Vanaf het inkomstenjaar 2022 moet het bedrag aan kostenvergoedingen, dat een werkgever of vennootschap betaalt aan respectievelijk zijn werknemers of bedrijfsleiders, verschijnen op de fiscale fiche 281.10 of 281.20.
Op de fiscale fiche zijn er drie categorieën van kosten eigen aan de werkgever:
Voorheen moest enkel het bedrag vermeld worden ingeval van een forfaitaire vergoeding niet volgens ernstige normen.
Inkomsten 2021 Vanaf inkomsten 2022
Categorie 1
Forfaitaire vergoedingen op basis van ernstige normen ja - ernstige normen bedrag
Categorie 2
Forfaitaire vergoedingen, niet op basis van ernstige normen bedrag bedrag
Categorie 3
Bewijsstukken ja - bewijsstukken bedrag
Facturen op naam van de werkgever die de werknemer voorschiet en die nadien worden terugbetaald door de werkgever of vennootschap moeten niet met het bedrag op de fiscale fiche vermeld worden. Bijvoorbeeld: De vennootschap of werkgever koopt kantoormateriaal aan. De factuur staat op naam van de vennootschap. De werknemer of bedrijfsleider beperkt zich tot het voorschieten van de betaling.
In dat geval is het de vennootschap die de aankoop doet en moet het terugbetaalde bedrag niet op de fiche worden vermeld.
Indien de kostenvergoedingen van de werknemers en bedrijfsleiders via de loonverwerking worden (terug)betaald, hoeft u als werkgever niets te doen.
Deze vergoedingen zullen door LWB op de fiscale fiches worden gezet.
Zijn er echter terugbetaalde kosten of kostenforfaits die apart worden betaald? Dan dient u uw dossierbeheerder hiervan op de hoogte te brengen.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite