Ondernemingen met minstens 20 werknemers moeten een jaarlijks opleidingsplan opmaken.
In het plan staat het formeel en informeel opleidingsaanbod van de onderneming. Sommige sectoren hebben specifieke afspraken gemaakt rond opleidingsplannen.
Uiterlijk op 31 maart 2026 moet het opleidingsplan voor 2026 af zijn. Voorzie hierbij voldoende tijd voor het voorafgaand intern sociaal overleg en denk aan de tijdige neerlegging van je opleidingsplan via https://transfer.werk.belgie.be.
De verplichting is van toepassing op werkgevers met minstens 20 werknemers, die onder het toepassingsgebied van de CAO-wet vallen. In de praktijk zijn dat hoofdzakelijk de werkgevers in de private sector. Werkgevers met minder dan 20 werknemers, hoeven geen opleidingsplan op te stellen.
De wetgeving bepaalt niet expliciet hoe het aantal werknemers moet worden berekend. We volgen daarom de interpretatie van de FOD WASO en hanteren dezelfde berekeningswijze als voor het individueel opleidingsrecht op basis van een gemiddelde tewerkstelling, uitgedrukt in voltijdse equivalenten.
Een opleidingsplan is een papieren of elektronisch document waarin de aangeboden opleidingen en de groep van de werknemers voor wie ze bestemd zijn, worden opgelijst.
De werkgever beslist in principe zelf welke opleidingen hij opneemt. Het plan moet wel minstens de formele en informele opleidingen bevatten. Dat onderscheid kennen we uit de wetgeving rond de sociale balans, waarin deze opleidingen ook moeten vermeld worden:
Digitale opleidingen (e-learning) komen uiteraard ook in aanmerking.
De wet vraagt om bijzondere aandacht te besteden aan risicogroepen, zoals werknemers van 50 jaar en ouder, werknemers met een arbeidshandicap, werknemers die geen EU-nationaliteit hebben (of van wie één van de ouders, of twee grootouders, geen EU-nationaliteit bezit of bezat) en knelpuntberoepen. Daarnaast moet de werkgever rekening houden met de genderdimensie, met andere woorden: de gelijke behandeling van vrouwen en mannen. Ook moet het opleidingsplan uiteenzetten hoe de onderneming investeert in opleiding.
Het opleidingsplan wordt minstens voor een duurtijd van één jaar gesloten.
De sector (het paritair comité of subcomité) kan met een algemeen verbindend verklaarde CAO bijkomende minimale voorwaarden bepalen waaraan een opleidingsplan moet voldoen.
Als er geen ondernemingsraad en vakbondsafvaardiging is, dan leg je het plan aan je werknemers voor tegen uiterlijk 15 maart.
Het opleidingsplan wordt in de onderneming bewaard. Werknemers en hun vertegenwoordigers hebben er op eenvoudige vraag toegang tot.
De wetgeving voorziet geen sancties.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite