NL
Gepubliceerd op 22/05/2025

Het paasakkoord (en andere plannen van de regering)

De federale regering is begonnen met de uitvoering van een eerste pakket maatregelen uit het regeerakkoord van eind januari. Op 11 april 2025 keurde de ministerraad een aantal juridische (voor)ontwerpen goed, onder de politieke noemer "paasakkoord".

Een belangrijke tekst wordt de zogenaamde programmawet, met daarin maatregelen rond fiscaliteit, sociale zaken, werk en pensioenen. Andere bepalingen uit het regeerakkoord zullen in bijkomende wetten of koninklijke besluiten verwerkt worden. Sommige daarvan zijn al goedgekeurd in ministerraad, andere nog niet.

In dit artikel geven we een algemeen overzicht, zonder volledig te willen zijn. We focussen op de maatregelen van belang voor werkgevers in de private sector. Waar dat kan, geven we ook al een indicatie van timing. Zodra we over meer info beschikken, gaan we in aparte nieuwsbrieven dieper in op de verschillende topics.

Belangrijke opmerking

De ontwerpteksten, zelfs wanneer ze in de ministerraad zijn goedgekeurd, zijn nog niet definitief. Eerst volgt een adviesprocedure (bijvoorbeeld bij de Raad van State), nadien moeten de ontwerpwetten nog door het parlement worden goedgekeurd. Dan pas kunnen we van definitieve wetgeving spreken. 

Loonlastenverlaging

Om de competitiviteit van de ondernemingen te verbeteren, komt er een loonlastenverlaging:

  • Versterking van de structurele lastenvermindering van patronale bijdragen voor de (zeer) lage en middenlonen. Een eerste stap is naar verluidt al voorzien vanaf 1 april 2025, een tweede stap zou volgen op 1 juli 2025;
  • Vanaf 1 juli 2025 komt er een plafond voor de werkgeversbijdragen op heel hoge lonen. Het zou gaan over een kwartaalloon van 85.000 euro bruto. Daarboven zullen geen gewone werkgeversbijdragen meer verschuldigd zijn.

Werk

  • De startbaanverplichting, die werkgevers vanaf 50 werknemers verplicht om minstens 3% jongeren (in principe < 26 jaar) aan te werven, verdwijnt volledig vanaf 2026;
  • Een studentenovereenkomst kan nu enkel worden gesloten door jongeren vanaf 15 jaar die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht. Vanaf dit jaar zal de voorwaarde rond leerplicht vervallen. Een jongere zal dus vanaf 15 jaar een studentenovereenkomst kunnen sluiten;
  • Ouderschapsverlof zal vanaf dit jaar ook mogelijk worden voor werknemers die pleegouder zijn van een kind in het kader van langdurige pleegzorg (pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden bij de pleegouder of -ouders zal verblijven).
  • Het beroepsverleden dat vereist is voor onderbrekingsuitkeringen toegekend in het kader van de landingsbaan wordt vanaf 1 januari 2026 opgetrokken tot 31 jaar, en vervolgens progressief tot 35 jaar tegen 2030. De methode voor de berekening van het beroepsverleden wordt eveneens gewijzigd.
  • Vanaf 1 januari 2030 wordt de mogelijkheid afgeschaft om reeds vanaf 55 jaar in een landingsbaan met uitkeringen te stappen wegens lange loopbaan van 35 jaar.

Terug Naar Werk: een plan voor preventie en re-integratie van langdurig zieken vanaf 2026

  • Werkgevers zullen verplicht worden een actief verzuimbeleid te voeren. De afspraken daarover zullen in het arbeidsreglement moeten staan. Er zal onder meer een verplichting komen om contact te houden met werknemers die arbeidsongeschikt zijn;
  • Vanaf 2026 komt er een extra patronale "solidariteitsbijdrage" voor zieke werknemers tussen 18 en 54 jaar, te betalen door werkgevers die gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen. Deze werkgevers zullen een bijdrage moeten betalen gelijk aan 30% van de ziekte-uitkering voor de twee maanden die volgen op de dertigste dag van arbeidsongeschiktheid. De RSZ zal de bijdrage trimestrieel berekenen en innen. De bijdrage kan bij benadering ongeveer 850 euro per maand bedragen;
  • De huidige responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers met gemiddeld minstens 50 werknemers en een bovenmaatse instroom van werknemers in invaliditeit verdwijnt;
  • Bedrijven met minstens 50 werknemers zullen vanaf 2026 nog twee (in plaats van de huidige drie) keer per jaar geen doktersbriefje kunnen vragen voor een eerste ziektedag;
  • De werkgever krijgt de verplichting om na acht weken ziekte een inschatting te laten maken door de preventieadviseur – geneesheer van het arbeidspotentieel van een arbeidsongeschikte werknemer;
  • De werkgever zal een formeel re-integratietraject kunnen starten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid (dus niet meer na een wachtperiode van minstens drie maanden arbeidsongeschiktheid);
  • Er komt een mogelijkheid voor de werknemer die nog niet ziek is, maar het risico loopt om dat te worden, om een preventief re-integratietraject aan te vragen;
  • Tijdens een progressieve werkhervatting wordt de zogenaamde neutralisatie van het gewaarborgd loon opnieuw ingevoerd. Vanaf 2026 zal de werkgever tijdens de volledige periode van progressieve werkhervatting geen gewaarborgd loon verschuldigd zijn;
  • De hervaltermijn voor gewaarborgd loon, die bepaalt of een werkgever voor een periode van arbeidsongeschiktheid na een werkhervatting van beperkte tijd opnieuw gewaarborgd loon verschuldigd is, zal vanaf 2026 geen 14 dagen, maar 8 weken bedragen;
  • Een arbeidsongeschikte werknemer die onvoldoende meewerkt aan een ‘Terug Naar Werk – traject’ zal strenger gesanctioneerd worden: in plaats van een vermindering van de ziekte-uitkering met 2,5%, komt er een vermindering van 10%, en in sommige gevallen zelfs een tijdelijke stopzetting van de uitkering;
  • De bijzondere procedure die leidt tot (en ook noodzakelijk is voor) vaststelling van het einde van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht, kan vandaag pas starten na negen maanden ononderbroken arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2026 wordt die termijn ingekort naar zes maanden.

Sociale Zekerheid

  • Vanaf 1 januari 2026 zal de toekenning van een werkloosheidsuitkering nog maximaal 24 maanden kunnen duren, uitgezonderd voor een beperkt aantal situaties (bijvoorbeeld voor 55-jarigen met voldoende beroepsverleden);
  • De sociale uitkeringen (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen, …) en de ambtenarenwedden zullen niet meer indexeren vanaf de eerste of tweede maand, maar vanaf de derde maand die volgt op de maand waarop de spilindex overschreden wordt. Sommige private sectoren (hoofdzakelijk in de social profit) verwijzen in hun sectorale cao’s rond loonindexering naar deze indexeringsregels voor sociale uitkeringen en ambtenarenwedden, en zullen dus onrechtstreeks ook geïmpacteerd worden;
  • De huidige wettelijke pensioenbonus, die sinds vorig jaar opgebouwd wordt door wie effectief aan de slag blijft na de vroegst mogelijke pensioendatum, houdt eind 2025 op. Vanaf 2026 komt er een nieuwe, minder gunstige pensioenbonus, voor wie blijft werken na de wettelijke pensioenleeftijd (momenteel 66 jaar);
  • Vanaf 2027 komt er een extra solidariteitsbijdrage van 2% (bovenop de huidige bijdrage van 2%) op het deel van een aanvullend pensioenkapitaal – de zogenaamde tweede pijler – boven 150.000 euro;
  • De zogenaamde Wijninckx-bijdrage wordt vanaf het bijdragejaar 2026 opgetrokken van 3% naar 12,5%. De Wijninckx-bijdrage is een patronale bijdrage bij aanvullende pensioenen, bovenop de algemene bijdrage van 8,86%, voor een beperkt aantal werknemers en bedrijfsleiders met een zeer hoge opbouw van aanvullend pensioen.

Fiscaliteit

  • Het fiscale maximum inkomen voor niet-gepensioneerde flexi-jobbers verhoogt in 2025 van 12.000 naar (geïndexeerd) 18.000 euro;
  • De fiscale aftrekbaarheid voor hybride bedrijfswagens dooft minder snel uit dan voorzien;
  • Er wordt, vanaf inkomstenjaar 2025, gesleuteld aan de maximale bestaansmiddelen voor wie als persoon ten laste kan beschouwd worden (bijvoorbeeld studenten die ten laste zijn van hun ouders);
  • Het fiscaal gunstregime voor expats ("ingekomen belastingplichtigen en onderzoekers") wordt voordeliger vanaf 2025. Het aandeel kosten eigen aan de werkgever verhoogt van 30 naar 35 percent, het maximumplafond van 90.000 euro verdwijnt en de minimale brutobezoldiging verlaagt van 75.000 naar 70.000 euro.
  • Een aantal fiscale voordelen (uitzonderingsregimes, verminderingen, vrijstellingen) verdwijnt. Bijvoorbeeld het PC-privé plan (voor tussenkomsten vanaf 1 juli 2025), en de vrijstelling in de vennootschapsbelasting voor sociaal passief ingevoerd door het eenheidsstatuut (voor bezoldigingen vanaf 1 juli 2025) gaan op de schop.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite