NL
Gepubliceerd op 23/09/2025

Verlenging procedure economische werkloosheid bedienden tot 31 december 2025

Context

Binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR) hebben de sociale partners CAO nr.176 gesloten. Deze suppletieve cao vereenvoudigt de procedure voor de aanvraag van economische werkloosheid voor bedienden aanzienlijk.

Dat neemt echter niet weg dat de onderneming nog altijd moet aantonen dat ze in moeilijkheden verkeert.

Juridische inhoud

1. Ondernemingen in moeilijkheden

Volgende ondernemingen komen in aanmerking als onderneming in moeilijkheden volgens de algemene regeling.

Ondernemingen die ofwel:

  • een belangrijke daling van hun omzet of productie kennen. Dit betekent minstens 10% daling van het omzetcijfer of van de productie in één van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag, vergeleken met hetzelfde kwartaal van één van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaan.
  • veelvuldig gebruik maken van economische werkloosheid voor arbeiders; Dit betekent ten minste 10% van het globaal aantal dagen aangegeven bij de RSZ tijdens het kwartaal voorafgaand aan de aanvraag.
  • een significante daling van bestellingen kennen. Dit betekent minstens 10% daling van de bestellingen in één van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag, vergeleken met hetzelfde kwartaal van één van de twee kalenderjaren die voorafgaan aan de aanvraag.
  • een erkenning krijgen van de minister van Werk als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.

De werkgever moet, samen met het formulier C106A, het bewijs leveren dat hij voldoet aan één van hogervermelde ‘preliminaire’ voorwaarden. Werkgevers onderworpen aan de BTW kunnen het bewijs leveren aan de hand van hun BTW-aangifte. Werkgevers die niet onderworpen zijn aan de BTW kunnen het bewijs leveren met documenten of rechtvaardigingstukken van boekhoudkundige aard, andere dan BTW-aangiften.

2. CAO nr.176 vervangt sector- of ondernemingsCAO of ondernemingsplan


Principe

De werkgever kan pas gebruik maken van de tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek voor bedienden wanneer de regeling omkaderd is in een sectorale- of ondernemingsCAO of in een ondernemingsplan. In het kader van de algemene regeling moet de Commissie Ondernemingsplannen bij de FOD WASO het ondernemingsplan bovendien goedkeuren.

CAO nr. 176 biedt vereiste kader

Voor werkgevers die vandaag nog niet beschikken over zo'n omkadering, biedt de CAO nr.176 het vereiste kader. Zij moeten dus niet meer wachten op een sector- of ondernemingsCAO of op een ondernemingsplan. CAO nr.176 van de NAR maakt deze procedurestap overbodig en zorgt voor de nodige aanvullende omkadering. De CAO heeft een aanvullend karakter.

Dit betekent dat:

  • ondernemingen die toch een eigen CAO of ondernemingsplan wensen, dit nog steeds kunnen voorzien;
  • en bestaande overeenkomsten en plannen onverminderd van toepassing blijven.

Nieuw formulier C106A beschikbaar op website RVA

Er is een nieuw formulier C106A beschikbaar op de website van de RVA, dat toelaat om, indien nodig, de CAO nr.176 als toepasselijk kader aan te duiden. Hierbij vindt u de link: SCHORSING BEDIENDEN WEGENS WERKGEBREK VOOR ONDERNEMINGEN IN MOEILIJKHEDEN – PRELIMINAIRE VOORWAARDEN

In functie van het scenario waarin de onderneming zich bevindt op 1 juli 2025 deelt de RVA de volgende instructies mee:

  • Ondernemingen die reeds een formulier C106A hebben ingediend bij de RVA of bij de Commissie Ondernemingsplannen en die reeds een goedkeuring hebben gekregen op grond van een nieuwe cao of ondernemingsplan, zullen onderworpen zijn aan deze nieuwe regels, met de mogelijkheid om na de afloop van hun cao/ondernemingsplan een beroep te doen op de nieuwe cao nr. 176.
  • Ondernemingen die reeds erkend zijn als onderneming in moeilijkheden op grond van de cao nr. 172, moeten geen nieuw formulier C106A indienen bij de RVA of bij de Commissie Ondernemingsplannen en kunnen tot 31.12.2025 verder gebruik maken van het stelsel tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek bedienden (op voorwaarde dat aan alle voorwaarden is voldaan).
  • Ondernemingen die momenteel in afwachting zijn van een beslissing van de RVA of de Commissie Bedrijfsplannen en die zich tot 30.06.2025 baseerden op cao nr.172, kunnen op verzoek van de werkgever een afwijking op de indieningstermijnen krijgen. 

Zo worden zij, die reeds een nieuw formulier C106A hebben ingediend, niet benadeeld ten opzichte van ondernemingen die nog geen stappen hebben ondernomen en vanaf 01.07.2025 ononderbroken kunnen blijven gebruik maken van het regime van tijdelijke werkloosheid voor bedienden.

3. Overlegprocedure

Met de suppletieve cao nr.176 wil men een maximale werkgelegenheid behouden en ontslagen zo veel mogelijk vermijden.

Daarbij wil men de wettelijke en conventionele procedures voor de inlichting en raadpleging van de werknemers blijven respecteren.

Concreet betekent dit dat de onderneming, voor de invoering van tijdelijke werkloosheid om economische redenen (gehele of gedeeltelijke schorsing):

  • ten minste veertien dagen voor ze dergelijke regelingen kan toepassen, een formulier ter kennis moet geven aan het werkloosheidsbureau van de RVA van de plaats waar de onderneming gevestigd is. Hierbij bewijst zij te voldoen aan de voorwaarden om van deze regelingen gebruik te maken (zie punt 1).
  • de dag zelf van die voorziene kennisgeving aan de RVA, die kennisgeving moet meedelen aan de ondernemingsraad of, wanneer er geen ondernemingsraad is, aan de vakbondsafvaardiging van de onderneming;
  • de werknemers minstens zeven dagen op voorhand, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen, op de hoogte moet brengen van de invoering van de regeling en de uitvoeringsmodaliteiten ervan. Dit moet gebeuren via aanplakking in de lokalen van de onderneming, of een schriftelijke kennisgeving aan elke werknemer van wie de uitvoering van de overeenkomst wordt geschorst.
  • de mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving aan de werknemers de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving op elektronische wijze moet overmaken aan de RVA;
  • op de dag van de aanplakking of schriftelijke kennisgeving aan iedere bediende, de economische redenen die de invoering van deze regeling rechtvaardigen, moet meedelen aan de ondernemingsraad (of de vakbondsafvaardiging wanneer er geen ondernemingsraad is).

4. Supplement ten laste van werkgever

De CAO nr.176 voorziet een supplement ten laste van de werkgever van 6,59 EUR per dag tijdelijke werkloosheid.

Dit supplement moet bovendien minstens gelijk zijn aan het supplement dat de arbeiders van dezelfde werkgever ontvangen bij tijdelijke werkloosheid om economische reden.

Als de onderneming geen arbeiders tewerkstelt, moet het supplement gelijk zijn aan het supplement voorzien door het paritair comité waaronder de onderneming zou ressorteren als ze arbeiders zou tewerkstellen.

Opmerking

Ondernemingen die toch een eigen CAO of ondernemingsplan opmaken, zijn niet gebonden aan het bedrag van 6,59 EUR per werkloosheidsdag.

Zij moeten rekening houden met volgende principes:

  • het bedrag van het supplement: 
    • moet opgenomen worden in de CAO of het ondernemingsplan;
    • is minstens gelijk aan het bedrag dat de arbeiders ontvangen in het kader van tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Wanneer er geen arbeiders zijn, dient het bedrag dat zij zouden ontvangen, indien er arbeiders waren, als uitgangspunt;
  • wanneer het stelsel van tijdelijke werkloosheid voor bedienden is ingesteld door een ondernemingsplan, dan moet het supplement minstens 5 EUR per werkloosheidsdag bedragen. Werkgevers zonder syndicale afvaardiging, die gebruik van de algemene regeling, kunnen een afwijking vragen aan de Commissie Ondernemingsplannen. In dit geval mag het bedrag in geen geval lager zijn dan 2 EUR.

Ook wie onder de toepassing valt van bestaande CAO’s en plannen, is niet gebonden aan het supplement van 6,59 EUR.

Het bedrag dat in het bestaande kader (sectorCAO, ondernemingsCAO of ondernemingsplan) voorzien is, blijft onverminderd gelden.

Het bedrag van 6,59 EUR is indexgebonden en zal telkens op 1 januari aangepast worden.

5. Maximum krediet tijdelijke werkloosheid

Ondernemingen kunnen gedurende een maximum aantal kalenderweken per kalenderjaar gebruik maken van tijdelijke werkloosheid economische redenen voor bedienden. Dit is het zogenaamde maximum krediet.

Het krediet bedraagt:

  • 16 weken per kalenderjaar bij volledige schorsing;
  • en 26 weken per kalenderjaar bij gedeeltelijke schorsing.

Bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke schorsing vormen 2 weken gedeeltelijke schorsing het equivalent van een week volledige schorsing.

6. Inwerkingtreding

De CAO nr. 176 treedt in werking op 1 juli 2025 en loopt af op 31 december 2025.

Ze is van toepassing op de regelingen van volledige of gedeeltelijke schorsing waarvan de begin- en einddatum tijdens de geldigheidsduur van de CAO vallen.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite