NL
Gepubliceerd op 23/01/2025

HR Tax - Geïndexeerde bedragen voor inkomstenjaar 2025

Minimum voordeel van alle aard bedrijfswagen

Het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde wagen, mag vanaf 2012 nooit minder bedragen dan 820 EUR (niet-geïndexeerd) per jaar.

Voor inkomstenjaar 2025 komt dit neer op een ondergrens van 1.650 EUR (vorig jaar 1.600 EUR).

In het kader van het woon-werkverkeer

Fietsvergoeding

Werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van NAR-cao nr. 164 moeten hun werknemers voor woon-werkverplaatsingen met de fiets een vergoeding toekennen van 0,29 EUR (vorig jaar 0,28 EUR). Hier geldt een begrenzing qua afstand (20 km enkele rit). Zie ook: NAR zet licht op groen voor veralgemeende fietsvergoeding vanaf 1 mei 2023 - LWB

Werkgevers die niet gebonden zijn door deze suppletieve cao mogen hun werknemers en bedrijfsleiders maximaal 0,36 EUR per effectief gefietste woon-werkkilometer toekennen.

Bijkomend geldt vanaf inkomstenjaar 2025 een maximale vrijstelling van geïndexeerd 3.610 EUR per jaar. Deze grens zowel voor werknemers als bedrijfsleiders.

Eigen vervoer

Elke werkgeverstussenkomst voor het woon-werkverkeer met een ander vervoermiddel dan het openbaar vervoer of het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer is vrijgesteld voor max. 500 EUR per jaar (vorig jaar 490 EUR).  In de bedrijfsvoorheffing vertaalt dit zich in een maandelijkse vrijstelling van 41,70 EUR (vorig jaar 40,80 EUR).

Voordeel van alle aard elektriciteit en verwarming

De werkgever kan kosteloos verwarming en elektriciteit (gebruikt voor andere doeleinden dan verwarming) ter beschikking stellen. De waarde van het voordeel dat daaruit voortvloeit, wordt forfaitair bepaald op voorwaarde dat de werkgever de verwarming/elektriciteit in combinatie met de woning ter beschikking stelt.

De waardering staat dan los van de werkelijke verbruikskosten.

Elektriciteit
Bedrijfsleider en leidinggevend personeel: 1.250 EUR

Andere verkrijgers: 560 EUR

Verwarming
Bedrijfsleider en leidinggevend personeel: 2.500 EUR

Andere verkrijgers: 1.130 EUR

Revalorisatiecoëfficiënt kadastrale inkomens

De revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens (K.I.) bedraagt 5,63 (vorig jaar 5,46).

Bepaalde bedrijfsleiders genieten huurinkomsten wanneer zij een gebouwd onroerend goed verhuren aan de vennootschap waaraan zij verbonden zijn. De revalorisatiecoëfficiënt is onder meer van belang bij de taxatie van deze huurinkomsten. De huurprijs (en huurvoordelen) zullen voor deze bedrijfsleiders als bedrijfsinkomsten worden belast, wanneer zij meer bedragen dan 5/3e van het gerevaloriseerd K.I. Het gerevaloriseerd K.I. is het K.I. vermenigvuldigd met de revalorisatiecoëfficiënt.

Auteursrechten

Absolute grens

De inkomsten uit de vergoeding voor de overdracht of licentieverlening van auteursrechten verkregen in het kader van de beroepsactiviteit worden tot een maximaal bedrag van 75.360 EUR (vorig jaar 73.070 EUR) onweerlegbaar geacht roerende inkomsten te zijn.  Naast het absolute grensbedrag gelden er nog andere, cumulatieve grenzen en beperkingen. Indien de overdracht of licentie gepaard gaat met een prestatie legt de wet een verhouding op van max. 30% auteursrechten / 70% vergoeding voor prestaties tussen de inkomsten uit auteursrechten en de totale bezoldiging.

Forfaitaire kostenaftrek

Inkomsten                   % kostenforfait

tot 20.100 EUR                      50%

van 20.100 tot 40.190          25%

boven 40.190                        geen

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing werken in onroerende staat

Om te genieten van deze steunmaatregel, moet de werknemer een minimum bruto-uurloon verdienen. Voor inkomstenjaar 2025 bedraagt dit minimum uurloon 17,27 EUR (vorig jaar 16,67 EUR).

Maximumbedrag netto bestaansmiddelen kind ten laste

Om te beoordelen of een kind nog ten laste is van zijn ouder of een ander persoon die hem of haar opvoedt, houdt men rekening met de bestaansmiddelen van het kind.

Het maximumbedrag netto bestaansmiddelen was tijdelijk gelijkgeschakeld voor alle kinderen op het hoogste maximumbedrag voor inkomstenjaar 2024 (aanslagjaar 2025), nl. 7.290 EUR.

Vanaf het inkomstenjaar 2025 maakt men opnieuw volgend onderscheid:

  • 4.100 EUR algemeen plafond;
  • 5.930 EUR voor een kind ten laste van een belastingplichtige die als alleenstaande wordt belast;
  • 7.520 EUR voor een gehandicapt kind ten laste van een belastingplichtige die als alleenstaande wordt belast.

Vrijstellingen

De bestaande vrijstellingen van bestaansmiddelen (eerste schijf van regelmatig betaalde onderhoudsgelden, wezenpensioenen en wezenrenten, eerste schijf van inkomsten uit studentenarbeid of student-ondernemer, …) blijven ongewijzigd behouden.

Maximum aan inkomsten die niet meetellen voor de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen van personen ten laste:

  • Inkomen verkregen in het kader van een studentenovereenkomst, voor verenigingsactiviteiten verkregen door studenten, uit een alternerende opleiding en inkomen verkregen door studenten-zelfstandigen samen: 3.420 EUR bruto belastbaar inkomen
  • Regelmatig betaalde onderhoudsgelden en wezenrente samen: 4.100 EUR bruto belastbaar inkomen

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite