NL
Gepubliceerd op 19/05/2026

Hervorming vrijwillige overuren goedgekeurd

Wat zijn vrijwillige overuren?

Via het systeem van vrijwillige overuren kan een werkgever de werknemer op vrijwillige basis een aantal extra overuren laten presteren per kalenderjaar zonder specifiek motief. Voorwaarde is wel dat er steeds een schriftelijk akkoord is tussen werkgever en werknemer voorafgaand aan het presteren van deze vrijwillige overuren.

Een werknemer presteert de vrijwillige overuren buiten het uurrooster dat op hem van toepassing is.

Via de vrijwillige overuren kan een werknemer maximaal tot 11 uur per dag en 50 uur per week werken.

Ter herinnering: de regeling tot 31 maart 2026

Tot 31 maart 2026 kenden we twee soorten vrijwillige overuren: gewone vrijwillige overuren en relance-uren.

Gewone vrijwillige overuren

Een werkgever kon een werknemer per kalenderjaar tot 100 gewone vrijwillige overuren laten presteren (wettelijk basiscontingent). Als een werkgever onder het toepassingsgebied van de NAR-cao nr. 129 viel, kon hij echter tot 120 vrijwillige overuren per werknemer per kalenderjaar laten presteren.

Een sectorale cao kon dit aantal nog verder verhogen tot maximum 360 overuren. Er zijn een aantal paritaire comités die dit hebben gedaan.

Voor gewone vrijwillige overuren golden de volgende voorwaarden:

  • Ze gaven recht op een overloontoeslag van 50% of 100% als ze de overloongrens die van toepassing is in de onderneming overschrijden.
  • Ze waren onderworpen aan RSZ-bijdragen en belastingen.
  • De uren telden grotendeels mee voor de interne overurengrens van 143 uren. Enkel de eerste 25 gepresteerde vrijwillige overuren werden uitgesloten (eventueel sectoraal verhoogd tot maximum 60 uren).
  • Ze gaven geen recht op inhaalrust.

Relance-uren

Sinds 2021 konden werknemers bij een werkgever jaarlijks 120 bijkomende vrijwillige overuren, genaamd relance-uren, presteren. Deze uren kwamen bovenop het wettelijk basiscontingent van 100 gewone vrijwillige overuren.

De regeling van de relance-uren liep af op 31 maart 2026. De relance-uren verschilden van de gewone vrijwillige overuren:

  • Voor deze uren moest de werkgever geen overloontoeslag van 50% of 100% betalen.
  • Ze waren vrijgesteld van RSZ-bijdragen en belastingen.
  • Ze telden niet mee voor de berekening van de interne overurengrens van 143 uren.

De nieuwe regeling vanaf 1 april 2026

Vanaf 1 april 2026 geldt een nieuwe structurele regeling voor vrijwillige overuren voor alle werkgevers die onder het toepassingsgebied van de Arbeidswet vallen. De nieuwe regeling geldt voor alle sectoren.

Merk op: voor horecawerkgevers met een geregistreerd kassasysteem blijft daarnaast een apart systeem van goedkope vrijwillige overuren bestaan. Ook daar zijn enkele wijzigingen. We bespreken dit verder in deze nieuwsbrief.

Hoeveel vrijwillige overuren kan een werknemer presteren?

Totaal wettelijk contingent: 360 vrijwillige overuren

Vanaf 1 april 2026 kan een werknemer in totaal 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren. Men trekt het wettelijk contingent vrijwillige overuren dus op van 100 naar 360 uren per kalenderjaar.

De uitbreidingen voorzien in cao nr. 129 betreffende vrijwillige overuren en in eventuele sectorale cao’s vervallen.

Een verdere verhoging van het wettelijk contingent van 360 vrijwillige overuren via sectorale cao is niet mogelijk.

240 vrijwillige overuren zonder wettelijke overloontoeslag, vrij van RSZ en belastingen

Voor 240 van die 360 vrijwillige overuren is geen overloontoeslag verschuldigd.

Voor deze 240 vrijwillige overuren zullen ook geen RSZ-bijdragen en personenbelasting verschuldigd zijn. De RSZ- en de fiscale reglementering moeten nog worden aangepast. De wetteksten zijn in voorbereiding.

Wat als de werkgever toch een overloontoeslag wil betalen voor deze 240 vrijwillige overuren?

Dit zal gevolgen hebben voor de fiscale behandeling van deze 240 vrijwillige overuren (dat is niet nieuw: hetzelfde gold al voor relance-uren waarvoor toch een toeslag werd betaald):

  • Als de werkgever toch een overloontoeslag betaalt voor deze uren dan beschouwt de fiscus dit als een conventionele en niet als een wettelijke overloontoeslag.

  • Die uren zijn in dat geval niet langer vrijgesteld van personenbelasting, het volledige uur zal worden belast. Ze komen dan evenmin in aanmerking voor de fiscaal gunstige behandeling van bezoldigingen voor overwerk (belastingvermindering en vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor max. 180 uren op jaarbasis). Daarvoor is namelijk vereist dat een wettelijke toeslag wordt betaald.

Overige 120 vrijwillige overuren

De overige 120 vrijwillige overuren zijn te betalen:

  • met een wettelijke overloontoeslag als ze de overloongrens die van toepassing is in de onderneming overschrijden; en
  • met onderwerping aan RSZ-bijdragen en personenbelasting.

Het loon voor deze 120 uren komt wel in aanmerking voor de fiscaal gunstige behandeling van bezoldigingen voor overwerk (= de belastingvermindering en de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor max. 180 uren op jaarbasis).

Maak duidelijke afspraken in het schriftelijk akkoord

De nieuwe wetgeving bepaalt niet voor welke uren het overloon niet moet worden betaald, enkel dat de wettelijke overloontoeslag niet van toepassing is op 240 uren van de 360 uren.

Het is daarom aan te raden om in het schriftelijk akkoord van de werknemer op te nemen hoeveel vrijwillige overuren een werknemer vrij van overloon wil presteren en voor welke uren overloon al dan niet betaald zal worden.

Wat met al gepresteerde vrijwillige overuren en relance-uren in 2026?

Volgens de nieuwe regels kan een werknemer vanaf 1 april 2026 bij een werkgever per kalenderjaar tot 360 vrijwillige overuren presteren. Voor 240 van deze 360 vrijwillige overuren is geen overloon verschuldigd, en zullen ook geen RSZ-bijdragen en personenbelasting verschuldigd zijn.

Vrijwillige overuren en relance-uren die een werknemer al presteerde in 2026 moeten voor het kalenderjaar 2026 op deze totalen in mindering worden gebracht. De relance-uren gepresteerd in het eerste kwartaal van 2026 komen dus in mindering van de 240 uren waarvoor geen overloontoeslag, RSZ-bijdragen en belastingen verschuldigd zijn.

Voorbeeld 1

Gepresteerd tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026: 50 gewone vrijwillige overuren en 50 relance-uren 

Maximaal te presteren tussen 1 april 2026 en 31 december 2026: In totaal nog 260 vrijwillige overuren en voor 190 van de 260 vrijwillige overuren is geen overloon, RSZ en personenbelasting verschuldigd

    Voorbeeld 2

Gepresteerd tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026: 120 relance-uren

Maximaal te presteren tussen 1 april 2026 en 31 december 2026: In totaal nog 240 vrijwillige overuren en voor 120 van de 240 vrijwillige overuren is geen overloon, RSZ en personenbelasting verschuldigd

    Voorbeeld 3

Gepresteerd tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026: 120 gewone vrijwillige overuren

Maximaal te presteren tussen 1 april 2026 en 31 december 2026: In totaal nog 240 vrijwillige overuren en voor deze 240 uren is geen overloon, RSZ en personenbelasting verschuldigd

    Voorbeeld 4

Gepresteerd tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026: 100 gewone vrijwillige overuren en 120 relance-uren

Maximaal te presteren tussen 1 april 2026 en 31 december 2026: In totaal nog 140 vrijwillige overuren en voor 120 van de 140 vrijwillige overuren is geen overloon, RSZ en personenbelasting verschuldigd

*Verifieer de afspraken in het schriftelijk akkoord

Modaliteiten

Vrijwillige overuren voortaan volledig uitgesloten uit de interne overurengrens

Ook de regels voor de telling van de interne overurengrens wijzigen.

De interne overurengrens beperkt het aantal overuren dat een werknemer mag presteren zonder dat deze inhaalrust moet nemen. Een werknemer mag maximaal 143 overuren cumulatief presteren in de referteperiode waarbinnen deze de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur (40u of lagere grens bepaald bij cao) moet respecteren. Wanneer een werknemer de grens bereikt, moet deze eerst inhaalrust nemen voor opnieuw overuren te mogen presteren. Vandaag tellen enkel de eerste 25 gepresteerde vrijwillige overuren niet mee voor deze grens. Dit aantal kan via sectorale cao verhoogd worden tot maximum 60 uren. De nieuwe regeling sluit voortaan alle vrijwillige overuren uit voor de berekening van de interne overurengrens. Dit betekent dat een werknemer meer overuren zal kunnen presteren bovenop de vrijwillige overuren alvorens de werkgever verplichte inhaalrust moet toekennen.

Net zoals voorheen: geen recht op inhaalrust voor vrijwillige overuren

Net zoals vandaag, geven gepresteerde vrijwillige overuren geen recht op inhaalrust. Het loon voor deze uren wordt volledig uitbetaald in de betaalperiode waarin de werknemer deze uren presteert.

Beperking voor deeltijdse werknemers

Nu kunnen ook deeltijdse werknemers vrijwillige overuren presteren vanaf het moment dat zij de maximale voltijdse arbeidsduurgrenzen in de onderneming overschrijden (9 uur per dag en 40 uur per week of de bij cao vastgelegde lagere grenzen). Volgens de nieuwe regeling wordt de mogelijkheid om vrijwillige overuren te presteren beperkt voor deeltijdse werknemers. 

Zij kunnen enkel nog vrijwillige overuren presteren als:

  • er sprake is van een tijdelijke vermeerdering van werk; en
  • de werknemer al minstens drie jaar op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst werkt.

De nieuwe regelgeving sluit werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van een loopbaanonderbreking (tijdskrediet en thematische verloven) expliciet uit van het systeem van vrijwillige overuren. Dit principe wordt vandaag al zo toegepast in de praktijk, onder meer door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) die bevoegd is voor de betaling van de onderbrekingsuitkeringen, en wordt nu dus vastgelegd in de wet.

Administratieve vereenvoudiging: akkoord voor een jaar met stilzwijgende verlenging

Om vrijwillige overuren te presteren, is een voorafgaand en schriftelijk akkoord van de werknemer nodig. Nu geldt dat akkoord voor maximaal zes maanden en is het na afloop telkens te vernieuwen. De nieuwe regeling vereenvoudigt deze procedure:

  • Het akkoord geldt voortaan voor een periode van een jaar en het wordt telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van een jaar.

  • Zowel de werkgever als de werknemer kan het akkoord op elk moment schriftelijk (bv. via gewone brief of e-mail) opzeggen met een opzeggingstermijn van één maand die ingaat de dag na de opzegging. Het akkoord kan ook in onderling overleg worden beëindigd.

Net zoals vandaag, kunnen de werkgever en werknemer modaliteiten overeenkomen (bijvoorbeeld bepalen op welke dagen de werknemer wel of niet vrijwillige overuren wil presteren, …). De werkgever kan de werknemer niet verplichten om zo'n akkoord te sluiten. Hij mag de werknemer ook niet nadeliger behandelen als de werknemer dit weigert. De wet koppelt hier echter geen specifieke sanctie aan.

Jaarlijkse rapportering door RSZ

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) krijgt de opdracht om jaarlijks te rapporteren over het gebruik van de vrijwillige overuren in het voorgaande kalenderjaar. De RSZ moet het verslag bezorgen aan de ministers van Werk, Sociale Zaken en Financiën. Dit moet voor het eerst in 2027 voor het kalenderjaar 2026. Om die reden moeten werkgevers vrijwillige overuren die aan gunstig tarief worden uitbetaald (zonder overloon, vrij van RSZ-bijdragen en belastingen) aangeven bij de RSZ via de DMFA (prestatiecode 81) sinds het eerste kwartaal van 2026.

Goedkope overuren in de horeca (PC 302)

Werkgevers met geregistreerd kassasysteem

Vrijwillige overuren

In de horecasector (PC 302) geldt een apart systeem van goedkope vrijwillige overuren voor werkgevers die werken met een geregistreerd kassasysteem (GKS of witte kassa).

Horecawerkgevers met GKS (of bij uitzendarbeid, de gebruiker van wie de activiteit ressorteert onder het PC 302) kunnen al 360 vrijwillige overuren laten presteren per kalenderjaar. Voor deze overuren is geen overloon verschuldigd. Voor voltijdse werknemers kunnen deze uren ook vrij van RSZ-bijdragen en personenbelasting worden uitbetaald.

De nieuwe wetgeving trekt het totale contingent op naar 450 vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026.

Van deze 450 uren zijn nog steeds 360 vrijwillige uren:

  • vrijgesteld van een overloontoeslag van 50 of 100%; en
  • niet onderworpen aan RSZ-bijdragen en personenbelasting.

Vrijwillige overuren en relance-uren die een werknemer al presteerde in 2026 moeten voor het kalenderjaar 2026 op deze totalen in mindering gebracht worden.

De 450 vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne overurengrens. Voor het overige hebben ze de gekende eigenschappen van vrijwillige overuren (geen recht op inhaalrust, max. 11u/dag en 50u/week, voorafgaand schriftelijk akkoord werknemer, prestaties buiten uurrooster).

Overuren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust

Daarnaast kunnen werkgevers uit de horeca met GKS (of bij uitzendarbeid, de gebruiker van wie de activiteit ressorteert onder het PC 302) een werknemer ook maximaal 360 overuren per kalenderjaar laten presteren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust. Het gaat om overuren wegens buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzakelijkheid.

Voor deze overuren is geen overloon verschuldigd. Voor voltijdse werknemers kunnen deze uren ook vrij van RSZ-bijdragen en personenbelasting worden uitbetaald.

Let op: een werkgever met GKS die zowel vrijwillige overuren als overuren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust laat presteren kan maximaal 360 overuren goedkoop uitbetalen, zijnde zonder overloon, zonder RSZ en zonder belastingen. Dit kunnen dan:

  • 360 vrijwillige overuren zijn óf
  • 360 overuren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust óf
  • een combinatie van de twee voor een maximaal totaal van 360 uren.

Werkgevers zonder geregistreerd kassasysteem

Vrijwillige overuren

Werkgevers uit de horecasector die werken zonder GKS kunnen geen gebruik maken van het aparte systeem van de (goedkope) vrijwillige overuren in de horeca. Dat blijft ook zo onder de nieuwe regels.

Zij kunnen wel gebruik maken van het algemeen systeem van vrijwillige overuren dat geldt voor alle sectoren (zoals besproken onder titel 3).

Overuren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust

Horecawerkgevers zonder GKS (of bij uitzendarbeid, de gebruiker van wie de activiteit ressorteert onder het PC 302) kunnen een werknemer wel maximaal 300 overuren per kalenderjaar laten presteren waarvan de werknemer afstand doet van inhaalrust (bij buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzakelijkheid). Dit systeem blijft dus bestaan zoals het is.

Voor deze overuren is geen overloon verschuldigd. Voor voltijdse werknemers kunnen deze uren ook vrij van RSZ-bijdragen en personenbelasting worden uitbetaald.

Verlies van belastingvoordeel bij conventionele overloontoeslag

Tot nu toe kon voor de netto-overuren in de horeca ook een conventionele overloontoeslag betaald worden zonder verlies van het fiscaal voordeel. De fiscus paste hier dus niet de strenge behandeling toe (zoals wel gebeurde bij relance-uren en zoals zal gebeuren bij de nieuwe regeling vrijwillige overuren).

Een wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting voorziet dat deze netto-overuren horeca fiscaal enkel vrijgesteld zijn als er geen overloontoeslag betaald wordt.

Anders uitgedrukt, ook voor de netto-overuren horeca zal dezelfde redenering gelden als voor de relance-uren en de 240 vrijwillige overuren vrijgesteld van een wettelijke overloontoeslag vanaf 1 april 2026:

  • De belastingvrijstelling gaat verloren als er toch een conventionele overloontoeslag wordt betaald voor deze netto-overuren horeca. In dat geval wordt het volledige uur belast.

  • De uren komen dan evenmin in aanmerking voor de fiscaal gunstige behandeling van bezoldigingen voor overwerk (belastingvermindering en vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing). Daarvoor is immers een wettelijke overloontoeslag vereist.

Opgelet: dit wetsontwerp is nog niet definitief goedgekeurd. Wijzigingen zijn dus nog mogelijk.

Inwerkingtreding en overgangsregeling

De nieuwe regels gelden vanaf 1 april 2026. De wet werd definitief goedgekeurd in het parlement en moet nu enkel nog verschijnen in het Belgisch Staatsblad.

Overgangsregeling

Lopende akkoorden

Aangezien de wet retroactief geldt vanaf 1 april 2026, voorziet zij in een overgangsregeling voor lopende akkoorden die volgens de bestaande regels werden gesloten voor een periode van 6 maanden, zowel vóór 1 april 2026 als in de periode van 1 april 2026 tot en met de dag vóór de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Deze schriftelijke akkoorden om vrijwillige overuren te presteren blijven geldig tot de voorziene einddatum.

De akkoorden gelden dan zelfs als akkoord om vrijwillige overuren te presteren onder toepassing van de nieuwe regels, dus voor maximaal 360u waarvan 240u aan gunstig tarief (op voorwaarde dat dit kan volgens de gemaakte afspraken in dit lopend akkoord).

Na deze periode van 6 maanden zal de werknemer opnieuw zijn schriftelijk akkoord moeten geven volgens de nieuwe regels, dat dan zal gelden voor een jaar, met stilzwijgende verlenging en mogelijkheid tot opzegging.

Akkoorden gesloten vóór de publicatie van de wet volgens de nieuwe regels

De wet is definitief goedgekeurd in het parlement en bepaalt dat de nieuwe regels ingaan vanaf 1 april 2026. Werkgevers en werknemers zouden de nieuwe regels dus kunnen toepassen vanaf 1 april 2026, ook al is de publicatie in het Belgisch Staatsblad nog niet gebeurd.

Akkoorden die vanaf 1 april 2026 maar vóór de publicatie in het Belgisch Staatsblad op basis van de nieuwe regels voor een periode van één jaar werden gesloten, zouden geldig blijven. Deze benadering werd ook expliciet bevestigd door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in een nieuwsbericht van 5 mei 2026.

Overgangsregeling voor deeltijdse werknemers

Volgens de nieuwe regels kunnen deeltijdse werknemers enkel nog vrijwillige overuren presteren als:

  • er sprake is van een tijdelijke vermeerdering van werk; en
  • de werknemer al minstens drie jaar op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst werkt.

De wet bepaalt dat de nieuwe voorwaarden niet gelden voor deeltijdse werknemers die op de datum van de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad al verbonden waren door een akkoord voor vrijwillige overuren met hun werkgever. De wetgever wil zo tegemoetkomen aan de gerechtvaardigde verwachtingen van bestaande deeltijders en hun werkgevers die onder de oude regels al vrijwillige overuren presteerden.

Wat betekent dit concreet:

  • Een schriftelijk akkoord voor vrijwillige overuren gesloten voor een periode van zes maanden vóór de publicatie van de wet en met een einddatum na 1 april 2026, blijft geldig tot de voorziene einddatum. Het akkoord geldt dan als akkoord om vrijwillige overuren te presteren onder toepassing van de nieuwe regels, maar zonder dat de nieuwe strengere voorwaarden van toepassing zijn.

  • Na afloop van dat akkoord moet een nieuw schriftelijk akkoord worden gesloten volgens de nieuwe regels. Vanaf dan gelden wel de strengere voorwaarden: tijdelijke vermeerdering van werk en minstens drie jaar deeltijds tewerkgesteld zijn. Dat nieuwe akkoord geldt dan voor één jaar, met stilzwijgende verlenging en mogelijkheid tot opzegging.

  • Ook akkoorden die met deeltijdse werknemers werden gesloten vanaf 1 april 2026, maar vóór de publicatie van de wet, voor een periode van één jaar op basis van de nieuwe regels, zouden geldig blijven. In dat geval kan de deeltijdse werknemer enkel vrijwillige overuren presteren als aan de nieuwe strengere voorwaarden is voldaan.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite