NL
Gepubliceerd op 31/03/2026

Vrijwillige overuren: stand van zaken en wat te doen op 1 april 2026

De regering wil vanaf 1 april 2026 het systeem van de voordelige vrijwillige overuren hervormen en uitbreiden. De wet die dit moet invoeren zal echter niet tijdig klaar zijn. Maar er zijn mogelijkheden voor werkgevers en werknemers die vanaf 1 april 2026 verder goedkope vrijwillige overuren kunnen presteren.

Hervorming en uitbreiding vrijwillige overuren

Een werkgever kon een werknemer per kalenderjaar tot 120 gewone vrijwillige overuren laten presteren. Dit zijn overuren met overloontoeslag, met RSZ en met BV. Tussen 1 januari 2026 en 31 maart 2026 kwamen daar ook nog eens 120 relance-uren bij: dat zijn bijkomende vrijwillige overuren zonder overloontoeslag, zonder RSZ en zonder BV.

Deze twee systemen verdwijnen vanaf 1 april 2026. 

Vanaf dan zal een werknemer bij zijn werkgever tot 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar kunnen presteren. 

Tot 240 van deze vrijwillige overuren zal de werkgever zonder overloontoeslag en zonder RSZ en BV, zijnde netto, kunnen uitbetalen.

Onder de nieuwe regels geldt een schriftelijk akkoord van de werknemer om vrijwillige overuren te presteren voor een jaar en wordt het telkens met een jaar stilzwijgend verlengd. Opzegging van het akkoord kan op elk moment, door werkgever en werknemer, met een termijn van een maand.

Startdatum 1 april 2026 niet haalbaar

De wet die de hervorming doorvoert, zal echter niet vóór 1 april 2026 het volledig parlementair proces hebben doorlopen. Definitieve goedkeuring zal vermoedelijk pas voor eind april zijn.

Dat betekent dat op 1 april 2026, officieel, de volgende wettelijke regels gelden over het presteren van vrijwillige overuren:

  • maximaal 120 gewone vrijwillige overuren per kalenderjaar;
  • te betalen met overloontoeslag, RSZ en BV;
  • te presteren na voorafgaand schriftelijk akkoord van de werknemer voor een maximale hernieuwbare periode van 6 maanden.

Relance-uren zijn niet meer mogelijk want deze regeling eindigt op 31 maart 2026.

Wat te doen op 1 april?

De nieuwe wet bepaalt dat de gewijzigde regels in werking zullen treden op 1 april 2026, desnoods met terugwerkende kracht dus. Alleen is dat maar officieel als de wet definitief is goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Een vervelende situatie voor werkgevers en werknemers: zij kunnen tot dan in principe geen geldig akkoord sluiten om gebruik te maken van de nieuwe regeling vrijwillige overuren.

Werkgevers hebben echter een aantal opties om op deze situatie te anticiperen.

1. Anticiperen op retroactieve werking van de wet

De nieuwe wet zal, als ze het goedkeuringsproces helemaal doorlopen heeft, met terugwerkende kracht gelden vanaf 1 april 2026.

Men zou ervoor kunnen kiezen om na 1 april 2026 en voordat de nieuwe regels officieel van kracht worden tóch al een akkoord te sluiten en vrijwillige overuren te laten presteren op basis van de nieuwe regels (tot 360 vrijwillige overuren in 2026, waarvan tot 240 uur zonder overloontoeslag, zonder RSZ en BV).

Het akkoord geldt dan voor een bepaalde duur van een jaar en wordt telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van een jaar. Het kan door werkgever of werknemer op elk moment worden opgezegd met een opzeggingstermijn van een maand.

Deze werkwijze is niet juridisch waterdicht omdat het akkoord wordt gesloten op basis van regels die officieel nog niet bestaan. Het risico van deze manier van werken is echter laag. Omdat het quasi zeker is dat de regeling er zal komen en dus met terugwerkende kracht zal gelden, zal ook het “ongeldige” akkoord met retroactieve werking toch geldig worden.

2. Anticiperen op geldigheid lopend akkoord

Partijen die meer zekerheid wensen, kunnen als alternatief anticiperen op een overgangsmaatregel die in de nieuwe wet staat voor “lopende akkoorden” op 1 april 2026.

De nieuwe wet zal namelijk bepalen dat een akkoord om vrijwillige overuren te presteren voor een periode die afloopt na 1 april 2026, ook geldig is om vrijwillige overuren te presteren onder de toepassing van de nieuwe regels. Voorwaarde is dat de werknemer zijn akkoord gaf vóór 1 april 2026.

Werkgevers en werknemers die na 1 april 2026 onder toepassing van de nieuwe regels verder vrijwillige overuren willen presteren zouden dus uiterlijk op 31 maart 2026 nog een schriftelijk akkoord kunnen sluiten:

  • het akkoord wordt geldig gesloten onder de huidige regels: schriftelijk, voor een periode van maximaal 6 maanden en voordat de vrijwillige overuren worden gepresteerd;
  • de retroactieve werking van de (aankomende) nieuwe wet garandeert dat dit akkoord ook na 1 april 2026 geldig is om vrijwillige overuren te presteren volgens de nieuwe regels (tot 360 vrijwillige overuren, waarvan tot 240 uur zonder overloontoeslag, zonder RSZ en BV);
  • het akkoord behoudt zijn waarde totdat de geldigheidsduur ervan verstrijkt.

Een nadeel is dat het akkoord maximaal zes maanden geldig is en werkgever en werknemer na afloop een nieuw akkoord zullen moeten sluiten.

Werkgever en werknemer kunnen natuurlijk ook op het moment dat de nieuwe regels officieel van kracht worden, een bestaand akkoord in onderling akkoord beëindigen en een nieuw akkoord volgens de nieuwe regels sluiten.

Let op: bestaande akkoorden blijven dus geldig onder de nieuwe regels maar moeten ook verder gerespecteerd worden. Als het akkoord bijvoorbeeld vermeldt dat de werknemer maximaal 100 vrijwillige overuren wil presteren of geen vrijwillige overuren wil presteren op woensdag moeten deze modaliteiten ook nagekomen worden.

Wat met deeltijdse werknemers?

De nieuwe wet voert beperkingen in voor deeltijdse werknemers die vrijwillige overuren willen presteren. Vanaf 1 april 2026 kan een deeltijdse werknemer alleen vrijwillige overuren presteren:

  • wanneer zich een tijdelijke vermeerdering van werk voordoet en
  • op voorwaarde dat hij al minstens drie jaar werkt op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst

De nieuwe wet voorziet voor deeltijdse werknemers echter ook in een overgangsregeling: de beperkende regels gelden niet voor deeltijdse werknemers die op de datum van publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad verbonden zijn door een akkoord om vrijwillige overuren te presteren.

Werkgevers en deeltijdse werknemers die nog zonder bovenstaande beperkingen vrijwillige overuren willen presteren doen er dan ook goed aan om nog ten laatste op 31 maart 2026 een akkoord te sluiten.

Akkoorden gesloten na deze datum bieden onvoldoende rechtszekerheid om deeltijdse werknemers zonder bovenstaande beperkingen verder vrijwillige overuren te laten presteren.

Wat met de fiscale en de RSZ-vrijstelling?

Ook de RSZ- en de fiscale reglementering moeten nog aangepast worden om ervoor te zorgen dat tot 240 vrijwillige overuren vrij van RSZ en BV kunnen uitbetaald worden. Maar ook dat werk zal nog niet rond zijn voor 1 april 2026.

Echter ook hier zal men het nodige doen opdat de vrijstellingen met terugwerkende kracht zullen gelden vanaf 1 april 2026.

Wat met al voor 1 april 2026 gepresteerde vrijwillige overuren en relance-uren?

Volgens de nieuwe regels kan een werknemer vanaf 1 april 2026 bij een werkgever per kalenderjaar tot 360 vrijwillige overuren presteren, waarvan tot 240 uur zonder overloon, RSZ of BV kunnen uitbetaald worden.

Welke van de werkwijzen om een akkoord te sluiten men ook kiest, vrijwillige overuren en relance-uren die een werknemer vóór 1 april 2026 al presteerde moeten in 2026 op deze totalen in mindering gebracht worden. Relance-uren moeten dus in mindering gebracht worden van de 240 vrijwillige overuren die zonder overloon, RSZ of BV kunnen uitbetaald worden.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite