Begrip
Een individuele beroepsopleiding (IBO) is een specifiek type van werkplekleren. Het gaat om competentieversterking in het kader van een openstaande vacature in een onderneming, vzw of overheidsorganisatie waar de opleiding plaatsvindt. De IBO moet de competentiekloof tussen de vereisten voor een specifieke vacature en een potentiële kandidaat overbruggen via opleiding op de werkvloer.
Voorwaarden IBO-cursist
Een IBO-cursist moet bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende ingeschreven zijn en bijkomend aan volgende voorwaarden voldoen:
Een IBO-plus is een IBO die verstrekt wordt aan:
Bijkomend moet cumulatief aan volgende voorwaarden voldaan worden:
Langdurig werkzoekende behoren niet langer tot de doelgroep van de IBO-plus.
De IBO-werkgever die een werkzoekende kandidaat wil opleiden, moet een IBO-aanvraag indienen op het digitale platform van de VDAB.
De VDAB beslist over de aanvraag van de IBO binnen zeven werkdagen nadat de VDAB het volledige en correcte dossier heeft ontvangen en op voorwaarde dat de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.
Bij een IBO-plus heeft de VDAB tien werkdagen de tijd om een beslissing te nemen.
De IBO-werkgever die een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding wil sluiten, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
Voor de start van de IBO wordt tussen de VDAB, de IBO-cursist en de IBO-werkgever een overeenkomst gesloten.
De overeenkomst bevat al de volgende elementen:
Het opleidingsplan is een bijlage bij de IBO-overeenkomst die er volledig deel van uitmaakt en volgende elementen bevat:
De VDAB bepaalt de duurtijd van de IBO.
De duurtijd bedraagt ten minste vier weken en ten hoogste zesentwintig weken.
De IBO vindt minstens halftijds plaats, met een minimum van 17,5 uur per week.
In afwijking hiervan kan de IBO-plus minder dan 17,5 uur per week duren als de IBO-cursist een vastgestelde medische problematiek heeft die een duur van minder dan 17,5 uur per week kan verantwoorden.
Verlenging IBO
De VDAB beslist over de verlenging van de IBO.
De totale duurtijd van de IBO inclusief verlengingen mag ten hoogste zesentwintig weken bedragen.
De IBO-werkgever die een IBO wil verlengen, moet zijn vraag tot verlenging minstens veertien dagen vóór de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd aan de VDAB bezorgen.
De volgende oorzaken kunnen aanleiding geven tot een verlenging:
IBO na IBO-plus
Na een IBO-plus kan aansluitend een IBO opgestart worden. De duurtijd voor de IBO-plus en de IBO samen bedraagt maximaal tweeënvijftig weken, waarvan de IBO-plus en de IBO individueel elk maximaal zesentwintig weken mogen duren.
Tijdens de duur van de IBO behouden IBO-cursisten hun eventuele uitkering en krijgen ze een IBO-premie. Deze premie wordt niet langer bepaald op basis van het GGMMI, maar aan de hand van een rekensleutel die aansluit bij de sectorale realiteit.
Bij een gewone IBO
De IBO-premie wordt berekend in een voltijdse regeling op basis van volgende formule:
(brutoloon na aanwerving - 13,07% (RSZ-werknemer)) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X percentage.
Het vervangingsinkomen kan een werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering of leefloon zijn.
De IBO-werkgever kan voor het percentage in de formule kiezen tussen 70%, 80%, 90% en 100%. Dit percentage wordt voor de start van de IBO gekozen door de IBO-werkgever en blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.
Om de IBO-premie te berekenen, blijft het brutoloon na aanwerving tijdens de volledige duur van de IBO hetzelfde als bij de start van de IBO.
De IBO-premie kan wijzigen als het vervangingsinkomen van de IBO-cursist wijzigt.
Om het bedrag van de IBO-premie te bepalen, wordt met de volgende elementen rekening gehouden:
De VDAB geeft iedere maand per mail het bedrag van de IBO-premie door aan de IBO-werkgever. Dat bedrag komt overeen met de IBO-premie voor een volledige voltijdse maand.
Dit betekent dat de werkgever zelf de premie moet proratiseren volgens het tewerkstellingspercentage.en de vergoedbare dagen. Ook moet hij nog zelf de bedrijfsvoorheffing (minimum 11,11%) aftrekken.
Welke dagen zijn vergoedbaar?
Bij een IBO-plus
Bij een IBO-plus is het percentage vast en betaalt de VDAB de premie die wordt berekend op basis van volgende formule:
((brutoloon na aanwerving - RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X 70%.
Bij een IBO-plus is er dus geen keuze in percentage. Het toegepaste percentage is steeds 70%.
Ook op de premie bij een IBO-plus houdt de VDAB bedrijfsvoorheffing in.
Betaling van de premie
Bij een gewone IBO betaalt de werkgever de IBO-premie.
Bij een IBO-plus is dit de VDAB.
De IBO-werkgever verwerkt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-premie.
Bij een IBO-plus gebeurt de verwerking door de VDAB. Dit ook uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd op voorwaarde dat de IBO-werkgever tijdig de prestaties bevestigt op het digitale platform van de VDAB.
Bij een deeltijdse IBO wordt de IBO-premie berekend volgens de tewerkstellingsbreuk.
De IBO-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.
Als de IBO-cursist een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval heeft gehad, betaalt de IBO-werkgever/VDAB de IBO-premie voor de eerste dertig dagen van de arbeidsongeschiktheid. Als de IBO-overeenkomst voortijdig wordt beëindigd tijdens deze dertig dagen is de IBO-premie alleen verschuldigd tot het einde van de IBO.
Een feestdag wordt aanzien als aanwezigheid en daarvoor ontvangt de IBO-cursist een IBO-premie.
Verplaatsingsvergoeding
De IBO-cursist die een IBO volgt, ontvangt een verplaatsingsvergoeding onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor een werknemer.
De verplaatsingsvergoeding wordt eveneens uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd door de IBO-werkgever betaald.
Verzekeringen
De IBO-werkgevers verzekeren de IBO-cursisten tegen arbeidsongevallen tijdens de opleiding en op de weg van en naar de opleidingsplaats.
De IBO-werkgevers moeten eveneens een verzekering voor de dekking van hun burgerlijke aansprakelijkheid en voor hun buitencontractuele aansprakelijkheid afsluiten, ten aanzien van de IBO-cursist en derden. En voor de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de buitencontractuele aansprakelijkheid van de IBO-cursist ten aanzien van de IBO-werkgever en derden voor schade die is berokkend tijdens de uitvoering van de IBO, behoudens voor bedrog, zware fout of een herhaalde lichte fout.
VDAB beslist
Als de VDAB beslist de IBO voortijdig te beëindigen, is de VDAB geen enkele vergoeding verschuldigd aan de IBO-cursist, de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid.
Blijkt een IBO niet passend te zijn, kunnen alle partijen tot veertien dagen na de start van de IBO een schriftelijke en gemotiveerde vraag stellen om voortijdig te beëindigen zonder nadelige gevolgen op voorwaarde dat VDAB akkoord gaat.
Bij een IBO met een IBO-cursist met een vastgestelde medische problematiek kan een IBO voortijdig beëindigd worden als blijkt dat de IBO-cursist meer uren aankan dan de lopende IBO om vervolgens aansluitend een nieuwe IBO te starten waarbij dezelfde voorwaarden van toepassing blijven, behalve de wekelijkse duurtijd die verhoogd wordt.
Indien de IBO voortijdig beëindigd wordt omwille van langdurige afwezigheid door een medische problematiek kan er nadien een nieuwe IBO bij dezelfde IBO-werkgever in dezelfde functie opgestart worden voor de resterende duurtijd van de eerste IBO.
VDAB bemiddelt
Als een van de contracterende partijen aangeeft de IBO-overeenkomst voortijdig te willen beëindigen, heeft de VDAB tot drie werkdagen, vanaf de ontvangst van de melding van een van de contracterende partijen, om te bemiddelen om een voortijdige beëindiging te voorkomen.
De vraag tot voortijdige beëindiging wordt minstens veertien dagen vóór de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd bezorgd aan de VDAB.
Schadevergoeding
Als de IBO-werkgever de IBO-overeenkomst voortijdig beëindigt zonder overleg met de VDAB, als de VDAB niet akkoord gaat met de voortijdige beëindiging of als de IBO-overeenkomst beëindigd wordt door een foutieve houding van de IBO-werkgever, is de IBO-werkgever de IBO-cursist een schadevergoeding verschuldigd die overeenstemt met:
De IBO-werkgevers verbinden er zich toe met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur te sluiten.
In afwijking hiervan kunnen de IBO-werkgevers met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluiten, op voorwaarde dat de IBO-werkgevers aan de VDAB aantonen dat die keuze overeenstemt met het gangbare aanwervingsbeleid.
De IBO-cursist krijgt een arbeidsovereenkomst voor de aangeleerde functie voor een duur die minstens gelijk is aan de duur van de IBO, onder de voorwaarden die voor dat beroep gelden, en minstens in dezelfde arbeidsregeling als tijdens de IBO in de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid.
De IBO-cursist ontvangt minimaal het loon van een geschoolde werknemer dat van toepassing is in het geldende paritair comité.
Als de onderneming tijdens de IBO is overgenomen, wordt de verplichting om de IBO-cursist in dienst te nemen, opgenomen door de overnemende onderneming in geval van overgang van de onderneming krachtens overeenkomst.
De IBO-cursist die een IBO heeft gevolgd, heeft recht op een attest van de verworven competenties. Dit attest wordt uitgereikt door de VDAB.
De IBO wordt volledig uitgevoerd op de aangeduide werkvloer bij de IBO-werkgever. Als er een externe opleiding, die is opgenomen in het opleidingsplan, plaatsvindt bij een andere opleidingsverstrekker, maakt die externe opleiding volledig deel uit van de IBO. De opleiding bij een opleidingsverstrekker die niet de IBO-werkgever is, kan maximaal de helft van de duur van de IBO in beslag nemen.
Schadevergoeding
Als de IBO-werkgever de tewerkstellingsverbintenis niet naleeft, is de IBO-werkgever, onverminderd de wettelijke en conventionele bepalingen over de arbeidsovereenkomsten, een schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het resterende gedeelte van het loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.
De overeenkomsten die betrekking hebben op de individuele beroepsopleidingen die zijn ingegaan vóór 1 januari 2026, lopen verder volgens de regelgeving die van toepassing is op 31 december 2025.
Overeenkomsten afgesloten vanaf 1 januari 2026 vallen onder de gewijzigde regels.