Werkgevers die voor bouw- of schoonmaakactiviteiten een beroep doen op aannemers of onderaannemers, krijgen er binnenkort een controleverplichting bij. Vanaf 30 oktober 2026 moeten zij bij de betaling van bepaalde facturen ook rekening houden met sociale schulden binnen het sociaal statuut van de zelfstandigen.
Wanneer de medecontractant zulke schulden heeft, moet in beginsel 15% van het factuurbedrag exclusief btw worden ingehouden en aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) worden doorgestort. Deze nieuwe inhouding komt naast de bestaande inhoudingen voor sociale schulden bij de RSZ en fiscale schulden.
Opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers moeten voortaan vóór de betaling van een betrokken factuur controleren of hun rechtstreekse medecontractant sociale schulden heeft in het sociaal statuut van de zelfstandigen.
Blijkt uit de controle dat de inhoudingsplicht van toepassing is, dan moet mogelijk 15% van het verschuldigde factuurbedrag exclusief btw worden ingehouden. Dat bedrag wordt niet aan de aannemer betaald, maar voor zijn rekening doorgestort aan het RSVZ.
De controle gebeurt op het ogenblik van de betaling. Een controle bij de selectie van de leverancier of bij de contractsluiting volstaat dus niet. De status van de aannemer kan intussen gewijzigd zijn.
De regeling geldt voor opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers die zogenoemde werken in onroerende staat laten uitvoeren.
De nieuwe regeling is van toepassing op werken in onroerende staat in de bouw- en schoonmaaksector. Het RSVZ heeft op zijn website een lijst van activiteiten gepubliceerd waarmee opdrachtgevers kunnen nagaan welke werkzaamheden onder het toepassingsgebied vallen.
Particulieren die werken uitsluitend voor privédoeleinden laten uitvoeren, vallen niet onder deze inhoudingsplicht.
Niet elk openstaand bedrag activeert de inhoudingsplicht. Voor 2026 worden schulden tot en met de geïndexeerde drempel van 2.647 euro niet als sociale schuld voor deze regeling beschouwd. Ook bedragen waarvan de betalingstermijn nog niet verstreken is of die deel uitmaken van een correct nageleefd afbetalingsplan, worden niet meegenomen.
Tot de relevante schulden kunnen onder meer behoren:
De controle gebeurt via Check Inhoudingsplicht. De gebruiker voert het ondernemingsnummer van de aannemer of de identificatiegegevens van een buitenlandse onderneming in.
De toepassing toont vervolgens welke inhouding nodig is:
De totale inhouding over de verschillende stelsels heen mag nooit meer bedragen dan 50% van het factuurbedrag exclusief btw. De toepassing verstrekt ook de gestructureerde mededeling die bij de storting moet worden gebruikt.
Een rode beslissing is alleen geldig op het moment van de raadpleging. Een groene of grijze beslissing vermeldt een geldigheidsdatum. Het is daarom aangewezen om het resultaat van iedere controle samen met de betrokken factuur en, indien van toepassing, het bewijs van de inhouding en doorstorting te bewaren.
Wie een verplichte inhouding niet uitvoert, riskeert een administratieve geldboete gelijk aan 15% van het totale factuurbedrag. Voor 2026 geldt een plafond van 10.578,23 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Het RSVZ staat in voor het toezicht op de naleving. De boete kan er bovendien toe leiden dat de eigen onderneming met een rode status verschijnt in Check Inhoudingsplicht.
Wat betekent dit voor de werkgever?
Vanaf 30 oktober 2026 moeten opdrachtgevers bij de betaling van bepaalde facturen voor werken in de bouw- en schoonmaaksector controleren of hun aannemer sociale schulden heeft in het sociaal statuut van de zelfstandigen.Is de inhoudingsplicht van toepassing, dan moet mogelijk 15% van het factuurbedrag exclusief btw worden ingehouden en voor rekening van de aannemer aan het RSVZ worden doorgestort.Voor werkgevers is het dus belangrijk om vóór de startdatum hun betrokken leveranciers in kaart te brengen en het betalingsproces zo te organiseren dat de verplichte controle op het moment van betaling gebeurt.