NL
Gepubliceerd op 22/01/2026

Vlaanderen verscherpt regels voor economische arbeidsmigratie

Vanaf 1 januari 2026 wijzigt het Vlaamse Gewest sommige regels over de arbeidskaarten en de single permits.

Niet-EER-onderdanen hebben in principe een single permit of arbeidskaart nodig om in Vlaanderen te werken. De arbeidskaart geldt voor tewerkstellingen tot 90 dagen, en de single permit voor langere periodes. Beide documenten worden verder in dit artikel als ‘toelating tot arbeid’ vernoemd. 

Situering

De Vlaamse regering zet in op een verscherpt en geïntegreerd arbeidsmigratiebeleid. Ze legt de nadruk op hooggeschoolde kennismigratie en het invullen van middengeschoolde knelpuntberoepen die een meerwaarde betekenen voor de economie en samenleving.

Deze wijzigingen vormen een eerste deel van de uitwerking van dit aangescherpt migratiebeleid.

In een volgende stap focust de regering op de omzetting van de richtlijn 2024/1233 van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven. Deze wijzigingen zullen deels via een nieuw samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de regio’s worden doorgevoerd. De besprekingen hierover zijn aan de gang.

Aanpassingen aan categorieën waarvoor een vermoeden van tekort op de arbeidsmarkt bestaat

Vacatures voor hoogeschoolde profielen

Voor hoogeschoolde profielen blijft de Vlaamse overheid toelatingen tot arbeid toekennen op voorwaarde dat ze een bepaald kwalificatieniveau (hoger onderwijs) kunnen aantonen en dat ze een bepaalde jaarloongrens bereiken.

De betrokken werkgever moet hier niet bewijzen dat hij niemand op de arbeidsmarkt vindt.

De Vlaamse overheid eist nu wel dat de arbeidsovereenkomst van de hooggeschoolde bepaalde verplichte elementen bevat, onder meer:

  • het nummer en de benaming van het paritaire comité waaronder de werkgever valt;
  • de functie van de werknemer en de classificatie van de functie. Op die manier wil de Vlaamse overheid nagaan of de op te nemen functie overeenstemt met het niveau van hoger onderwijs. Hooggeschoolden die een functie op een lager niveau willen uitoefenen (bijvoorbeeld een middengeschoolde functie) kunnen niet langer toelating verkrijgen via de categorie hooggeschoolden.

Vacatures die op de ‘ruime’ VDAB-knelpuntberoepenlijst staan (categorie overige)

Wervingsinspanningen door de werkgever

Zo moet de werkgever bewijzen van wervingsinspanningen toevoegen aan de aanvraag. Het gaat om stappen die de werkgever onderneemt om een kandidaat uit een EER-lidstaat aan te werven. Daarbij moet de werkgever ook bereid zijn om opleidingsinitiatieven te voorzien om de functie ingevuld te krijgen.

Bovendien geldt er in de volgende drie specifieke gevallen voortaan een weerlegbaar vermoeden dat er voldoende geschikte kandidaten aanwezig zijn:

  • wanneer de lokale spanningsindicator voor de betreffende functie tijdens de volledige periode van 4 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag van toelating tot arbeid, groter of gelijk is aan 12.

    De spanningsindicator meet de krapte op de arbeidsmarkt. Hij geeft de verhouding weer tussen het aantal werkzoekenden zonder werk, in bemiddeling, en het aantal beschikbare vacatures. Als deze verhouding groot is, verloopt het invullen van jobs vlotter.

    De VDAB stelt deze informatie publiek ter beschikking op hun website.

  • wanneer de gevraagde kwalificaties niet in verhouding staan tot de functie. De vereisten opgenomen in de vacature zijn strenger dan de vereisten voor de loutere uitoefening van de functie.

  • wanneer de werkgever tijdens de vacature geen medewerking verleent bij de bemiddeling door VDAB.

De werkgever kan dit vermoeden weerleggen in de informatie die hij aanlevert aangaande wervingsinspanningen.

De overheid kan in geval van twijfel extra advies vragen aan de VDAB.

Laaggeschoolden

Laaggeschoolden zullen geen knelpuntberoepen meer kunnen uitoefenen. Laaggeschoolden hebben maximum het niveau 2 in de Vlaamse kwalificatiestructuur, dit is hoogstens de tweede graad van het beroepsonderwijs.

Laaggeschoolden worden nog voor seizoenarbeid in de tuinbouw, landbouw en horeca toegelaten, en dit voor maximum vijf maanden per periode van twaalf maanden.

Seizoenarbeiders

Voor de aanvraag van een toelating tot arbeid voor seizoenarbeiders is niet langer een voorafgaand arbeidsmarktonderzoek nodig. Er is een vermoeden van tekort voor seizoenarbeid.

De regering voegt wel een bijkomende voorwaarde toe. Zo moet voortaan de uit te voeren functie op de VDAB-knelpuntberoepenlijst staan.

Nieuwe weigerings- en intrekkingsgronden

Vlaanderen breidt de facultatieve weigerings- en intrekkingsgronden voor toelatingen tot arbeid uit.

Voortaan kan zij een toelating ook weigeren of intrekken als:

  • de werkgever of hun bestuurders in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een sanctie hebben gekregen voor bepaalde overtredingen (o.a. tewerkstelling van werklozen, valsheid, oplichting of mensenhandel);
  • de werkgever, mandataris of werknemer in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag onjuiste, vervalste of onrechtmatig verkregen gegevens of verklaringen heeft gebruikt;
  • het personeelsbestand van de onderneming voor meer dan 80% bestaat uit buitenlandse arbeidskrachten met een toelating tot arbeid van bepaalde duur.

Invoering van een financiële bijdrage (retributie)

De werkgever zal een financiële bijdrage aan de Vlaamse overheid moeten betalen voor elke aanvraag van een single permit (eerste aanvraag en hernieuwing). De retributie wordt niet gevraagd voor de aanvraag van een arbeidskaart tot 90 dagen.

Het precieze bedrag en de datum van inwerkingtreding moet nog worden bepaald. Het bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden.

Deze nieuwe bijdrage komt bovenop de bestaande federale retributie die werkgevers betalen aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

Overgangsbepalingen

De nieuwe regels treden in werking op 1 januari 2026.

Voor aanvragen van toelatingen tot arbeid die voordien zijn ingediend, blijven de oude regels nog gelden.

Toelatingen tot arbeid in de categorie ‘overige’ die vóór 1 januari 2026 zijn verleend, blijven geldig tot hun vervaldatum. Aanvragen tot hernieuwing van deze toelatingen, ingediend door dezelfde werkgever voor dezelfde functie, worden eveneens beoordeeld volgens de bepalingen die van kracht waren vóór 1 januari 2026.

https://www.sd.be/ellawebsite