NL
Gepubliceerd op 21/05/2025

Vlaams Opleidingsverlof: aanpassingen vanaf 1 september 2025

De Vlaamse regering wil een aantal aanpassingen doorvoeren vanaf 1 september 2025.

Het gaat om een aantal tijdelijke maatregelen voor schooljaar 2025-2026, zoals: de doelgroep, het loonforfait en het gemeenschappelijk initiatiefrecht.

Verder voorziet de Vlaamse regering een aantal maatregelen die gelden vanaf schooljaar 2025 voor onbepaalde duur, zoals: het schrappen van een aantal opleidingen en richtlijnen in de uitzendsector.

We bespreken eerst de maatregelen die voor het schooljaar 2025-2026 van toepassing zijn.

Deeltijdse werknemers

Een werknemer moet voor minstens 80% tewerkgesteld zijn en minstens gemiddeld 28 uur per week werken om recht te hebben op Vlaams opleidingsverlof.

Werknemers die halftijds werken hebben voor het schooljaar 2025-2026 geen recht op Vlaams Opleidingsverlof.

Terugbetaling aan de werkgever

Het loon dat de werkgever terugbetaald krijgt voor de uren opleidingsverlof is beperkt tot een forfait.

Het forfaitair daalt tijdelijk van 21,30 naar 14,91 EUR per uur Vlaams opleidingsverlof.

Gemeenschappelijk initiatiefrecht

Zowel werkgever als werknemer kunnen sinds schooljaar 2021-2022 het initiatief nemen tot het volgen van een opleiding.

Dat betekent dat de werknemer recht heeft op 125 uren op initiatief van de werknemer zelf en 125 uren op initiatief van de werkgever.

De werknemer kan dus maximum 250 uren Vlaams opleidingsverlof opnemen.

De werkgever geeft in de aanvraag tot terugbetaling aan of de werknemer de opleiding op eigen initiatief of op voorstel van de werkgever volgt.

De volgende maatregelen zijn van toepassing vanaf 1 september 2025 voor onbepaalde duur.

Uitgesloten opleidingen

Volgende activiteiten geven geen recht op Vlaams opleidingsverlof:

  • onthaaltrajecten;
  • begeleiding van een startende collega door meter/peter;
  • een online aanbod van opleidingsvideo’s;
  • lunch and learn sessies;
  • bedrijfstheater;
  • lerende netwerken;
  • intervisie.

Uitzendsector

Voor de uitzendsector gelden een aantal voorwaarden:

  • De gebruiker moet behoren tot het toepassingsgebied van het Vlaams Opleidingsverlof, m.a.w. onder de CAO wet vallen.
  • Het uitzendbureau moet de terugbetaling doorstorten aan de gebruiker.
  • Het uitzendbureau mag een administratieve kost aanrekenen aan de gebruiker, maar mag hiervoor geen percentage van de terugbetaling achterhouden. De afspraken over die kost moeten opgenomen worden in een overeenkomst tussen uitzendbureau en gebruiker.

Opgelet!

Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. De Vlaamse Regering heeft dit besluit principieel goedgekeurd. Nu moeten nog het advies van de SERV en de Raad van State volgen.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite