NL
Gepubliceerd op 06/09/2022

Vanaf 1 september 2022 ook duaal leren in Vlaams volwassenenonderwijs

Situering 

Op 1 september 2018 is in Vlaanderen het duaal leren van start gegaan. Aanvankelijk enkel in het voltijds gewoon secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Vanaf 1 september 2022 komt daar het volwassenenonderwijs bij. 

Tijdens een duale opleiding volgt de cursist een deel van zijn opleiding bij een Centrum voor Volwassenonderwijs (CVO) (onderwijsinstellingscomponent) en een deel op de werkplek in een onderneming (werkplekcomponent). Het is de bedoeling dat de cursist hierbij competenties verwerft die tot een beroepskwalificatie leiden. 

Overeenkomst 

Een driedelige overeenkomst tussen de cursist, een CVO en een onderneming werkt de verschillende aspecten van de duale opleiding verder uit. Het betreft een overeenkomst van bepaalde duur maar die wel schooljaaroverschrijdend kan zijn. De cursist kan opeenvolgende overeenkomsten sluiten met verschillende ondernemingen. De duur van alle overeenkomsten samen mag echter niet meer bedragen dan de duur van het leertraject.

Vlaanderen voorziet 2 nieuwe modelovereenkomsten voor duale opleidingen in het volwassenenonderwijs:

de overeenkomst van duale opleiding (ODO)

Bij een overeenkomst van duale opleiding omvat de duale opleiding gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week opleiding op een werkplek.

de overeenkomst van duale opleiding statuut (ODO-statuut)

Bij een overeenkomst van duale opleiding statuut omvat de duale opleiding gemiddeld op jaarbasis minstens 20 uur per week opleiding op een werkplek.

Leervergoeding 

De cursist ontvangt van de onderneming maandelijks een leervergoeding. Deze leervergoeding bedraagt per uur minimaal 0,21% van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI). De hoogte van de leervergoeding verschilt naargelang het gaat om een overeenkomst van duale opleiding of een overeenkomst van duale opleiding statuut. 

De vergoeding voor een overeenkomst van duale opleiding dekt enkel de opleiding op de werkplek.

De vergoeding voor een overeenkomst van duale opleiding statuut dekt zowel de opleiding in het CVO als op de werkplek. De cursist bouwt hier ook socialezekerheidsrechten op. 

Erkenning onderneming 

Om een ODO of ODO-statuut te kunnen sluiten, moet de onderneming een aanvraag tot erkenning indienen bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren via het digitale loket app.werkplekduaal.be voor ondernemingen.  

De onderneming moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  1. over de nodige uitrusting beschikken om de opleiding mogelijk te maken;
  2. voldoende financiële draagkracht hebben om de continuïteit van de onderneming te waarborgen;
  3. geen veroordelingen hebben opgelopen.

De onderneming moet een mentor aanduiden die de cursist op de werkplek zal opleiden en begeleiden. De mentor moet van onberispelijk gedrag zijn, minstens 25 jaar oud zijn, ten minste 5 jaar praktijkervaring hebben in het beroep en een mentoropleiding volgen. Als de mentor een vooropleiding in het beroep kan voorleggen, kan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren een afwijking goedkeuren: de leeftijd terugbrengen tot 23 jaar of de vereiste praktijkervaring verlagen.

Schorsing 

De overeenkomst wordt geschorst onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde gevallen als vermeld in de Arbeidsovereenkomstenwet. Denk hier bijvoorbeeld aan ziekte, klein verlet … De cursist behoudt zijn leervergoeding tijdens de schorsing, behalve bij arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval of beroepsziekte. 

Als de overeenkomst tijdens de eerste 30 dagen wordt geschorst, wordt de overeenkomst verlengd met de duur van de schorsing. Een schorsing voor of tijdens de opzegtermijn schorst de opzegtermijn niet. 

Einde overeenkomst 

De overeenkomst kan op verschillende manieren eindigen. 

  • gewone wijze om een overeenkomst te beëindigen (bv. onderling akkoord);
  • als de termijn verstreken is;
  • als de cursist de opleiding met vrucht heeft beëindigd;
  • als de mentor overlijdt en geen andere mentor kan worden aangesteld;
  • als er overmacht is waardoor de uitvoering van de overeenkomst definitief onmogelijk wordt;
  • op verzoek van de cursist in geval van faillissement of na overname van de onderneming, tenzij de overnemende onderneming de overeenkomst overneemt. Dat laatste is alleen mogelijk als ook deovernemende onderneming aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet;
  • als de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst langer dan zestig dagen aanhoudt en de onderneming of de cursist de wens uit de overeenkomst niet verder uit te voeren;
  • bij definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel van het CVO;
  • als de cursist de opleiding vroegtijdige stopzet;
  • als de erkenning van de onderneming wordt opgeheven.


De onderneming of de cursist (of zijn wettelijke vertegenwoordiger) kan een reden inroepen die de verbreking van de overeenkomst wettigt, als de cursist, respectievelijk de onderneming:
ernstig tekortschiet in de verplichtingen bij de uitvoering van de overeenkomst; of er omstandigheden zijn die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig belemmeren; of als de cursist wil overschakelen naar een andere opleiding.
De onderneming of de cursist (of zijn wettelijke vertegenwoordiger) moet de trajectbegeleider schriftelijk op de hoogte brengen van de reden. De trajectbegeleider zal dan bemiddelen en proberen de partijen te verzoenen.

Tijdens de eerste 30 dagen van de uitvoering van de overeenkomst kan de onderneming of de cursist de overeenkomst schriftelijk opzeggen. Ze moeten wel een opzeggingstermijn van 7 dagen in acht nemen. Deze termijn gaat in de dag na de ontvangst van de opzegging.

    Gevolgen voor de werkgever

    Vanaf 1 september 2022 kan een werkgever een cursist een werkplek aanbieden voor duaal leren in het volwassenonderwijs. De werkgever moet de cursist een leervergoeding betalen. Verder moet hij zich laten erkenen om deze werkplek te mogen aanbieden.

    Bron: https://www.sd.be/ellawebsite