NL
Gepubliceerd op 22/01/2026

Vlaanderen: hervorming IBO gepubliceerd

Wat is een IBO?

Begrip

Een individuele beroepsopleiding (IBO) is een specifiek type van werkplekleren. Het gaat om competentieversterking in het kader van een openstaande vacature in een onderneming, vzw of overheidsorganisatie waar de opleiding plaatsvindt. De IBO moet de competentiekloof tussen de vereisten voor een specifieke vacature en een potentiële kandidaat overbruggen via opleiding op de werkvloer.

Voorwaarden IBO-cursist

Een IBO-cursist moet bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende ingeschreven zijn en bijkomend aan volgende voorwaarden voldoen:

  1. niet eerder in de onderneming, de vzw of de administratieve overheid gewerkt hebben, met uitzondering van maximaal vier weken tijdelijke tewerkstelling in het jaar vóór de start van de IBO waarbij de IBO-werkgever de kandidaat-IBO-cursist geen ontslag gegeven mag hebben, met uitzondering van het statuut als jobstudent;
  2. geen ontslag genomen hebben om de IBO te starten. In afwijking daarvan kan een werkzoekende die ontslag genomen heeft, wel starten met een IBO als het ontslag paste in een duurzame loopbaanwending, op voorwaarde dat de VDAB akkoord gaat met de motivatie van de werkzoekende;
  3. niet als zelfstandige in hoofdberoep actief zijn en niet als zelfstandige in bijberoep actief zijn in dezelfde functie als de functie waarop de IBO betrekking heeft;
  4. geen arbeidsovereenkomst van meer dan een halftijds uurrooster hebben;
  5. beschikken over geldige verblijfsdocumenten vóór de start en gedurende de IBO;
  6. deelnemen aan de evaluaties van de IBO.

Wat is een IBO-plus?

Een IBO-plus is een IBO die verstrekt wordt aan:

  • de niet-werkende werkzoekende met een arbeidsbeperking of een indicatie van een arbeidsbeperking;
  • personen ten laste van het RIZIV die actieve stappen naar tewerkstelling zetten;
  • de gedetineerde of de niet-werkende werkzoekende die beperkte detentie of elektronisch toezicht heeft.

Bijkomend moet cumulatief aan volgende voorwaarden voldaan worden:

  • er moet een verschil zijn tussen de functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat. De functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat komen tot uiting in het opleidingsplan;
  • de IBO-cursist bevindt zich in één van de 3 doelgroepen;
  • de IBO-werkgever geeft een voldoende motivering aan en duidt welke bijkomende ondersteuning hij kan aanbieden om de IBO-cursist extra te ondersteunen tijdens de IBO-plus. Dit wordt weergegeven in het opleidingsplan.

Langdurig werkzoekende behoren niet langer tot de doelgroep van de IBO-plus.

Aanvraag IBO/IBO-plus

De IBO-werkgever die een werkzoekende kandidaat wil opleiden, moet een IBO-aanvraag indienen op het digitale platform van de VDAB.

De VDAB beslist over de aanvraag van de IBO binnen zeven werkdagen nadat de VDAB het volledige en correcte dossier heeft ontvangen en op voorwaarde dat de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.

Bij een IBO-plus heeft de VDAB tien werkdagen de tijd om een beslissing te nemen.

Verplichtingen IBO-werkgever

De IBO-werkgever die een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding wil sluiten, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. de vestigingsplaats waar de IBO plaatsvindt, ligt in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De vestigingsplaats is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  2. de IBO-werkgever stelt na de uitvoering van de IBO de IBO-cursist tewerk in dezelfde vestiging of in een andere vestiging met hetzelfde ondernemingsnummer. De IBO-cursist kan alleen in een andere vestiging met hetzelfde ondernemingsnummer werken als de IBO-cursist akkoord gaat;
  3. de IBO-werkgever heeft geen enkele openstaande financiële schuld ten opzichte van de VDAB;
  4. de IBO-werkgever gaat de verbintenis aan om de IBO-cursist op te leiden tot de functie die in de IBO-overeenkomst staat en alleen opdrachten te laten uitvoeren die in overeenstemming zijn met de functie die in de IBO-overeenkomst is opgenomen;
  5. de IBO-werkgever verwerkt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-premie en de verplaatsingsvergoedingen en betaalt deze vervolgens via een bankoverschrijving aan de IBO-cursist;
  6. de IBO-werkgever ontslaat geen vaste werknemers of zet geen lopende IBO-overeenkomsten stop om een IBO te starten;
  7. de onderneming is vóór de startdatum van de IBO minstens zes maanden officieel opgericht
  8. de IBO-werkgever is niet het voorwerp van een uitsluiting of van een onderzoek tot uitsluiting bij de VDAB;
  9. de IBO-werkgever neemt deel aan de evaluaties van de IBO;
  10. de IBO-werkgever verbindt er zich toe om de regelgeving over het welzijn op het werk na te leven
  11. de begeleider op de werkvloer van de IBO-cursist is minstens zes maanden in de onderneming aangeworven en heeft minstens twee jaar beroepservaring;
  12. als de onderneming een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is of een feitelijke vereniging, kan een IBO alleen opgestart worden als de identificatiegegevens van de IBO-werkgever bekend zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  13. de IBO-werkgever stelt de IBO-cursist niet ter beschikking van een andere onderneming of werkgever;
  14. de IBO-werkgever registreert de IBO-cursist in Dimona vóór de start van de IBO.

IBO-overeenkomst

Voor de start van de IBO wordt tussen de VDAB, de IBO-cursist en de IBO-werkgever een overeenkomst gesloten.

De overeenkomst bevat al de volgende elementen:

  1. de identiteit van de partijen;
  2. de begindatum van de IBO en de einddatum;
  3. de omschrijving, de inhoud en de doelstelling van de IBO;
  4. de rechten en plichten van de partijen, waaronder deze vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende en de wetgeving op de arbeidsbescherming
  5. de plaats van de uitvoering van de IBO;
  6. de wekelijkse duur van de IBO;
  7. de wijze van berekening van de IBO-premie;
  8. de manier waarop een einde kan worden gemaakt aan de IBO;
  9. het opleidingsplan dat opgemaakt is door de IBO-werkgever en goedgekeurd is door de VDAB.

Opleidingsplan

Het opleidingsplan is een bijlage bij de IBO-overeenkomst die er volledig deel van uitmaakt en volgende elementen bevat:

  1. de identiteit van de IBO-cursist en de IBO-werkgever;
  2. het contractnummer;
  3. de omschrijving van de competenties die aangeleerd moeten worden;
  4. als dat van toepassing is, de externe opleiding of de opleiding die op een VDAB-vloer wordt gegeven;
  5. de geschatte tijd om de competenties aan te leren.

Duurtijd IBO

De VDAB bepaalt de duurtijd van de IBO.

De duurtijd bedraagt ten minste vier weken en ten hoogste zesentwintig weken.

De IBO vindt minstens halftijds plaats, met een minimum van 17,5 uur per week.

In afwijking hiervan kan de IBO-plus minder dan 17,5 uur per week duren als de IBO-cursist een vastgestelde medische problematiek heeft die een duur van minder dan 17,5 uur per week kan verantwoorden.

Verlenging IBO

De VDAB beslist over de verlenging van de IBO.

De totale duurtijd van de IBO inclusief verlengingen mag ten hoogste zesentwintig weken bedragen.

De IBO-werkgever die een IBO wil verlengen, moet zijn vraag tot verlenging minstens veertien dagen vóór de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd aan de VDAB bezorgen.

De volgende oorzaken kunnen aanleiding geven tot een verlenging:

  1. arbeidsongeschiktheid van de IBO-cursist door ziekte, een ongeval, een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval;
  2. sluiting van de onderneming door staking, slechte weersomstandigheden, collectieve sluiting of overmacht;
  3. jaarlijkse vakantie van de IBO-cursist;
  4. pedagogische redenen.

IBO na IBO-plus

Na een IBO-plus kan aansluitend een IBO opgestart worden. De duurtijd voor de IBO-plus en de IBO samen bedraagt maximaal tweeënvijftig weken, waarvan de IBO-plus en de IBO individueel elk maximaal zesentwintig weken mogen duren.

IBO-premie

Tijdens de duur van de IBO behouden IBO-cursisten hun eventuele uitkering en krijgen ze een IBO-premie. Deze premie wordt niet langer bepaald op basis van het GGMMI, maar aan de hand van een rekensleutel die aansluit bij de sectorale realiteit.

Bij een gewone IBO

De IBO-premie wordt berekend in een voltijdse regeling op basis van volgende formule:

(brutoloon na aanwerving - 13,07% (RSZ-werknemer)) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X percentage.

Het vervangingsinkomen kan een werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering of leefloon zijn.

De IBO-werkgever kan voor het percentage in de formule kiezen tussen 70%, 80%, 90% en 100%. Dit percentage wordt voor de start van de IBO gekozen door de IBO-werkgever en blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.

Om de IBO-premie te berekenen, blijft het brutoloon na aanwerving tijdens de volledige duur van de IBO hetzelfde als bij de start van de IBO.

De IBO-premie kan wijzigen als het vervangingsinkomen van de IBO-cursist wijzigt.

Om het bedrag van de IBO-premie te bepalen, wordt met de volgende elementen rekening gehouden:

  1. voor de start van de IBO wordt het bedrag van de IBO-premie bepaald op de startdag van de IBO;
  2. voor de volgende maanden van de IBO wordt er rekening gehouden met de evolutie van het bedrag van het vervangingsinkomen van de IBO-cursist en wordt het bedrag van de IBO-premie berekend op die basis.

De VDAB geeft iedere maand per mail het bedrag van de IBO-premie door aan de IBO-werkgever. Dat bedrag komt overeen met de IBO-premie voor een volledige voltijdse maand.

Dit betekent dat de werkgever zelf de premie moet proratiseren volgens het tewerkstellingspercentage.en de vergoedbare dagen. Ook moet hij nog zelf de bedrijfsvoorheffing (minimum 11,11%) aftrekken.

Welke dagen zijn vergoedbaar?

  • de dagen waarop effectief prestaties geleverd worden;
  • wettelijke feestdagen die binnen de IBO-periode vallen;
  • eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid omwille van arbeidsongeval of arbeidswegongeval of indien het einde van de IBO tijdens deze 30 dagen valt, tot het einde van de IBO.

Bij een IBO-plus

Bij een IBO-plus is het percentage vast en betaalt de VDAB de premie die wordt berekend op basis van volgende formule:

((brutoloon na aanwerving - RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X 70%.

Bij een IBO-plus is er dus geen keuze in percentage. Het toegepaste percentage is steeds 70%.

Ook op de premie bij een IBO-plus houdt de VDAB bedrijfsvoorheffing in.

Betaling van de premie

Bij een gewone IBO betaalt de werkgever de IBO-premie.

Bij een IBO-plus is dit de VDAB.

De IBO-werkgever verwerkt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-premie.

Bij een IBO-plus gebeurt de verwerking door de VDAB. Dit ook uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd op voorwaarde dat de IBO-werkgever tijdig de prestaties bevestigt op het digitale platform van de VDAB.

Bij een deeltijdse IBO wordt de IBO-premie berekend volgens de tewerkstellingsbreuk.

De IBO-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.

Als de IBO-cursist een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval heeft gehad, betaalt de IBO-werkgever/VDAB de IBO-premie voor de eerste dertig dagen van de arbeidsongeschiktheid. Als de IBO-overeenkomst voortijdig wordt beëindigd tijdens deze dertig dagen is de IBO-premie alleen verschuldigd tot het einde van de IBO.

Een feestdag wordt aanzien als aanwezigheid en daarvoor ontvangt de IBO-cursist een IBO-premie.

Verplaatsingsvergoeding

De IBO-cursist die een IBO volgt, ontvangt een verplaatsingsvergoeding onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor een werknemer.

De verplaatsingsvergoeding wordt eveneens uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd door de IBO-werkgever betaald.

Verzekeringen

De IBO-werkgevers verzekeren de IBO-cursisten tegen arbeidsongevallen tijdens de opleiding en op de weg van en naar de opleidingsplaats.

De IBO-werkgevers moeten eveneens een verzekering voor de dekking van hun burgerlijke aansprakelijkheid en voor hun buitencontractuele aansprakelijkheid afsluiten, ten aanzien van de IBO-cursist en derden. En voor de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de buitencontractuele aansprakelijkheid van de IBO-cursist ten aanzien van de IBO-werkgever en derden voor schade die is berokkend tijdens de uitvoering van de IBO, behoudens voor bedrog, zware fout of een herhaalde lichte fout. 

Einde overeenkomst

VDAB beslist

Als de VDAB beslist de IBO voortijdig te beëindigen, is de VDAB geen enkele vergoeding verschuldigd aan de IBO-cursist, de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid.

Blijkt een IBO niet passend te zijn, kunnen alle partijen tot veertien dagen na de start van de IBO een schriftelijke en gemotiveerde vraag stellen om voortijdig te beëindigen zonder nadelige gevolgen op voorwaarde dat VDAB akkoord gaat.

Bij een IBO met een IBO-cursist met een vastgestelde medische problematiek kan een IBO voortijdig beëindigd worden als blijkt dat de IBO-cursist meer uren aankan dan de lopende IBO om vervolgens aansluitend een nieuwe IBO te starten waarbij dezelfde voorwaarden van toepassing blijven, behalve de wekelijkse duurtijd die verhoogd wordt.

Indien de IBO voortijdig beëindigd wordt omwille van langdurige afwezigheid door een medische problematiek kan er nadien een nieuwe IBO bij dezelfde IBO-werkgever in dezelfde functie opgestart worden voor de resterende duurtijd van de eerste IBO.

VDAB bemiddelt

Als een van de contracterende partijen aangeeft de IBO-overeenkomst voortijdig te willen beëindigen, heeft de VDAB tot drie werkdagen, vanaf de ontvangst van de melding van een van de contracterende partijen, om te bemiddelen om een voortijdige beëindiging te voorkomen.

De vraag tot voortijdige beëindiging wordt minstens veertien dagen vóór de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd bezorgd aan de VDAB.

Schadevergoeding

Als de IBO-werkgever de IBO-overeenkomst voortijdig beëindigt zonder overleg met de VDAB, als de VDAB niet akkoord gaat met de voortijdige beëindiging of als de IBO-overeenkomst beëindigd wordt door een foutieve houding van de IBO-werkgever, is de IBO-werkgever de IBO-cursist een schadevergoeding verschuldigd die overeenstemt met:

  • de som van alle vergoedingen voor het resterende gedeelte van de opleiding;
  • én het loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de periode die overeenstemt met de duur van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.

Tewerkstellingsverbintenis

De IBO-werkgevers verbinden er zich toe met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur te sluiten.

In afwijking hiervan kunnen de IBO-werkgevers met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluiten, op voorwaarde dat de IBO-werkgevers aan de VDAB aantonen dat die keuze overeenstemt met het gangbare aanwervingsbeleid.

De IBO-cursist krijgt een arbeidsovereenkomst voor de aangeleerde functie voor een duur die minstens gelijk is aan de duur van de IBO, onder de voorwaarden die voor dat beroep gelden, en minstens in dezelfde arbeidsregeling als tijdens de IBO in de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid.

De IBO-cursist ontvangt minimaal het loon van een geschoolde werknemer dat van toepassing is in het geldende paritair comité.

Als de onderneming tijdens de IBO is overgenomen, wordt de verplichting om de IBO-cursist in dienst te nemen, opgenomen door de overnemende onderneming in geval van overgang van de onderneming krachtens overeenkomst.

De IBO-cursist die een IBO heeft gevolgd, heeft recht op een attest van de verworven competenties. Dit attest wordt uitgereikt door de VDAB.

De IBO wordt volledig uitgevoerd op de aangeduide werkvloer bij de IBO-werkgever. Als er een externe opleiding, die is opgenomen in het opleidingsplan, plaatsvindt bij een andere opleidingsverstrekker, maakt die externe opleiding volledig deel uit van de IBO. De opleiding bij een opleidingsverstrekker die niet de IBO-werkgever is, kan maximaal de helft van de duur van de IBO in beslag nemen.

Schadevergoeding

Als de IBO-werkgever de tewerkstellingsverbintenis niet naleeft, is de IBO-werkgever, onverminderd de wettelijke en conventionele bepalingen over de arbeidsovereenkomsten, een schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het resterende gedeelte van het loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.

Overgangsregeling en inwerkingtreding

De overeenkomsten die betrekking hebben op de individuele beroepsopleidingen die zijn ingegaan vóór 1 januari 2026, lopen verder volgens de regelgeving die van toepassing is op 31 december 2025.

Overeenkomsten afgesloten vanaf 1 januari 2026 vallen onder de gewijzigde regels.

https://www.sd.be/ellawebsite