NL
Gepubliceerd op 26/02/2025

Contingent studentenarbeid naar 650 uren per jaar

Studentenloon vrij van sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing

In principe is het loon van de student onderworpen aan sociale zekerheid en moet er bedrijfsvoorheffing op ingehouden worden.

Dit geldt niet voor de studenten tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor studenten, zoals bedoeld in de Wet op de arbeidsovereenkomsten en waarvan de tewerkstelling enkel plaatsvindt tijdens periodes waarin de student niet verplicht aanwezig moet zijn in de onderwijsinstellingen.

In dat geval ben je als werkgever geen bedrijfsvoorheffing noch sociale zekerheid verschuldigd op het studentenloon en dien je enkel een solidariteitsbijdrage (verlaagde sociale zekerheidsbijdrage) te betalen. Deze solidariteitsbijdrage bedraagt 8,13% (5,42% werkgeversbijdrage en 2,71% werknemersbijdrage).

Wat verandert er?

De student en diens werkgever kunnen wel maar voor een maximumaantal uren per jaar van deze solidariteitsbijdrage en vrijstelling van bedrijfsvoorheffing genieten. Dit maximumaantal uren wordt “contingent” genoemd.

Vanaf 2017 bedroeg dit contingent 475 uren. Voor de kalenderjaren 2023 en 2024 werd dit tijdelijk opgetrokken tot maximum 600 uren per jaar. Nu voorziet de wetgever dus een verhoging naar 650 uren per jaar.

Het maximumbedrag om als student ten laste te blijven van de ouders is aan dit hoger contingent aangepast.

Kind ten laste

Om te beoordelen of een kind nog ten laste is van zijn ouder of een ander persoon die hem of haar opvoedt, houdt men rekening met de bestaansmiddelen van het kind. Het initiële voorstel om het maximumbedrag aan netto bestaansmiddelen op te trekken, werd niet weerhouden in de gestemde wettekst.

Om ook fiscaal vooral de situatie van studentenarbeid te adresseren, koos men voor een aanpassing van het wettelijk bepaald grensbedrag aan inkomsten uit een studentenovereenkomst dat niet meetelt voor de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen van personen ten laste.

Het grensbedrag aan inkomsten uit studentenarbeid dat uitgesloten wordt bij de beoordeling van de bestaansmiddelen is nu verdubbeld en bedraagt geïndexeerd 6.840 EUR bruto belastbaar voor aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025).

Samenvatting

  1. Ten belope van 650 uren per jaar → verlaagde sociale zekerheidsbijdrage (solidariteitsbijdrage) op het loon van de student met een studentenovereenkomst
  2. Ten belope van 650 uren per jaar → geen bedrijfsvoorheffing op het loon van de student met een studentenovereenkomst.
  3. De inkomsten uit een studentenovereenkomst die niet meetellen voor de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen van personen ten laste zijn verhoogd tot een geïndexeerd bedrag van 6.840 EUR bruto belastbaar voor aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025).

Bronnen: Wet van 21 maart 2025 strekkende tot het vaststellen van de grens voor studentenarbeid op 650 uur, https://www.sd.be/ellawebsite