De FOD WASO voorziet op haar website meer informatie over de maatregelen door de werkgever en rechten van de werknemers bij warm weer.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite