In de reglementering rond tijdskrediet moeten we een onderscheid maken tussen:
Momenteel ligt de leeftijdsgrens voor het recht op afwezigheid lager dan deze voor het recht op uitkeringen. Met andere woorden: een werknemer kan, onder bepaalde voorwaarden, reeds gebruik maken van het recht op afwezigheid zonder dat hij op dat moment aanspraak kan maken op onderbrekingsuitkeringen. Met de ondertekening van cao nr. 103/7 komt er een einde aan deze discrepantie. Tegelijk verstrengt men de voorwaarden om in een landingsbaan te stappen.
Aanvragen tot 2026: landingsbaan vanaf 55/60 jaar
Werknemers die hun loopbaan willen afbouwen, kunnen onder bepaalde voorwaarden in een landingsbaan stappen. Dit recht kunnen ze opnemen met een onderbrekingsuitkering van de RVA vanaf 60 jaar, en zonder onderbrekingsuitkering vanaf 55 jaar. Beide rechten vereisen een minimumloopbaan van 25 jaar. De berekeningsregels van deze loopbaan zijn opgenomen in cao nr. 103. Merk op! Er gelden nog bijkomende voorwaarden zoals een ondernemingsanciënniteit en een tewerkstellingsvoorwaarde. Pro memorie: er is geen maximumduur voorzien: de uitkeringen lopen door zolang de werknemer in de landingsbaan blijft, tot aan het pensioen.
Aanvragen vanaf 2026: strengere loopbaanvoorwaarden
Landingsbaan pas vanaf 60 jaar
De sociale partners trekken de algemene instapleeftijd voor een landingsbaan op naar 60 jaar. Dit betekent dat het niet langer mogelijk is om in het algemeen stelsel een landingsbaan op te nemen vanaf 55 jaar zonder onderbrekingsuitkering. Zo wordt het recht op afwezigheid opnieuw afgestemd op het recht op uitkeringen.
Verstrenging loopbaanvoorwaarde
Vanaf 1 januari 2026 loopt de loopbaanvoorwaarde stapsgewijs op, met een verschillend tijdpad voor mannen en vrouwen.
Dit geldt zowel voor het recht op uitkeringen als voor het recht op afwezigheid.
| Datum | Vereiste loopbaan (mannen) | Vereiste loopbaan (vrouwen) |
| 1 januari 2026 | 31 jaar | 26 jaar |
| 1 januari 2027 | 32 jaar | 27 jaar |
| 1 januari 2028 | 33 jaar | 28 jaar |
| 1 januari 2029 | 34 jaar | 29 jaar |
| 1 januari 2030 | 35 jaar | 30 jaar |
Een vrouw die in 2026 60 jaar wordt en dan 26 loopbaanjaren heeft, kan nog instappen in het algemeen stelsel van de landingsbanen. Voor een man ligt de lat hoger: hij moet op dat moment een loopbaan van minstens 31 jaar kunnen aantonen, en zal dus nog even moeten doorwerken. De sociale partners hebben afgesproken om de loopbaanvoorwaarde voor vrouwen in 2029 te evalueren.
Aangepaste berekening van de langere loopbaan
Om het vereiste aantal loopbaanjaren te bepalen, telt men alle dagen die in aanmerking komen bij elkaar op. Het totaal van die dagen wordt vervolgens gedeeld door 312. Het resultaat is het aantal loopbaanjaren. De dagen die meetellen, bestaan uit twee categorieën: de effectieve arbeidsdagen en de gelijkgestelde dagen. Voor de algemene regeling van landingsbanen vanaf 60 jaar komt er een aanpassing van de gelijkgestelde periodes. De regels zijn afgestemd op de manier waarop het beroepsverleden van de landingsbanen met uitkeringen wegens lange loopbaan van 35 jaar wordt berekend.
De RVA zal - net zoals vandaag – de loopbaan vooraf kunnen berekenen via het formulier C61 – Beroepsverleden tijdskrediet landingsbaan.
Uitzonderingsstelsels landingsbanen voor aanvragen tot 2026
Landingsbaan zonder onderbrekingsuitkering vanaf 50 jaar
Bepaalde werknemers hebben de mogelijkheid hun arbeidsprestaties al vanaf 50 jaar te verminderen zonder uitkeringen.
Zo wordt de leeftijdsvoorwaarde verlaagd tot 50 jaar voor werknemers:
Landingsbaan met onderbrekingsuitkering vanaf 55 jaar
Voor bepaalde werknemers is voorzien in een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde van 60 jaar. Zo is de leeftijdsvoorwaarde verlaagd tot 55 jaar voor:
Deze werknemers kunnen toch nog vanaf 55 jaar een uitkering krijgen bij een landingsbaan.
De regeling geldt momenteel tot 31 december 2025.
De Nationale Arbeidsraad (NAR) sloot hieromtrent immers twee NAR-CAO’s:
Uitzonderingsstelsels landingsbanen voor aanvragen vanaf 2026
Pas recht op landingsbaan vanaf 55 jaar
Werknemers kunnen nog steeds vanaf 55 jaar instappen in een landingsbaan in de uitzonderingsregimes. Het gaat dan om:
Het opnemen van een landingsbaan zonder uitkeringen vanaf 50 jaar is niet meer mogelijk. Zo worden ook binnen de uitzonderingsregimes het recht op afwezigheid en het recht op uitkeringen op elkaar afgestemd.
Merk op! Voor het recht op afwezigheid is geen sector- of ondernemingscao vereist om de leeftijdsgrens te verlagen tot 55 jaar. Voor het recht op uitkeringen wel!
25 jaar beroepsverleden blijft voor uitzonderingsregimes
Voor de uitzonderingsregimes blijft een loopbaanvoorwaarde van 25 jaar gelden, of 35 jaar bij een lange loopbaan. Aan de berekening van de loopbaan van 25 jaar respectievelijk 35 jaar wijzigt er inhoudelijk niets.
De sociale partners breiden de mogelijkheid om een 1/5de tijdskrediet op te nemen uit naar voltijdse werknemers in een arbeidsregeling die niet gespreid is over vijf dagen of meer. Denk hier bijvoorbeeld aan weekendwerkers. Dit geldt zowel voor het tijdskrediet met motief als voor de landingsbanen. Bovendien moet een sector- of ondernemings-CAO of een schriftelijk akkoord deze mogelijkheid voorzien en de modaliteiten bepalen voor de wijze waarop de werknemer de loopbaanvermindering kan opnemen. Zonder cao of schriftelijk akkoord blijft de vereiste dus dat de werknemer moet tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer.
Opgelet: verschil in tewerkstellingsvoorwaarde
Wie als werknemer een loopbaanvermindering in het kader van tijdskrediet wil opnemen, moet aan een anciënniteits- en een tewerkstellingsvoorwaarde voldoen. Voor die laatste voorwaarde creëert de nieuwe cao een belangrijk onderscheid voor de 1/5de landingsbaan, afhankelijk van het arbeidsregime:
Ter vergelijking: voor het gemotiveerd tijdskrediet geldt deze nieuwe opdeling niet. Daar blijft de tewerkstellingsvoorwaarde voor iedereen 12 maanden voltijdse tewerkstelling, ongeacht de arbeidsregeling.
Principe
Een werknemer die loopbaanvermindering in het kader van tijdskrediet wenst, moet gedurende 12 maanden - of 24 maanden voor een landingsbaan indien tewerkgesteld in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer - gewerkt hebben volgens een welbepaalde arbeidsregeling. Om aan deze tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen, moet de werknemer effectieve prestaties leveren. Eén dag niet-presteren maakt het vervullen van deze voorwaarde onmogelijk. Daarom worden sommige periodes van afwezigheid gelijkgesteld met effectieve prestaties. Dit betekent dat deze periode meetelt voor de berekening van de tewerkstellingsvoorwaarde. Andere periodes van schorsing worden dan weer geneutraliseerd: ze tellen niet mee, en de referteperiode wordt met die duur verlengd.
Is er geen gelijkstelling of neutralisatie, dan moet een werknemer die na afloop van zijn verlofstelsel een nieuwe aanvraag voor loopbaanvermindering in het kader van tijdskrediet wil doen, eerst opnieuw 12 of 24 maanden effectieve prestaties leveren.
Pleegouderverlof gelijkgesteld en mantelzorgverlof geneutraliseerd
Pleegouderverlof en mantelzorgverlof zijn vandaag niet gelijkgesteld noch geneutraliseerd.
Voor aanvragen gedaan vanaf 1 januari 2026 komt hier verandering in. Pleegouderverlof wordt gelijkgesteld met effectieve prestaties. Mantelzorgverlof wordt dan weer geneutraliseerd.
In principe tellen alle werknemers die tijdskrediet of loopbaanvermindering nemen mee voor de berekening van de 5%-drempel. Deze drempel bepaalt hoeveel werknemers tegelijkertijd gebruik kunnen maken van tijdskrediet binnen een onderneming. Werknemers die evenwel zonder onderbreking overgaan van bepaalde specifieke verlofvormen (omdat zij deze rechten opgebruikt hebben) naar tijdskrediet/loopbaanvermindering, tellen niet mee voor de drempelberekening gedurende de eerste 6 maanden van het tijdskrediet. Momenteel gaat het enkel om palliatief verlof en verlof om bijstand of verzorging te verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid. De sociale partners voegen het mantelzorgverlof nu toe aan dit lijstje. Dit betekent dat:
De wijzigingen zijn van toepassing op alle aanvragen die werknemers vanaf 1 januari 2026 schriftelijk bij de werkgever indienen.
Wie voor 1 januari 2026 nog een aanvraag indient, valt dus nog onder de oude regeling.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite