Bij de begrotingscontrole in het voorjaar van dit jaar nam de federale regering een aantal besparingsmaatregelen. Eén van deze maatregelen is het verlagen van de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid. Vanaf 1 januari 2024 zullen die niet meer berekend worden op basis van 65% van het (begrensd) loon, maar op basis van 60% van het (begrensd) loon.
Deze daling zou op basis van een wetsontwerp deels worden gecompenseerd door een extra aanvulling die de werkgever of het Fonds voor Bestaanszekerheid bovenop de uitkering bij tijdelijke werkloosheid zal moeten betalen aan de werknemer.
Deze aanvulling zou gelden voor alle vormen van tijdelijke werkloosheid, behalve de tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht en medische overmacht. Ze is dus verschuldigd voor tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen, technische stoornis, slecht weer en collectief verlof.
De werknemer, zowel arbeider als bediende, waarvan het maandloon niet hoger is dan 4000 EUR bruto, zou recht hebben op een aanvulling van 5 EUR per werkloosheidsdag. Die aanvulling geldt onverminderd de reeds bestaande wettelijke en conventionele aanvullingen.
De werknemer, zowel arbeider als bediende, waarvan het maandloon hoger is dan 4000 EUR bruto, zou recht hebben op de aanvulling van zodra hij bij dezelfde werkgever meer dan 26 dagen tijdelijke werkloosheid heeft. De werknemer heeft dan recht op de aanvulling vanaf de 27ste dag tijdelijke werkloosheid. De dagen tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht tellen niet mee in de telling van 26 dagen.
De werkgever betaalt de aanvulling, tenzij:
Als een cao een aanvulling voorziet van minstens 5 EUR, moet de werkgever geen extra aanvulling toekennen.
Als de aanvulling kleiner is dan 5 EUR, zal de werkgever moeten aanvullen tot 5 EUR.
Het bedrag van 5 EUR is gekoppeld aan de spilindex geldend op 1 januari 2024 en wordt verhoogd volgens het indexcijfer van de consumptieprijzen.