De wet die tijdelijke energiesteunmaatregelen invoert, werd op 8 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Deze steunmaatregelen maken deel uit van het federale antwoord op de aanhoudend hoge energie- en brandstofprijzen, die onder meer voelbaar zijn in de woon-werkverplaatsingen van werknemers.
De wet introduceert een tijdelijke fiscale stimulans onder de vorm van een belastingkrediet voor werkgevers die hun tussenkomst in de kosten van woon-werkverplaatsingen verhogen tijdens de maanden mei, juni en juli 2026.
Tegelijk wordt voorzien in een bijkomende fiscale vrijstelling voor werknemers om te vermijden dat de verhoging meteen weer wegvloeit via de personenbelasting.
Principe
Voor de werkgevers geldt een fiscale stimulans onder de vorm van een tijdelijk belastingkrediet, wanneer ze hun tussenkomst in de kosten verbonden aan de woon-werkverplaatsingen verhogen voor de maanden mei, juni en juli 2026.
Mogelijkheid - geen verplichting
Werkgevers kunnen de verhoging doorvoeren, maar zijn daartoe in principe niet verplicht. Er is enkel een verplichting wanneer hun sector de verhoging zou opleggen.
Voorwaarden
Het tijdelijk belastingkrediet kan niet elke verhoging volledig compenseren. Daartoe moet voldaan zijn aan volgende voorwaarden.
De verhoging van de woon-werkvergoeding:
Het bedrag van het belastingkrediet is gelijk aan het aantal kilometer waarvoor de werkgever de verhoogde woon-werkvergoeding toekent, vermenigvuldigd met het bedrag van de verhoging.
De verhoging komt mogelijk niet integraal in aanmerking voor het belastingkrediet. Het bedrag wordt namelijk beperkt tot 20 % van de referentievergoeding, met een maximum van 10 eurocent per kilometer.
Voorbeeld:
Een werkgever die een woon-werkvergoeding toekent van 20 eurocent per kilometer en deze tijdelijk optrekt tot 25 eurocent, zal slechts 4 eurocent kunnen recupereren via het belastingkrediet (20% van 20 eurocent).
De werkgever zal het belastingkrediet moeten aanvragen en daarbij aantonen dat aan alle voorwaarden voldaan is. Er zal dan een volledige verrekening gebeuren met de verschuldigde belasting.
Om te vermijden dat een verhoogde woon-werkvergoeding meteen zou wegbelast worden bij de werknemer, komt er een extra vrijstelling in de personenbelasting.
Deze vrijstelling komt naast en bovenop de bestaande gedeeltelijke vrijstelling ten belope van 500 EUR (bedrag geldig voor inkomstenjaar 2026) van de werkgeverstussenkomst in de kosten voor woon-werkverplaatsingen met eigen vervoer.
De extra vrijstelling blijft beperkt tot het bedrag van de verhoging dat in aanmerking komt voor het belastingkrediet. Het eventuele surplus komt terecht in het bestaande “potje” van 500 EUR. Eens dat potje gevuld is, vormt het surplus een belastbaar beroepsinkomen.
In hogervermeld voorbeeld betekent dit een extra vrijstelling in de personenbelasting van 4 eurocent per kilometer, het surplus van 1 eurocent verhoging komt in het “potje” van 500 EUR terecht.
Niet voor bedrijfsleiders
De steunmaatregelen in het kader van de woon-werkverplaatsingen zijn niet van toepassing op bedrijfsleiders.
Vanaf wanneer
De bepalingen treden in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, meer bepaald op 8 juni 2026.
Wanneer u de woon-werkvergoeding voor uw werknemers die met de wagen pendelen verhoogt voor de maanden mei, juni en juli 2026, kan u deze extra kost compenseren via een tijdelijk belastingkrediet. Enkel het deel van de verhoging dat beperkt blijft tot 20% van de woon-werkvergoeding van de maand april 2026, met een absoluut maximum van 10 eurocent per kilometer, komt voor deze compensatie in aanmerking.
Daarnaast moet de verhoging nog aan andere specifieke voorwaarden voldoen.
Voor de werknemers geldt een extra fiscale vrijstelling, naast en bovenop de bestaande gedeeltelijke vrijstelling ten belope van 500 EUR van de werkgeverstussenkomst in de kosten voor woon-werkverplaatsingen.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite