NL
Gepubliceerd op 27/10/2025

Overdracht wettelijke vakantie

Principe: verbod op overdracht

Wettelijke vakantiedagen moeten voor 31 december van het vakantiejaar opgenomen worden. Het is dus verboden om nog niet opgenomen dagen over te dragen naar het volgend kalenderjaar. De werknemer mag daarnaast ook geen afstand doen van zijn recht op vakantie.

De werkgever kan een administratieve of strafrechtelijke boete opgelegd krijgen wanneer hij er niet op toeziet dat zijn werknemers hun wettelijke vakantie opgenomen hebben.

Overdracht wel mogelijk onder bepaalde voorwaarden

Net zoals in 2024 hebben werknemers onder bepaalde voorwaarden op het einde van vakantiejaar 2025 recht op overdracht van niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen. De werknemer kan zijn niet-opgenomen vakantiedagen overhevelen naar de 24 maanden volgend op het einde van het vakantiejaar. 

Er is enkel overdracht wanneer de werknemer die vakantiedagen onmogelijk kon opnemen omwille van welbepaalde arbeidsonderbrekingen (bv. ziekte). De werkgever is verplicht de niet-opgenomen vakantiedagen over te dragen als de voorwaarden vervuld zijn.

In december 2024 kon voor het eerst een recht op overdracht van niet-opgenomen wettelijke vakantie ontstaan. Overgedragen vakantiedagen eind 2024 kan de betrokken werknemer in de loop van 2025 en 2026 opnemen in overleg met zijn werkgever. Dit betekent dat vanaf 2025 (als gevolg van de overdracht van dagen) het recht op wettelijke vakantie voor een bepaalde werknemer groter kon zijn dan vier weken per kalenderjaar. 

Vakantiedagen van 2025 kunnen worden overgedragen naar 2026 en 2027. Het is dus mogelijk dat er in 2026 nog dagen moeten opgenomen worden van zowel 2024 als 2025.

Voorwaarden overdracht

Enkel wettelijke vakantiedagen

Het recht op overdracht van vakantie op het einde van het vakantiejaar slaat enkel op wettelijke vakantiedagen. Het geldt in de regel niet voor extralegale dagen die de werkgever en/of de sector toekent. Voor de eventuele overdraagbaarheid van zo'n extralegaal verlof ga je na wat er is voorzien in de sector of onderneming (bv. in het arbeidsreglement, een cao of de individuele arbeidsovereenkomst).

Opname vakantie onmogelijk wegens limitatieve lijst van afwezigheden

Het recht op overdracht is enkel aan de orde als op het einde van het vakantiejaar blijkt dat een werknemer onmogelijk zijn wettelijke vakantiedagen kan opnemen omwille van welbepaalde afwezigheden. Recht op overdracht kan alleen ontstaan omwille van één (of meerdere) schorsingen uit volgende lijst:

  • arbeidsongeval en beroepsziekte;
  • gewone ziekte of ongeval;
  • moederschapsrust;
  • vaderschapsverlof wegens omzetting van de moederschapsrust ingeval van hospitalisatie of overlijden van de moeder;
  • profylactisch verlof;
  • geboorteverlof (20 dagen op te nemen in de 4 maanden vanaf de bevalling);
  • adoptieverlof;
  • pleegzorgverlof;
  • pleegouderverlof.

Let op! Er is geen mogelijkheid van overdracht van opname van vakantiedagen naar een volgend vakantiejaar in alle andere gevallen van niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen.

Beoordeling bij einde van het vakantiejaar

De werkgever beoordeelt het eventuele recht op overdracht van vakantie per individuele werknemer 'op het einde van het vakantiejaar'. De wetgeving bepaalt niet op welk 'exact tijdstip' de werkgever de onmogelijkheid van opname van de resterende vakantiedagen moet bekijken. Op het ‘eind van het jaar’ betekent ten laatste in de maand december.

Onmogelijkheid om vakantie op te nemen

De ‘onmogelijkheid’ is duidelijk wanneer: een langdurende arbeidsonderbreking uit de lijst (bv. ziekte of moederschapsrust) doorloopt tot aan het einde van het vakantiejaar; een werknemer vlak voor het einde van het vakantiejaar terug aan de slag gaat na een schorsingsperiode uit de lijst, en het saldo aan vakantiedagen is groter dan het aantal resterende werkdagen. In beide gevallen moet het saldo aan vakantiedagen met zekerheid overgedragen worden.

In de praktijk zullen werkgever en werknemer ook geconfronteerd worden met situaties op het einde van het vakantiejaar waarin een overdracht van (een aantal) vakantiedagen voor één of beide partijen zeer wenselijk is, maar heel strikt gezien misschien niet nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die lange tijd afwezig was wegens ziekte en pas in december terug aan de slag gaat. December is de drukste periode voor de onderneming en normaalgezien staat de werkgever in die periode nooit verlof toe. De werknemer heeft in principe nog net voldoende werkdagen in december om zijn resterende wettelijke vakantie op te nemen, maar verkiest zijn vakantie in de komende lente op te nemen samen met zijn partner.

De vakantiereglementering geeft de werkgever geen harde criteria / regels of verdere toelichting voor de beoordeling van de 'onmogelijkheid van opname' van vakantiedagen. De onmogelijkheid moet enkel volgen uit een aantal limitatief opgesomde afwezigheden en zich voordoen op het einde van het jaar. Dit geeft de werkgever (én werknemer) de mogelijkheid om met een zekere soepelheid (en overleg) diverse situaties die zich kunnen voordoen te regelen en daarover afspraken te maken. De werkgever kan (eventueel in samenspraak met de werknemer) beoordelen of er sprake is van een ‘onmogelijkheid’ tot opname van de vakantie aan de hand van de concrete situatie van de werknemer én de arbeidsorganisatie van de onderneming. Het is aangewezen bij die beoordeling voldoende aandacht te geven aan de belangen van beide partijen, zodat discussies of conflicten zoveel mogelijk worden vermeden. Vakantieplanning vraagt trouwens altijd het nodige overleg tussen werkgever en werknemer.

Betaling overgedragen vakantiedagen

Arbeiders

Er zijn geen nieuwe regels voor het vakantiegeld van arbeiders voorzien naar aanleiding van de overdracht van vakantiedagen. Arbeiders ontvangen hun volledige vakantiegeld - zowel enkel als dubbel - via een éénmalige storting van hun vakantiefonds tijdens het vakantiejaar (of via een vakantiecheque), ongeacht of ze de vakantiedagen opnemen.

Bedienden

De werkgever betaalt voor bedienden het vakantiegeld voor de overgedragen vakantiedagen uiterlijk 31 december van het oorspronkelijk vakantiejaar. Bij de latere opname van een overgedragen vakantiedag, ontvangt de bediende geen betaling meer. Het vakantiegeld is immers al afgerekend op het einde van het oorspronkelijke vakantiejaar.

Overgedragen vakantiedagen en uit dienst

Ingeval van uitdiensttreding, neemt de werknemer zijn recht op overgedragen vakantiedagen mee naar zijn volgende werkgever. Bij uit dienst moet de werkgever voor bedienden vanaf 2024 ook het aantal overgedragen vakantiedagen vermelden op het vakantieattest uit dient.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite