De federale regering heeft het wettelijk pensioen structureel hervormd om de betaalbaarheid en duurzaamheid van het stelsel te vrijwaren. De krijtlijnen waren al opgenomen in het federaal regeerakkoord van begin 2025. Intussen zijn de noodzakelijke wettelijke aanpassingen doorgevoerd.
Dit overzicht behandelt in vogelvlucht de belangrijkste wijzigingen in het wettelijk rustpensioen voor werknemers. Dat stelsel is ook van toepassing voor sommige werknemers (de zogenaamde ‘contractuelen’) in de openbare sector. De wijzigingen hebben betrekking op rustpensioenen die vanaf 2027 ingaan.
Het gaat om:
Strengere loopbaanvoorwaarde (156 dagen per jaar) voor vervroegd pensioen
De bestaande leeftijden en vereiste loopbaanduur voor het vervroegd pensioen blijven behouden. Voor vervroegde pensioenen die vanaf 1 januari 2027 ingaan, wordt het begrip loopbaanjaar wel strenger ingevuld. Een jaar telt voortaan in principe pas mee wanneer het minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen omvat. Vandaag volstaan 104 dagen.
Er gelden enkele verzachtende maatregelen:
Nieuwe mogelijkheid om op 60 jaar met pensioen te gaan (maar met 234 dagen per jaar)
Vanaf 2027 bestaat een bijkomende mogelijkheid om op 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan na 42 loopbaanjaren. Elk van die jaren moet minstens 234 effectief gewerkte dagen tellen.
Slechts een beperkt aantal niet-gewerkte periodes wordt gelijkgesteld. Tijdelijke werkloosheid en bepaalde verloven rond geboorte, adoptie of pleegzorg kunnen bijvoorbeeld meetellen. Ziekte (na gewaarborgd loon), tijdskrediet, thematisch verlof en landingsbanen tellen bijvoorbeeld niet mee. Ook reservedagen, balansdagen en de uitzondering voor het eerste loopbaanjaar zijn hier niet van toepassing.
Nieuwe pensioenbonus
Wie de opname van het rustpensioen uitstelt tot na de wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 66 jaar), kan vanaf 2027 een verhoging van het bruto pensioen krijgen. Tijdens de loopbaan moet wel aan twee cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
Per jaar uitstel stijgt het bruto pensioen met 2%, 4% of 5%, afhankelijk van het geboortejaar. De vroegere netto Vivaldi-pensioenbonus kan sinds 1 januari 2026 niet meer worden opgebouwd.
Pensioenmalus bij vervroegd pensioen, indien onvoldoende loopbaan
Wie vanaf 1 februari 2027 vervroegd met pensioen gaat en niet aan een dubbele loopbaanvoorwaarde van 35 jaren met telkens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen en 7.020 dagen over de hele loopbaan voldoet, krijgt een pensioenmalus. Het bruto pensioen wordt dan per jaar vervroeging verminderd met 2%, 4% of 5%, afhankelijk van het geboortejaar.
De malus geldt niet voor wie vervroegd met pensioen gaat en voldoende heeft gewerkt (35 jaren met 156 dagen en 7.020 dagen over de hele loopbaan), of voor wie op de wettelijke leeftijd (momenteel 66 jaar) met pensioen gaat. Ook wie vóór 1 februari 2027 al met vervroegd pensioen kon gaan, maar de opname ervan uitstelde, blijft buiten de regeling.
Gelijkgestelde periodes en fictief loon
Of een niet-gewerkte periode meetelt voor het pensioen, hangt af van de betrokken pensioenmaatregel. Een periode kan bijvoorbeeld wel meetellen voor het gewone vervroegd pensioen (waarvoor elk loopbaanjaar voortaan minstens 156 dagen moet tellen), maar niet voor de bonus, de malus of voor het nieuwe vervroegd pensioen op 60 jaar. De pensioendienst publiceert een handige overzichtstabel:
Overzicht van welke loopbaanperioden wel en niet meetellen per maatregel
Voor pensioenen die vanaf 1 juli 2027 ingaan, wordt bovendien het maximaal aandeel van bepaalde gelijkgestelde periodes in de hele pensioenloopbaan beperkt. Het gaat vooral om volledige werkloosheid, SWT, SWAV en eindeloopbaanregelingen (zoals landingsbanen). Het maximaal toegelaten aandeel daalt volgens het geboortejaar van 40% naar 20%. Het deel boven het maximumpercentage wordt niet gelijkgesteld.
Ten slotte wordt voor pensioenen vanaf 2027 het fictieve loon voor bepaalde periodes van werkloosheid en landingsbaan vanaf 1 februari 2025 beperkt, indien de betrokkene vervroegd met pensioen gaat. Die periodes kunnen daardoor minder pensioen opleveren. Voor onder meer tijdelijke werkloosheid en bepaalde eerder aangevatte eindeloopbaanregelingen blijven uitzonderingen gelden.