Op 1 september worden niet alleen boekentassen bovengehaald. Ook het Sociaal Strafwetboek slaat een nieuw hoofdstuk open.
De rechter beschikt voortaan over een uitgebreider sanctiearsenaal en kan naast geldboeten ook werkstraffen, probatiestraffen en elektronisch toezicht opleggen bij bepaalde sociale inbreuken.
Het Sociaal Strafwetboek bepaalt welke sancties kunnen worden opgelegd wanneer de sociale wetgeving niet wordt nageleefd. Het gaat onder meer om inbreuken inzake loon, arbeidsduur, sociale documenten, Dimona-aangiften, welzijn op het werk, verplichte registraties en niet-aangegeven arbeid. Daarnaast bevat het Sociaal Strafwetboek bepalingen over de bevoegdheden van de sociale inspectiediensten en de regels voor opsporing, vervolging en sanctionering van sociale inbreuken.
De afgelopen jaren werd het Sociaal Strafwetboek al meermaals aangepast. Met de wet van 16 maart 2026 werd het Sociaal Strafwetboek verder aangepast om het sociaal strafrecht beter af te stemmen op het nieuwe Strafwetboek. Een deel van deze wijzigingen trad reeds op 11 april 2026 in werking. De bepalingen inzake de nieuwe sanctieregeling zijn sinds 1 september 2026 effectief van toepassing.
Wijzigingen die reeds eerder in werking traden
Een aantal wijzigingen zijn reeds sinds 11 april 2026 van kracht.
Zo werd de verjaringstermijn voor het opleggen van administratieve geldboeten verlengd van vijf naar tien jaar. Tegelijk werd de mogelijkheid afgeschaft om deze verjaringstermijn te stuiten door onderzoeks- of vervolgingshandelingen. De termijn van tien jaar vormt voortaan een absolute grens voor het opleggen van een administratieve geldboete.
Daarnaast voorziet het Sociaal Strafwetboek voortaan in een bescherming voor slachtoffers van mensenhandel die als rechtstreeks gevolg daarvan zwartwerk verrichten. Zij kunnen daarvoor niet langer worden gesanctioneerd.
Nieuwe alternatieve sancties vanaf 1 september 2026
De belangrijkste wijziging die op 1 september 2026 in werking treedt, is de uitbreiding van de sanctiemogelijkheden.
Tot voor kort konden sociale inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete of met een strafrechtelijke geldboete, al dan niet gecombineerd met een gevangenisstraf voor de zwaarste inbreuken.
Voortaan kan de strafrechter, afhankelijk van het sanctieniveau en de concrete omstandigheden van het dossier, ook één van de volgende alternatieve straffen opleggen:
De nieuwe sancties sluiten aan bij de modernisering van het algemeen strafrecht.
Samenvattende tabel
Het Sociaal Strafwetboek onderscheidt vier sanctieniveaus, afhankelijk van de aard en de ernst van de vastgestelde inbreuk.
Hierbij een overzicht van de sancties per sanctieniveau.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 4
Bovenstaande bedragen zijn basisbedragen en moeten verhoogd worden met opdeciemen. De opdeciemen zullen vanaf de inwerkingtreding van de wet aangepast worden naar 2,5. Concreet betekent dat de basisbedragen verhoogd worden met een vermenigvuldigingsfactor van 1,25.
Naast de geldboetes en alternatieve straffen kunnen bepaalde ernstige inbreuken van niveau 3 en 4 ook aanleiding geven tot een aantal bijkomende sancties. Afhankelijk van de aard en de ernst van de inbreuk kan de rechter onder meer opleggen:
Cumul van sancties
Als principe geldt dat voor eenzelfde sociale inbreuk één sanctiestelsel wordt toegepast: een administratieve geldboete, een strafrechtelijke geldboete of een alternatieve straf. Deze sancties worden in principe niet gecumuleerd.
Wanneer een probatie- of werkstraf niet wordt uitgevoerd, kunnen vervangende straffen worden opgelegd, zoals een geldboete of een korte gevangenisstraf.
Bron: https://www.sd.be/ellawebsite