NL
Gepubliceerd op 22/11/2024

Bedrijfsfiets of leasefiets via de werkgever: werkelijke waarde op fiscale fiche vanaf inkomstenjaar 2024

Sociaal en fiscaal statuut bedrijfsfiets

Wanneer een werkgever een fiets ter beschikking stelt van zijn werknemers en hen toelaat deze ook voor privéverplaatsingen te gebruiken, ontstaat er een voordeel voor de werknemer. Dit voordeel beantwoordt aan het loonbegrip.

Uitsluiting

In de mate dat de fiets effectief gebruikt wordt in het kader van de woon-werkverplaatsingen, vormt de fiets echter een volledig vrijgesteld voordeel: niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.

Nieuwe voorwaarde: geen bewijs werkelijke beroepskosten!

Om van de fiscale vrijstelling te kunnen genieten, mag de werknemer (of bedrijfsleider) vanaf 2024 zijn werkelijke beroepskosten niet bewijzen in de aangifte personenbelasting. Men moet dus verplicht gebruik maken van de forfaitaire beroepskosten.

De controle of de belastingplichtige al dan niet opteert voor zijn werkelijke beroepskosten, gebeurt voortaan pas op het niveau van de aangifte in de inkomstenbelasting en de vestiging van de belasting.

Bij de vestiging van de belasting zal de fiscus kunnen vaststellen of de belastingplichtige al dan niet aanspraak gemaakt heeft op de werkelijke beroepskosten en of de fiets al dan niet volledig belastbaar is. Daarom moet voortaan ook de waarde van het voordeel van de bedrijfsfiets vermeld worden op de fiscale inkomstenfiche.

Indien de fiets een belastbaar voordeel uitmaakt, is dat volgens de werkelijke waarde bij de verkrijger. De waarde stemt overeen met de door hem gerealiseerde besparing.

De waarde is afhankelijk van:

  • de aard van het aanbod: soort fiets, de toebehoren, diensten (herstellingen, onderhoud, verzekeringen...);
  • de grootte van het aanbod: het feit of de werknemer al dan niet permanent kan beschikken over de fiets;
  • de waarde van het aanbod: de waarde van de fiets en de kost van de aangeboden diensten. De waarde is steeds inclusief BTW.

Enkel bij effectief gebruik voor woon-werkverplaatsing!

Deze vrijstelling geldt enkel wanneer de bedrijfsfiets effectief gebruikt wordt in het kader van (een gedeelte van) de woon-werkverplaatsing. De vrijstelling heeft betrekking op het volledige voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets die daadwerkelijk voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. M.a.w. indien de fiets gebruikt wordt voor de woon-werkverplaatsing, dan hoeft ook voor het zuivere privégebruik (tijdens weekend, vakantie,...) geen voordeel aangerekend worden.

Ongeacht type fiets

Deze vrijstelling geldt ongeacht het type fiets. Zowel stadsfietsen, gewone elektrische fietsen (tot 25 km/uur), speed pedelecs (tot 45 km/uur), mountainbikes, racefietsen, bakfietsen... komen er voor in aanmerking.

Zuiver privégebruik?

Wanneer men de bedrijfsfiets uitsluitend gebruikt voor de zuivere privéverplaatsingen (en er dus geen sprake is van woon-werkverkeer), vormt de fiets een loonvoordeel, te waarderen volgens de werkelijke waarde. Dit voordeel is dan wel onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing.

Voorbeeld: Berekening van het voordeel in natura voor zuiver privégebruik van een bedrijfsfiets. Een e-bike van 2.400 EUR (incl. BTW) wordt afgeschreven door het bedrijf op 4 jaar. Bijgevolg kost de fiets 600 EUR per jaar ofwel 50 EUR per maand. Hierop zijn RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing verschuldigd.

Cumul fietsvergoeding

De sociale en fiscale vrijstelling van de bedrijfsfiets is cumuleerbaar met de (para)fiscaal vrijgestelde fietsvergoeding. Ook voor de vrijgestelde fietsvergoeding geldt vanaf 2024 de (fiscale) voorwaarde dat de werknemer/bedrijfsleider zijn werkelijke beroepskosten niet mag bewijzen in de aangifte personenbelasting.

Bron: https://www.sd.be/ellawebsite