Vóór de zomer kondigde de regering aan dat werkgevers binnenkort verplicht een mobiliteitsbudget moeten aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen.
De beoogde startdatum van 1 januari 2026 is echter nog niet helemaal zeker. De werkgeverskant dringt aan op een uitstel, en voorlopig ontbreken duidelijke instructies (en wetteksten). Mogelijk komt er dus een uitstel, al is ook dat momenteel nog niet beslist.
Hoewel de timing en de definitieve regels nog niet vastliggen, is het voor werkgevers cruciaal om zich nu al voor te bereiden op deze aankomende verplichting.
Van optie naar verplicht aanbod
Een werknemer die zijn (recht op een) bedrijfswagen opgeeft, kan ter compensatie een mobiliteitsbudget ontvangen, gelijk aan de reële jaarlijkse werkgeverskost van die wagen (de total cost of ownerschip of TCO). Dit budget kan hij besteden aan een combinatie van duurzame vervoermiddelen.
Momenteel geldt dit alleen op voorwaarde dat de werkgever in deze mogelijkheid voorziet. Hij is daartoe niet verplicht. Weldra zullen werkgevers wél verplicht een mobiliteitsbudget moeten aanbieden aan werknemers met (recht op) een bedrijfswagen. De werknemer behoudt zelf de keuze om al dan niet in te gaan om het aanbod van zijn werkgever.
Modaliteiten nog onduidelijk
Verschillende belangrijke modaliteiten moeten nog worden uitgewerkt. Onder meer volgende punten liggen op de onderhandelingstafel:
- wachttermijn: momenteel kan een werkgever het mobiliteitsbudget pas invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget, één of meerdere wagens ter beschikking stelde. Deze wachttermijn van 3 jaar zou toch niet komen te vervallen;
- niet-sedentaire profielen (bijvoorbeeld commerciële of technische functies): er komt mogelijks een uitzondering op het verplichte aanbod voor deze categorie van werknemers of een uitzondering op de keuzevrijheid (verplichte keuze in pijler 1);
- vereenvoudiging berekening budget: er is een voorstel om de berekening van het budget via de forfaitaire formule te vereenvoudigen. Het variabel deel, waarin onder meer rekening gehouden wordt met de woon-werkafstand van de betrokken werknemer, wil men mogelijks vervangen door een forfaitair bedrag;
- huisvestingskosten: werknemers die binnen een straal van 10 km van de normale plaats van tewerkstelling wonen, kunnen hun huisvestingskosten via het mobiliteitsbudget laten terugbetalen. Men bekijkt of men het plafond van het budget voor de vergoeding van deze kosten zou beperken;
- …
Inwerkingtreding
De regering mikte initieel op 1 januari 2026. Deze datum is echter nog niet helemaal zeker.
Een uitstel naar bijvoorbeeld 1 januari 2027 is mogelijk, al is die beslissing nog niet genomen.
En wat met het mobiliteitsbudget voor iedereen?
Het regeerakkoord voorziet ook de intentie om het mobiliteitsbudget op termijn open te stellen voor alle werknemers, ook zij zonder recht op een bedrijfswagen. Over de timing en de uitwerking van deze zogenaamde “fase 2” is nog geen verdere informatie beschikbaar.
Wat betekent dit voor de werkgever?
Hoewel de concrete uitwerking en timing nog niet vastliggen, is het voor werkgevers sterk aangeraden om zich nu al voor te bereiden op deze verplichting. Er komt heel wat kijken bij de invoering van een mobiliteitsbudget.
Werkgevers kunnen volgende stappen al ondernemen:
- berekenen kost wagenpark: het mobiliteitsbudget is gebaseerd op de TCO van de bedrijfswagen. Werkgevers kunnen nu al een berekening maken per bedrijfswagen, zodat ze weten met welke budgetten ze straks kunnen werken;
- evalueren mobiliteitsbeleid: het is belangrijk dat werkgevers nu al nadenken welke rol de bedrijfswagen vanaf 2026 nog zal spelen binnen de onderneming en welke alternatieven wenselijk zijn;
- verkennen tools: een mobiliteitsbudget beheren kan complex zijn;
- voorbereiden administratie: het mobiliteitsbudget vraagt om duidelijke (gebruiks-)overeenkomsten en een sluitende administratie. Contracten, policies en processen moeten op tijd klaar zijn;
- informeren werknemers: werkgevers informeren best nu al hun medewerkers over de komst van het mobiliteitsbudget en luisteren naar hun wensen en noden om het aanbod beter af te stemmen.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite